Op 23 april 2019 is de Wet spoedreparatie fiscale eenheid door de Eerste Kamer aangenomen. Eerder lichtten wij het wetsvoorstel toe in onze berichtgeving van 7 juni 2018, 6 november 2018 en 12 februari 2019. De spoedreparatiemaatregelen houden in dat enkele artikelen in de vennootschaps- en dividendbelasting (met inachtneming van alle regelingen die daarmee verband houden) moeten worden toegepast alsof er geen fiscale eenheid is. Voor meer achtergrondinformatie verwijzen wij naar de genoemde eerdere berichtgeving. Hierna gaan wij in op enkele algemene punten die aan de orde zijn gekomen gedurende de parlementaire behandeling in de Eerste Kamer. De meer technische vragen en antwoorden hebben wij achterwege gelaten.

Terugwerkende kracht

Geen verdere inperking

De wet vindt op de meeste punten toepassing met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2018. In de Eerste Kamer heeft de CDA-fractie nog eens nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de onderbouwing hiervan en de gevolgen voor belastingplichtigen en de Belastingdienst. De staatssecretaris werd daarbij verzocht te overwegen om de terugwerkende kracht voor artikel 10a Wet Vpb (antiwinstdrainage) in te perken tot 1 januari 2019 en de spoedreparatiemaatregel niet te laten gelden voor artikel 13l Wet Vpb (de renteaftrekbeperking voor bovenmatige deelnemingsrente). De staatssecretaris is echter van mening gebleven dat de genoemde terugwerkende kracht noodzakelijk is om te voorkomen dat ongewenste uitholling van de belastinggrondslag in combinatie met de budgettaire derving optreedt. Ook acht hij de regeling voldoende kenbaar op 25 oktober 2017, de datum waarop de spoedreparatiemaatregelen werden aangekondigd.

Geen keuze bij gebroken boekjaren

Gezien de terugwerkende kracht hebben belastingplichtigen met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar in beginsel vanaf het boekjaar 2018 te maken met de spoedreparatie. Belastingplichtigen met een gebroken boekjaar moeten een 'knip' aanbrengen. Tijdens de plenaire behandeling in de Tweede Kamer gaf de staatssecretaris aan open te staan voor het idee om de terugwerkende kracht in dergelijke gevallen - op verzoek - 'naar het verleden toe' verder op te rekken. Tijdens de plenaire behandeling in de Eerste Kamer heeft de staatssecretaris echter aangegeven dat dit op basis van de wettekst niet mogelijk is. Belastingplichtigen met een gebroken boekjaar zullen in voorkomende gevallen dus te maken hebben met een knip.

Motie

Tijdens het plenaire debat in de Eerste Kamer heeft de CDA-fractie een motie ingediend, waarin de regering wordt verzocht om een beleidsnotitie op te stellen met daarin heldere criteria waaraan fiscale maatregelen worden getoetst die met terugwerkende kracht worden ingevoerd. Deze motie is echter - eveneens op 23 april 2019 - door de Eerste Kamer verworpen.

Ons commentaar en toekomstige ontwikkeling

Nu de wet door de Eerste Kamer is aangenomen en de terugwerkende kracht - ondanks de naar onze mening zeer relevante argumenten voor verdere inperking - is gehandhaafd op 1 januari 2018, zullen met name de aangiften vennootschapsbelasting 2018 waarbij het boekjaar gelijk is aan het kalenderjaar kunnen worden ingediend met inachtneming van de spoedreparatiemaatregel. Wij merken op dat het aannemen van de wet door de Eerste Kamer gevolgen kan hebben voor de belastingpositie in de jaarrekening, waarbij in dit geval met name rekening moet worden gehouden met de terugwerkende kracht die in de wet is opgenomen.

Nieuwe fiscale concernregeling

Verder is het belangrijk te melden dat het kabinet voornemens is de spoedreparatiemaatregelen binnen afzienbare termijn te laten opvolgen door een toekomstbestendige concernregeling. Op 14 februari 2019 heeft hierover een door het Ministerie van Financiën georganiseerde startbijeenkomst plaatsgevonden, waarin vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, belangenorganisaties en de wetenschap hun visie op de gewenste nieuwe concernregeling hebben gegeven.

Tijdens de behandeling in de Eerste Kamer is niet (expliciet) ingegaan op de nieuwe concernregeling. Het wachten is momenteel op een keuzedocument, dat mogelijk voor het zomerreces aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Vervolgens kunnen het bedrijfsleven, belangenorganisaties en de wetenschap dan in en na de zomer een eerste reactie geven, gevolgd door verdiepende gesprekken en een hoofdlijnenbrief na de zomer met een schets van de op dat moment geboekte resultaten. Wij houden u uiteraard van het vervolg op de hoogte.

Mocht u vragen hebben of willen overleggen, neemt u dan gerust contact op met uw adviseur bij Meijburg & Co.

Meijburg & Co

april 2019

 

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat

De in dit memorandum opgenomen informatie is van algemene aard en heeft geen betrekking op de specifieke omstandigheden van een bepaald individu of een bepaalde entiteit. Hoewel bij de totstandkoming van dit memorandum de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, kunnen wij niet garanderen dat de daarin opgenomen informatie op de datum van ontvangst juist en volledig is of dat in de toekomst zal blijven. Op grond van deze informatie dient geen actie ondernomen te worden zonder adequate professionele advisering na een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde situatie.