De aanleiding voor het besluit

Per 1 januari 2018 is het huwelijksvermogensrecht gewijzigd. Bij het aangaan van een huwelijk ontstaat nu van rechtswege een beperktere gemeenschap van goederen dan voor die datum. Kort gezegd valt slechts het tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen in deze gemeenschap. Erfenissen en het voorhuwelijkse vermogen vallen daarbuiten. Indien de echtgenoten toch willen kiezen voor een algehele gemeenschap van goederen, dan zullen zij dit afzonderlijk moeten regelen. 

Het is vaste jurisprudentie dat de overgang van een situatie waarin de vermogens van echtgenoten van elkaar zijn gescheiden (‘koude uitsluiting’) naar een algehele gemeenschap van goederen geen schenking inhoudt tussen echtgenoten. Deze jurisprudentie is gewezen in de jaren vijftig en zeventig van de vorige eeuw. In bepaalde situaties ziet de fiscus het wijzigen van huwelijkse voorwaarden echter toch als schenking. Dat is onder meer het geval als echtgenoten een beperkte gemeenschap van goederen creëren waartoe slechts één vermogensbestanddeel behoort. Ook het creëren van een gemeenschap van goederen waarbij de gerechtigdheid tot het vermogen bij ontbinding van de gemeenschap anders is dan fiftyfifty (bijvoorbeeld 30%-70%), heeft in de praktijk tot discussie geleid. 

Op Prinsjesdag, 19 september 2017, werd een wetsvoorstel ingediend om in de Successiewet te regelen wanneer een huwelijk wel en niet een schenking inhield (wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2018). Dit voorstel moest duidelijkheid en rechtszekerheid geven over de vraag wanneer al dan niet schenkbelasting verschuldigd is. Het bood tevens meer mogelijkheden om vermogen over te dragen zonder dat men te maken krijgt met schenkbelasting. Het wetsvoorstel is op dit punt uiteindelijk niet ingevoerd, omdat het in enkele bijzondere gevallen onredelijk uitpakte. Wel wordt een deel van de problematiek nu alsnog geregeld in een besluit van de staatssecretaris van 29 maart 2018. Het besluit geeft voor een aantal veel voorkomende gevallen het kader aan waarbinnen bij het aangaan van een huwelijk of het maken van huwelijkse voorwaarden geen schenking aan de orde is. 

Goedkeuringen uit het besluit 

Uitgangspunt is dat het aangaan van een huwelijk waarbij het wettelijke regime van toepassing is, geen schenking inhoudt. Dus een huwelijk zonder huwelijkse voorwaarden resulteert niet in een schenking, zelfs niet als de ene echtgenoot verrijkt en de andere verarmt. Ook indien huwelijkse voorwaarden worden overeengekomen die een vergelijkbare uitkomst hebben als een wettelijke of algehele gemeenschap van goederen, is geen sprake van een schenking. Denk hierbij aan situaties waarin een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding wordt overeengekomen op grond waarvan bij het einde van het huwelijk verrekend wordt alsof er een wettelijke of algehele gemeenschap van goederen zou zijn. Economisch ontstaat dan immers dezelfde situatie als bij een wettelijke of algehele gemeenschap van goederen zou zijn ontstaan. Bepalen de huwelijkse voorwaarden echter dat een echtgenoot meer krijgt dan hij bij een wettelijke of algehele gemeenschap zou hebben gekregen, dan kan wel sprake zijn van een schenking. Indien bijvoorbeeld een man met een vermogen van € 1 miljoen en een vrouw met een vermogen van nihil gaan trouwen onder huwelijkse voorwaarden en zij bepalen dat bij het einde van het huwelijk de vrouw meer dan 50% van het vermogen krijgt, is volgens de staatssecretaris sprake van een schenking. 

Uitsluiten van eigenwoningschulden 

Ook heeft de staatssecretaris goedgekeurd om een gemeenschap van goederen waarbij een echtgenoot een schuld heeft aan de andere echtgenoot wegens de aankoop van een eigen woning en deze schuld buiten de gemeenschap wordt gehouden, niet te zien als schenking. Aan de goedkeuring zijn strikte voorwaarden verbonden. Zo geldt deze alleen voor schulden in verband met de eigen woning die fiscaal als hoofdverblijf geldt voor de partners en mag alleen met betrekking tot bovengenoemde schuld worden afgeweken van het wettelijke huwelijksgoederenregime.

Inwerkingtreding 

Het besluit is op 31 maart 2018 in werking getreden en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2018. 

Commentaar Meijburg & Co 

Het besluit geeft in een beperkt aantal situaties de gewenste duidelijkheid. Op veel meer punten blijft er echter onduidelijkheid bestaan. Zo blijft de staatssecretaris van mening dat het maken van een beperkte gemeenschap waarin slechts één vermogensbestanddeel wordt opgenomen, een schenking is. Ook wordt er met geen woord gerept over samenlevingsovereenkomsten. In dergelijke overeenkomsten kunnen afspraken worden gemaakt die vergelijkbaar zijn met die in huwelijkse voorwaarden. Is dan steeds sprake van een schenking? Wij denken dat dit zeker niet altijd het geval hoeft te zijn. Tot slot menen wij dat het standpunt over huwelijkse voorwaarden met een ongelijke verdeling verder gaat dan de huidige jurisprudentie. 

Het besluit benadrukt maar weer eens dat bij trouwen, het maken van huwelijkse voorwaarden en samenwonen de fiscale aspecten niet vergeten mogen worden. Hebt u vragen, neemt u dan gerust contact met ons op.