Fiscale aspecten coalitieakkoord 2021

16 december 2021
gebouw

Op 15 december 2021 hebben VVD, D66, CDA en ChristenUnie het coalitieakkoord ’Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ gepresenteerd. Hierin worden de plannen en ambities voor de komende kabinetsperiode uiteengezet. In dit memorandum bespreken wij kort de voorgenomen fiscale maatregelen voor zover die nu bekend zijn.

Voor de goede orde wijzen wij erop dat in het coalitieakkoord de voorgenomen maatregelen slechts op hoofdlijnen uiteen worden gezet. Het nieuwe kabinet zal gedurende zijn regeerperiode – die in principe eindigt in maart 2025 – wetsvoorstellen indienen om het akkoord uit te voeren. Pas uit die wetsvoorstellen zal blijken hoe de diverse fiscale maatregelen concreet worden vormgegeven. Het regeerakkoord vervangt dan ook niet de wetsvoorstellen van het pakket Belastingplan 2022, waarover de Eerste Kamer volgende week stemt.

Vennootschapsbelasting

Aanscherping CFC-maatregel

Het nieuwe kabinet zal per 2023 de ‘controlled foreign company-maatregel’ (CFC-maatregel) uit Ter Haar invoeren. Hoewel het niet met zoveel worden wordt gezegd, nemen wij aan dat wordt gedoeld op advies/maatregel A.5 uit het rapport ‘Op weg naar balans in de vennootschapsbelasting’ van de Adviescommissie Belastingheffing van multinationals (commissie-Ter Haar). Neemt het komende kabinet maatregel A.5 integraal en in de meest verregaande vorm over, dan betekent dit dat per 2023:

  1. de CFC-maatregel ook zal worden toegepast op uitgekeerde winsten;
  2. de commerciële winst van de CFC leidend wordt bij de berekening van het in aanmerking te nemen voordeel; 
  3. voortaan wordt aangesloten bij het effectieve winstbelastingtarief;
  4. de uitzondering voor wezenlijke economische activiteiten wordt aangepast c.q. in het geheel verdwijnt.

De opbrengst hiervan wordt geschat op € 200 miljoen per jaar.

Invoering OESO Pijler 2

Het nieuwe kabinet zal OESO Pijler 2 invoeren. Dit is het initiatief van de OESO/G20, waarmee – kort gezegd – mondiaal een minimumwinstbelastingtarief wordt geïntroduceerd. De opbrengst daarvan voor Nederland is nog onzeker. Mocht dit niet tot de geraamde opbrengst leiden (€ 800 miljoen), dan zal worden gekeken naar andere grondslagverbreding, het lage Vpb-tarief en/of de schijflengte in de vennootschapsbelasting. Daarbij worden het vestigingsklimaat en de positie van het mkb in ogenschouw genomen.

Inkomstenbelasting en loonbelasting

Lastenverlichting van € 3 miljard

Door middel van een belastingverlaging wordt gezorgd voor een lastenverlichting van
€ 3 miljard, met name voor lage en middeninkomens, werkenden en gezinnen.

Afbouw zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2023 met stappen van € 650 (inclusief basispad, laatste twee jaar in stappen van € 605) verder teruggebracht tot € 1.200 in 2030. Zelfstandigen worden gedurende de kabinetsperiode gecompenseerd via een verhoging van de arbeidskorting.

Afschaffen middelingsregeling

Per 2023 wordt de middelingsregeling in de inkomstenbelasting afgeschaft.

Verhogen onbelaste reiskostenvergoeding

Vanaf 1 januari 2024 wordt de onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd. De precieze tariefsverhoging wordt nader uitgewerkt.

Wetsvoorstel excessief lenen

Het wetsvoorstel excessief lenen wordt aangepast, waarbij de grens wordt verhoogd van € 500.000 naar € 700.000.

Invoeren werkelijk rendement box 3 en belasten verhuurd vastgoed

Per 2025 zal een nieuw box 3-stelsel op basis van reëel rendement worden ingevoerd. Vooruitlopend daarop zal per 2023 de leegwaarderatio worden afgeschaft, waardoor de belasting van het rendement op verhuurd vastgoed in box 3 meer zal gaan aansluiten bij de praktijk. De opbrengst hiervan, samen met een extra budget van € 200 miljoen, wordt gebruikt om de vrijstelling in box 3 te verhogen naar ongeveer € 80.000. In het nieuwe box 3-stelsel (per 2025 dus) zal sparen en beleggen direct op reëel rendement worden belast. De waardeontwikkeling van vastgoed zal aanvankelijk nog forfaitair worden belast, waarbij zo snel mogelijk de overstap wordt gemaakt naar werkelijk rendement.

Successiewet (en inkomstenbelasting)

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de erf- en schenkbelasting en de inkomstenbelasting zijn belangrijk voor de continuïteit van bedrijven, met name van familiebedrijven. In de aankomende kabinetsperiode wordt in samenhang met de evaluatie van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) die in 2022 wordt afgerond, onderzocht hoe de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten kunnen worden verbeterd en oneigenlijk gebruik van de regeling kan worden tegengegaan, zodat zij wordt gebruikt waarvoor ze is bedoeld.

Afschaffen schenkingsvrijstelling eigen woning

Met ingang van 2024 wordt de schenkingsvrijstelling voor de eigen woning – ook bekend als de jubelton – afgeschaft.

Klimaat- en milieuheffingen

Op het vlak van klimaat- en milieuheffingen staan veel veranderingen op stapel. Hieronder sommen wij enkele maatregelen op.

  • De huidige CO2-heffing industrie ‘aan de marge’ wordt aangescherpt, dit vindt plaats via een aanpassing van het aantal dispensatierechten en het tarief.
  • Per 1 januari 2023 wordt een CO2-minimumprijs voor de industrie ingevoerd.
  • De tariefstructuur van de energiebelasting wordt minder degressief gemaakt door de tarieven in de hogere verbruiksschijven gas en elektriciteit te verhogen.
  • De ODE-tarieven van de 2e en 3e schijf elektriciteit worden per 2023 verlaagd (ten opzichte van de tarieven in het ODE-basispad).
  • Het tarief 1e schijf gas in de energiebelasting wordt in de periode 2023-2028 verhoogd met 5,23 cent/m3.
  • Het tarief 1e schijf elektriciteit in de energiebelasting wordt in de periode 2023‑2028 verlaagd met 5,23 cent/kWh.
  • Het verlaagde tarief in de energiebelasting voor glastuinbouwbedrijven wordt per 1 januari 2025 afgeschaft.
  • In 2030 wordt een MRB Plus (kilometerheffing) ingevoerd met een vlak kilometertarief voor alle personen- en bestelauto’s.
  • De vliegbelasting wordt per 2023 verhoogd.
  • Het budget van de Milieu-investeringsaftrek (MIA) wordt per 1 januari 2025 structureel met € 30 miljoen verhoogd.

Varia

Verhoging overdrachtsbelasting

De overdrachtsbelasting voor niet-woningen en op verkrijgingen van woningen door rechtspersonen en particulieren die niet zelf langdurig in de woningen gaan wonen, wordt verhoogd van 8% naar 9%. Deze maatregel wordt per 2023 ingevoerd.

Afschaffen verhuurderheffing

De verhuurderheffing wordt per 2023 afgeschaft.

Verhogen verbruiksbelasting niet-alcoholische dranken

De verbruiksbelasting op niet-alcoholische dranken wordt per 2023 verhoogd (mogelijk wordt mineraalwater per 2024 uitgezonderd).

Verhogen tabaksaccijns

De tabaksaccijns wordt verhoogd naar ongeveer € 10 per pakje. Dit gebeurt in twee opvolgende stappen, zoals voorgesteld in het preventieakkoord.

Leidende rol binnen de Europese Unie

Nederland zal binnen de Europese Unie een leidende rol op zich nemen en intensief samenwerken met gelijkgezinde lidstaten en waar nodig kopgroepen vormen om tot oplossingen te komen, bijvoorbeeld op de gebied van het tegengaan van belastingontwijking (zie in dit verband ook het rapport van de Adviescommissie Doorstroomvennootschappen). Nederland zet voorts in op een digitale dienstenbelasting – hoewel er ondertussen signalen zijn dat de Europese Unie definitief afziet van een digitale dienstenbelasting –, vliegtaks, CO2-grensheffing en een minimumtarief voor de winstbelasting om oneerlijke concurrentie tussen lidstaten te voorkomen. Ook zal Nederland samenwerken tegen belastingontduiking.

© 2022 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.