Kamerbrief samenvatting internetconsultatie en vervolgtraject versterking aanpak dividendstripping

19 juli 2022
Kamerbrief samenvatting internetconsultatie en vervolgtraject versterking aanpak dividendstripping

In de praktijk wordt voor forse bedragen dividendbelasting ontgaan via diverse vormen van dividendstripping, die de Belastingdienst met de huidige wettelijke instrumenten niet goed kan bestrijden. Het kabinet wil dit oneigenlijk gebruik tegengaan zonder de reguliere beurshandel onnodig te raken. Om een maatregel te nemen die zoveel mogelijk recht doet aan deze wensen, is de praktijk geconsulteerd. Deze internetconsultatie, getiteld ‘Mogelijkheden versterking maatregelen ter voorkoming van dividendstripping’, is op 15 december 2021 gestart en op 26 januari 2022 gesloten. In ons memo van 15 december 2021 zijn wij ingegaan op deze internetconsultatie en de daarin geschetste zes oplossingsrichtingen. Op 15 juli 2022 heeft staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst) een brief aan de Tweede Kamer gestuurd, waarin hij een beknopte samenvatting geeft van de internetconsultatie en vervolgens de beoordeling door het kabinet en het vervolgtraject schetst.

Samenvatting internetconsultatie

In het consultatiedocument zijn de volgende zes oplossingsrichtingen voorgelegd:

A. juridische eigendom van en economisch belang bij de aandelen verplicht voor vermindering, verrekening of teruggaaf dividendbelasting;

B. introductie van een houdsterperiode;

C. introductie van een nettorendement/grondslagbenadering voor verrekening of teruggaaf van dividendbelasting;

D. documentatieverplichtingen;

E. codificatie recorddatum;

F. uitbreiding met verbonden lichamen.

Ten aanzien van de alternatieven A, B, C en F zijn de reacties op de internetconsultatie over het algemeen kritisch en terughoudend. Het belangrijkste punt van kritiek is dat deze alternatieven in meer of mindere mate overkill kennen, dat wil zeggen dat er ook in bonafide situaties geen recht meer op vermindering, verrekening of teruggaaf van dividendbelasting zou bestaan. In de meeste reacties wordt onderkend dat de grootste uitdaging van de Belastingdienst ligt in de verdeling van de bewijslast en het verzamelen van de benodigde informatie, en niet in de materieelrechtelijke regelgeving. Over het algemeen is er daarom steun voor de invoering van aanvullende maatregelen ter verbetering van de informatie- en bewijspositie, en daarmee vooral voor de alternatieven D en E.

Beoordeling kabinet

Het kabinet merkt allereerst op dat de Europese Commissie op dit moment bezig is met een initiatief om de bronbelastingprocedures voor niet-ingezeten beleggers te verbeteren. Het initiatief heeft tot doel de lidstaten informatie te verstrekken om fiscaal misbruik op het gebied van bronbelasting te voorkomen, en tegelijkertijd een snelle en efficiënte verwerking mogelijk te maken van de verzoeken om teruggaaf of vermindering aan de bron van de te veel ingehouden belastingen. De Europese Commissie heeft aangekondigd om eind 2022 of begin 2023 met een voorstel te komen.

Daarnaast gaat het kabinet één of meerdere maatregelen nemen om de bestrijding van dividendstripping te versterken. Bij de keuze voor nieuwe maatregelen staat proportionaliteit voor het kabinet centraal, zodat alleen misbruiksituaties en geen bonafide gevallen worden geraakt. Het kabinet ziet op dit moment in ieder geval mogelijkheden in een combinatie van één of meer aanvullende maatregelen, gebaseerd op alternatieven D en E. In dit verband onderzoekt het kabinet maatregelen die gericht zijn op de verbetering van de informatie- en bewijsachterstand van de Belastingdienst, waaronder een wijziging van de huidige bewijslastverdeling. Als voorbeeld worden verder maatregelen genoemd die ervoor zorgen dat zowel binnenlandse als buitenlandse opbrengstgerechtigden (bij de aangifte of het teruggaafverzoek) een aantal aanvullende verklaringen en/of informatie moeten afgeven ter onderbouwing van hun positie als uiteindelijk gerechtigde van de betreffende dividendopbrengst. Daarbij wordt een doelmatigheidsdrempel voor de hoogte van de opbrengsten overwogen.

Verder gaat het kabinet de komende tijd onderzoeken of het mogelijk is om een robuuste, proportionele en goed uitvoerbare maatregel op basis van de alternatieven C en F uit te werken.

Tot slot heeft het kabinet signalen ontvangen dat er in de praktijk sprake is van specifieke situaties van dividendstripping waarbij pensioenfondsen betrokken zijn. Het kabinet zal daarom onderzoeken of, en hoe, hiertegen een aanvullende maatregel kan worden genomen die zich uitsluitend richt op pensioenfondsen die zich bezighouden met dividendstripping (flankerend aan alternatief C).

Vervolgtraject

In de komende periode wordt onderzoek gedaan en zal worden bezien hoe de maatregelen verder kunnen worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Mede gelet op de wens van de Tweede Kamer tot spreiding van wetgeving en de complexiteit bij de aanpak van dividendstripping kunnen de maatregelen ter versterking van de aanpak van dividendstripping niet eerder dan 1 januari 2024 worden ingevoerd. Het kabinet zal tot slot de effectiviteit van de nieuwe maatregelen na hun inwerkingtreding monitoren. Afhankelijk van de uitkomst daarvan of signalen uit de praktijk zal het kabinet bezien of er nog verdere aanvullende maatregelen nodig zijn om dividendstripping tegen te gaan.

Mocht u naar aanleiding van het voorgaande vragen hebben, dan staan de Meijburgadviseurs u graag bij met hun expertise.

© 2024 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.