Transfer Pricing Controversy: be prepared; Europe is watching you!

21 augustus 2019

Afgelopen maand is het wetsvoorstel inzake ‘Mandatory Disclosure’ in Nederland bij de Tweede Kamer ingediend. Hierin is de Nederlandse implementatie van de EU-richtlijn op ‘Mandatory Disclosure’ (DAC6) opgenomen. In het wetsvoorstel is de verplichting tot de automatische uitwisseling van gegevens en inlichtingen voorgeschreven over zogenoemde ‘meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies’. Hieronder vallen ook een aantal transfer pricing constructies, zoals constructies met een grensoverschrijdende overdracht binnen de groep van functies, risico’s of activa. Dit is van toepassing als de geraamde jaarlijkse winst vóór interest en belastingen (“EBIT”) van de overdrager(s) van die functies, risico’s of activa, tijdens de periode van drie jaar na de overdracht, minder dan 50% van de geraamde jaarlijkse EBIT van die overdrager(s) bedraagt.

Zodra constructies onder deze nieuwe regelgeving vallen wordt de gemelde informatie automatisch ook uitgewisseld met andere Europese landen. Mijn verwachting is dat deze uitgewisselde informatie een bron gaat zijn voor veel geschillen tussen belastingplichtigen en overheden. Bijvoorbeeld bij constructies met een grensoverschrijdende overdracht binnen de groep van functies, risico’s of activa (zoals hierboven genoemd), het land van vertrek kan dan menen dat de overgedragen functies, risico’s of activa veel waard zijn (en er dus over de meerwaarde belasting gerekend moet worden) en het land van aankomst kan juist menen dat de functies, risico’s of activa minder waard zijn, waardoor de afschrijvingsbasis laag is. 

Voorkomen is beter dan genezen

Om dubbele belasting te voorkomen, is het van groot belang om geschillen rond dergelijke constructies te voorkomen. Voorkomen is het eenvoudigst met robuuste en specialistische transfer pricing documentatie in alle betrokken landen, dit zorgt later voor een betere bewijslastpositie. Bij risicovollere transacties of wanneer interpretatie verschillen tussen de verschillende landen toch de kop opsteken kan het verstandig zijn ook vooraf overeenstemming te bereiken over het transfer pricing beleid van de belastingplichtigen. Dit kan bijvoorbeeld door het gebruik van grensoverschrijdende (bilaterale) APAs (i.e. Advance Pricing Agreements, dit zijn transfer pricing rulings).

Indien preventie van geschillen niet meer mogelijk is, is het belangrijk om de effecten van het geschil te managen én om op het juiste moment een specialist in te schakelen. Deze specialist kan je informeren over je rechten en plichten en indien nodig de dubbele belasting aanvechten. Binnen Europa zijn er een aantal mechanismes om dubbele belasting aan te vechten. Waaronder procedures voor onderling overleg (MAPs), waarbij de betrokken overheden om de tafel moeten ’hun best doen’ tot een overeenkomst te komen. In de praktijk leidt ‘hun best doen’ niet altijd tot een oplossing of een overeenkomst. Indien er geen overeenkomst komt of als overheden geen MAPs willen starten dan is er tevens nog de mogelijkheid om onder het EU Arbitrage verdrag (in Nederland via Wet fiscale Arbitrage) naar de Arbitrage Commissie te stappen. Maar indien men slecht is voorbereid, kan dit wel eens een hele lange (en dure) weg zijn naar rechtvaardigheid!

Heeft u vragen over transfer pricing, belastinggeschillen of wat wij hierin voor u kunnen betekenen? Neem dan gerust contact op met Janneke Versantvoort, Senior Tax Manager Transfer Pricing bij KPMG Meijburg & Co.
 

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.