"Nu wij in een digitale wereld winst niet alleen belasten in het land waar het bedrijf fysiek aanwezig is."

27 augustus 2019

De meeste internationale bedrijven betalen via lokale vestigingen (vaste inrichting) keurig belasting over de winst die ze in andere landen hebben gemaakt. Maar in de huidige digitale economie is van een vaste inrichting vaak geen sprake. Dit terwijl in diverse landen wel producten en diensten worden verkocht, en de afnemers informatie creëren die waardevol is. Zou het land met afnemers dan ook niet een deel van de winst kunnen belasten? Michael van Gijlswijk, partner KPMG Meijburg & Co, licht deze ontwikkelingen nader toe.

Hoe belast je de winst van een digitaal bedrijf eigenlijk? En wat moet er veranderen om dat te realiseren? De contouren van een oplossing zijn er. Daarvoor zijn de volgende stappen nodig:

  1. Bepaal welke bedrijven onder een nieuw belastingregime zouden vallen
  2. Definieer een manier om te bepalen welke landen belasting mogen heffen
  3. Maak een verdeelsleutel voor welk deel van de winst afnemerslanden mogen heffen

Stap 1: Bepaal welke bedrijven onder het nieuwe regime vallen

Om de winst van een ‘digitaal’ bedrijf te belasten, is de eerste stap te bepalen welke bedrijven tot de digitale economie behoren. Maar hoe doe je dat? In het geval van Apple, Google, Amazon en Facebook staat dat buiten kijf. Maar ook auto’s bevatten software en genereren data over rijgedrag en verbruik. Ze genereren dus waarde. Net als apps, slimme verlichting en tv’s.

Het blijkt een hele opgave om te specificeren welke bedrijven onder de digitale economie vallen. En dus welke bedrijven op een andere manier belast moeten worden. Het aanknopingspunt voor de nieuwe heffing wordt daarmee een probleem.

Dat is het makkelijkst op te lossen door het voor alle bedrijven te laten gelden. Ring-fencing issues worden daarmee vermeden.

Stap 2: Definieer een manier om te bepalen welke landen een deel van de winst mogen belasten

In het huidige internationale belastingrecht is de winst van een onderneming het uitgangspunt voor de vennootschapsbelasting. En dat is ook de juiste maatstaf. Winst representeert, beter dan omzet, de ‘draagkracht’ die een onderneming heeft om bij te dragen aan de samenleving in de vorm van belastingen.

In principe wordt belasting betaald waar de onderneming fysiek is gevestigd. Als een vennootschap in een ander land een vaste inrichting heeft, betaalt ze in dat land belasting over de winst die ze daar behaald heeft. Wanneer is er sprake van een vaste inrichting? Daarvoor wordt gekeken naar fysieke aanwezigheid. Om winst toe te rekenen aan deze vaste inrichting, wordt eenvoudig verondersteld dat deze vaste inrichting een zelfstandige entiteit zou zijn. In de gedigitaliseerde economie is er weinig, of zelfs helemaal geen, fysieke aanwezigheid nodig om wel zaken te kunnen doen in een land.

Dus is er een manier nodig om een digitale variant van de ouderwetse ‘vaste inrichting’ te definiëren. Pas als daar sprake van is, komt een land in aanmerking om een deel van de in dat land gegenereerde winst te belasten.

Wat zijn criteria waarmee een digitale aanwezigheid in een land kan worden gedefinieerd? Dat is onderwerp van discussie. Een relatief makkelijk te gebruiken criterium zou de omzet kunnen zijn die boven een bepaald bedrag in een land wordt gerealiseerd.

Stap 3: Maak een verdeelsleutel aan om winst te verdelen over de landen

So far so good: de digitale vaste inrichting in een land is vastgesteld. Nu moet worden bepaald welk deel van de totale winst kan worden toegerekend aan de digitale vaste inrichtingen (respectievelijk de digitale activiteiten). De hoogte van deze toerekening vormt namelijk het bedrag waarover belasting wordt geheven.

Net als nu zou de toerekening worden bepaald aan de hand van de verschillende functies en de mate waarin die bijdragen aan de winst. Ook de waarde die afnemers toevoegen, zou uitdrukkelijk een rol moeten krijgen.

Die toerekening zal per situatie verschillen. Immers, elke onderneming is anders. De keerzijde daarvan is dat er ook veel discussie kan ontstaan met bijbehorende rechtsonzekerheid. Net als nu zouden er ook in OESO-verband (Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking) regels kunnen worden opgesteld die enige lijn kunnen bieden. Een alternatief kan zijn om een vaste verdeelsleutel te maken. Dat is niet makkelijk, want landen hebben verschillende belangen. Zo zullen grote landen met een grote afzetmarkt, enthousiaster zijn over een winstverdeling die gekoppeld is aan afnemers, dan landen met een kleinere afzetmarkt.

Over tien jaar zijn we eruit

De contouren van een oplossingsrichting zijn er. De concrete invulling is echter nog ingewikkeld. Niets doen is eveneens geen optie. De OESO heeft op 31 mei 2019 in het rapport Programme of Work to Develop a Consensus Solution to the Tax Challenges Arising from the Digitalisation of the Economy aangegeven dat zij eind 2020 een finaal rapport willen afleveren. Dat stemt ons hoopvol.

Informatie

Meer weten over wat de gevolgen van bovenstaande ontwikkelingen voor uw business kunnen zijn? Neem gerust contact op met Michael van Gijlswijk of uw contactpersoon binnen KPMG Meijburg & Co. Of wenst u liever dat wij geheel vrijblijvend met u contact opnemen? U kunt dan uw contactgegevens naar ons mailen via deze link

Deze blog maakt deel van uit van een serie blogs over de Digitale Economie. Zie de andere blogs

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.