Tweede wijziging initiatiefwetsvoorstel conditionele eindafrekening dividendbelasting

12 oktober 2020
Tweede wijziging initiatiefwetsvoorstel conditionele eindafrekening dividendbelasting

Op 9 oktober 2020 heeft Tweede Kamerlid Bart Snels (GroenLinks) zijn op 10 juli 2020 ingediende initiatiefwetsvoorstel ‘Spoedwet conditionele eindafrekening dividendbelasting’ wederom gewijzigd. Over het ingediende wetsvoorstel kunt u meer lezen in onze berichtgeving van 13 juli 2020.

Op 18 september 2020 diende Snels al een nota van wijziging in op het wetsvoorstel, waarbij hij tevens aankondigde dat er nog meer wijzigingen zouden volgen. Naar aanleiding van kritiek van de Raad van State heeft hij op 9 oktober 2020 uiteindelijk een geheel vernieuwde wettekst en memorie van toelichting bij de Tweede Kamer ingediend.

Kern wetsvoorstel

De kern van het vernieuwde wetsvoorstel blijft gelijk aan het op 10 juli 2020 ingediende voorstel. Er komt een eindafrekeningsverplichting voor de dividendbelasting bij een grensoverschrijdende zetelverplaatsing, fusie, (af)splitsing en aandelenfusie indien als gevolg daarvan de (latente) winstreserves van de in Nederland gevestigde inhoudingsplichtige overgaan naar een jurisdictie die de Nederlandse dividendbelastingclaim niet overneemt, een zogenoemde kwalificerende staat (het belastbare feit). Dit is een staat die geen bronheffing op dividenduitkeringen kent of een step-up verleent bij immigratie, juridische fusie, (af)splitsing of aandelenruil.

Vervallen groepscriterium en drempel zuivere winst

Het oorspronkelijke wetsvoorstel had uitsluitend betrekking op inhoudingsplichtigen die deel uitmaakten van een groep met een geconsolideerde netto-omzet van € 750 miljoen of meer. Op 18 september 2020 liet Snels dit criterium al vervallen met het oog op mogelijk nadelige EU-aspecten. In verband daarmee is ook de voorgestelde terugwerkende kracht aangepast, in die zin dat indien het wetsvoorstel tot wet wordt verheven de wetgeving terug zal werken tot en met 18 september 2020, 12.00 uur.

Door het vervallen van het groepscriterium is het wetsvoorstel in beginsel van toepassing op alle in Nederland gevestigde inhoudingsplichtigen. Er geldt nog wel een drempel in die zin dat bij zetelverplaatsing, juridische fusie, (af)splitsing of aandelenruil er uitsluitend dividendbelasting verschuldigd wordt voor zover de zuivere winst van de inhoudingsplichtige op het tijdstip dat het belastbare feit zich voordoet meer bedraagt dan € 50 miljoen.

Geen dividendbelasting

In het gewijzigde wetsvoorstel wordt expliciet geregeld dat geen belasting wordt verschuldigd voor zover een aandeelhouder van de inhoudingsplichtige gebruik zou kunnen maken van de inhoudingsvrijstelling dividendbelasting indien de inhoudingsplichtige op het tijdstip dat het hiervoor bedoelde belastbare feit zich voordoet een ‘echte’ winstuitkering aan de aandeelhouder zou hebben gedaan.

Antimisbruikbepaling

Zoals gezegd wordt de voorgestelde heffing verschuldigd indien het heffingsrecht over de uit te keren zuivere winst van de inhoudingsplichtige overgaat van Nederland naar een zogenoemde kwalificerende staat. Als het heffingsrecht overgaat naar een zogenoemde niet-kwalificerende staat, wordt de heffing dus niet verschuldigd. In verband met het relevante onderscheid tussen kwalificerende en niet-kwalificerende staten, is het wetsvoorstel uitgebreid met een antimisbruikbepaling. Die is volgens Snels bedoeld om opzetjes tegen te gaan die beogen de voorgestelde eindafrekening in de dividendbelasting te ontwijken door, alvorens te vertrekken naar een kwalificerende staat, in een niet-kwalificerende staat een ‘tussenstop’ te maken.

Conserverende aanslag, uitstel van betaling en verhaalsrecht

De heffingstechniek van de voorgestelde heffing is nader gewijzigd en ziet er thans als volgt uit. De inhoudingsplichtige moet aangifte doen indien zich een belastbaar feit voordoet zoals hiervoor omschreven. Aan de hand van die aangifte zal een conserverende naheffingsaanslag dividendbelasting worden opgelegd, waarvoor automatisch (dus zonder dat daarvoor een verzoek nodig is) en renteloos uitstel van betaling zal worden verleend. Het gewijzigde wetsvoorstel regelt dat de uit de aanslag voortvloeiende schuld bij juridische fusie of (af)splitsing overgaat op de rechtsopvolger van de inhoudingsplichtige. Het uitstel van betaling zal worden beëindigd voor zover daadwerkelijk dividenden worden uitgekeerd door de naar het buitenland verplaatste inhoudingsplichtige, of als dividenden worden uitgekeerd op de aandelen die in het kader van juridische fusie, (af)splitsing of aandelenfusie zijn uitgereikt aan de aandeelhouders van de inhoudingsplichtige.

Opmerkelijk is dat in het gewijzigde wetsvoorstel wordt geregeld dat de inhoudingsplichtige aan wie de conserverende naheffingsaanslag wordt opgelegd een verhaalsrecht krijgt op zijn aandeelhouders voor de belasting die verschuldigd wordt bij het vervallen van het uitstel van betaling. Het wordt verder aan de inhoudingsplichtige overgelaten hoe hij dat verhaalsrecht jegens de aandeelhouders gaat effectueren. Wel is bepaald dat van het verhaalsrecht bij overeenkomst of bij statuten kan worden afgezien.

Boete

In het gewijzigde wetsvoorstel wordt ook voorzien in boetes tot maximaal 100% van de verschuldigde belasting en een aansprakelijkheid voor groepsmaatschappijen voor de af te dragen dividendbelasting bij het vervallen van het uitstel van betaling.

Geen uitbreiding vestigingsplaatsfictie (meer)

Verder valt op dat de aanvankelijk voorgestelde uitbreiding van de vestigingsplaatsficties in de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting voor naar buitenlands recht opgerichte lichamen die een bepaalde tijd feitelijk in Nederland zijn gevestigd, uit het wetsvoorstel zijn verdwenen.

Commentaar Meijburg & Co

Door het vervallen van het groepsomzetcriterium is de reikwijdte van het wetsvoorstel uitgebreid. De beperking tot een inhoudingsplichtige met een zuivere winst van meer dan € 50 miljoen verlicht die uitbreiding enigszins. Het is opvallend dat de initiatiefnemer nagenoeg geen gehoor heeft gegeven aan de kritiek op het wetsvoorstel uit fiscaalwetenschappelijke hoek waar het de strijdigheid met het EU-recht en de door Nederland gesloten belastingverdragen betreft.

Het is verder de vraag of het door Snels voorziene verhaalsrecht op de aandeelhouders civielrechtelijk wel kan worden gerealiseerd. Met name bij een grensoverschrijdende fusie, (af)splitsing of aandelenruil lijkt ons dat geen eenvoudige zaak. Deze reorganisaties zullen immers mede worden beheerst door onder meer het relevante buitenlandse recht en beursvoorwaarden.

Of het voorstel op een parlementaire meerderheid zal kunnen rekenen, valt op dit moment niet te zeggen.

Indien u van gedachten wilt wisselen over dit wetsvoorstel, neemt u dan gerust contact op met uw gebruikelijke adviseur van Meijburg & Co. Wij houden u uiteraard van het vervolg van de ontwikkelingen op de hoogte.

© 2020 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.