Tax Update Shipping & Offshore - Juni 2020

9 juni 2020
shipping

Geachte lezer,

Welkom bij deze tweede Shipping & Offshore Update van 2020, waarin wij u informeren over mondiale ontwikkelingen die van belang kunnen zijn voor bedrijven in de gehele sector.

Algemene ontwikkelingen in de scheepvaart- en offshore-industrie

Na onze laatste update in februari 2020 heeft de COVID-19-pandemie de wereld de afgelopen maanden in haar greep gekregen; wij zijn er allemaal op enigerlei wijze door getroffen. Belastingontwikkelingen die relevant zijn voor de scheepvaart- en offshore-industrie hebben echter niet stilgestaan, en daar gaat deze update over.

De verschillende ontwikkelingen tonen een uitbreiding van gunstige belastingregimes voor het exploiteren van of de eigendom van maritieme assets in de hele wereld (op basis van EU-tonnagebelasting of anderszins) en tegelijkertijd een voortzetting van de toename van substancevereisten in verschillende landen. In dit licht verwachten wij, in combinatie met bijvoorbeeld de verdere uitrol van CFC-regelgeving in de EU na de implementatie van de ATAD, dat internationaal opererende bedrijven de strategische locatie van de eigendom van hun maritieme assets zullen afwegen tegen de toename van de relevante substance. Wij denken dat dit in 2020 zal voortduren, ondanks de moeizame COVID-19-omstandigheden die de industrie zo zwaar getroffen hebben.

Digitale belastingheffing en de scheepvaart?

Voor de internationale zeevervoersector is het belangrijk om de ontwikkelingen wat betreft de belastingheffing op digitale technologie in 2020 te volgen. Op 31 januari 2020 heeft de OESO het volgende statement gepubliceerd.

137 landen en jurisdicties (het ‘Inclusive Framework’) van de OESO/G20 hebben zich eraan gecommitteerd verder samen te werken om een op consensus gebaseerde langetermijnoplossing te ontwikkelen voor het eind van 2020. Een belangrijke stap hierin zal de volgende bijeenkomst begin juli 2020 zijn, waarbij het de bedoeling is overeenstemming te bereiken over de voornaamste beleidsuitgangspunten voor de oplossing die de basis voor een politieke overeenkomst zouden moeten vormen.

Pijler 1

Pijler 1 streeft ernaar de belastingheffingsrechten van markt-/gebruikersjurisdicties uit te breiden. Op basis van een formulaire benadering kunnen er nieuwe belastingheffingsrechten toegekend worden aan dergelijke markt-/gebruikersjurisdicties, waarbij afgeweken wordt van het zakelijkheidsbeginsel. Om deze nieuwe belastingheffingsrechten te kunnen uitoefenen, zal er een nieuwe nexusregel ingevoerd worden op basis van significante en langjarige betrokkenheid bij markt‑/gebruikersjurisdicties, in plaats van de fysieke aanwezigheid (bijvoorbeeld een vaste inrichting/vestiging) als basis te gebruiken.

Deze nieuwe nexusregel zal daarom directe invloed hebben op de toepassing van de Modelbelastingconventies van de OESO en de VN. Deze voorstellen hebben niet alleen gevolgen voor ondernemingen die geautomatiseerde en gestandaardiseerde digitale diensten verlenen. Zij kunnen ook van invloed zijn op alle andere b2c-bedrijven die inkomsten genereren uit de verkoop van goederen en diensten die gewoonlijk aan individuen verkocht worden. Om deze reden is de reikwijdte van Pijler 1 veel breder dan die van de gebruikelijke technologiebedrijven.

In de bovengenoemde verklaring staat het volgende:

“Het effect van vrijwel alle bilaterale belastingverdragen is het toekennen van exclusieve belastingheffingsrechten op de winsten van een onderneming uit de exploitatie van schepen en vliegtuigen in het internationaal verkeer aan de staat waar de onderneming gevestigd is. Deze reeds lang gebruikelijke praktijk heeft zijn eigen grondslag, en daarom wordt het onjuist geacht vlieg- en scheepvaartmaatschappijen onder de reikwijdte van dit nieuwe belastingrecht te laten vallen.”

Dit betekent dat de scheepvaart in internationaal verband buiten Pijler 1 valt. 

Pijler 2

Met Pijler 2 probeert de OESO voornamelijk te verzekeren dat er een minimaal belastingheffingsniveau bestaat door regelgeving te ontwikkelen die jurisdicties een ‘herbelastingheffingsrecht’ geeft als andere jurisdicties hun primaire heffingsrecht niet uitgeoefend hebben, of als er om andere redenen sprake is van lage effectieve belastingheffing. De OESO geeft toe dat er nog veel te doen is op dit gebied. Wij letten er goed op of de internationale scheepvaart ook buiten Pijler 2 zal vallen, wat in lijn met Pijler 1 en de wereldwijd aanvaarde principes in belastingverdragen zou zijn (artikel 8 OESO-Modelbelastingconventie, belasting van internationale inkomsten uit scheepvaart in het land van vestiging).

Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen in de industrie in 2020!

Ernst-Jan Bioch

Meijburg & Co, Rotterdam, 5 juni 2020

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Kroatie: uitbreiding en verlenging van tonnagebelasting

Het Publicatieblad van de Europese Unie van 15 mei 2020 kondigt het besluit over staatssteun van de Europese Commissie (EC) met dossiernummer SA. 55577 aan. Daarin wordt een uitbreiding van het Kroatische tonnagebelastingregime naar commerciële jachten goedgekeurd, met tevens een verlenging van de toepassingstermijn.

Krachtens het uitgebreide Kroatische tonnagebelastingregime:

  1. zijn commerciële jachten die internationale reizen ondernemen nu aan heffing onderhevig;
  2. is er een tonnagebelastingvermindering van 20% voor jachten van maximaal vijf jaar oud om de registratie en het gebruik van efficiëntere en meer milieuvriendelijke schepen te stimuleren;
  3. worden niet-kernactiviteiten vrijgesteld van het regime als zij meer dan 50% van de totale op grond van tonnage belaste inkomsten van een schip uitmaken.

Het regime is op 28 februari 2019 van kracht geworden en is van toepassing op belastingperiodes die aanvingen op of voor 1 januari 2021. Het regime loopt af op 31 december 2024.

Cyprus: tonnagebelastingregime

Op 16 december 2019 heeft de Europese Commissie onder EU-staatssteunregels toegestemd in onder andere de verlenging van een tonnagebelasting en zeevaardersregeling in Cyprus. De niet-vertrouwelijke versie van dit besluit met meer details is door de EC gepubliceerd.

Duitsland: tijdelijke verlaging van het Duitse btw-tarief

Het Duitse parlement heeft recent besloten dat het Duitse btw-tarief in de periode van 1 juli 2020 tot en met 31 december 2020 verlaagd wordt. Het standaardtarief wordt verlaagd van 19% naar 16% en het verlaagde tarief van 7% naar 5%. Dit kan relevant zijn voor bedrijven die activiteiten in Duitsland hebben waarover in Duitsland btw geheven wordt, voor het in rekening brengen van het juiste btw-tarief maar ook voor het invoeren van de belastingcodes in hun ERP-systeem. Als er kosten met Duitse btw gemaakt worden die niet teruggevraagd kunnen worden (bijvoorbeeld kosten voor plaatselijke cafetaria’s) kan het lagere btw-tarief tevens resulteren in lagere kosten voor hun entiteiten.

Griekenland: tonnagebelastingcirculaire

Op 11 maart 2020 heeft de Griekse fiscus circulaire Ε.2029 gepubliceerd (uitsluitend in het Grieks), met een gedetailleerde uitleg van bijvoorbeeld de verlaging en vrijstelling van tonnagebelasting (in Griekenland alleen op de A-categorie).

Op 22 april 2020 heeft de Griekse fiscus circulaire E.2054 gepubliceerd (uitsluitend in het Grieks), met uitleg van de fiscale beoordeling van de tonnagebelasting op categorie B-schepen onder Griekse vlag of een EU/EER-vlag (zoals professionele recreatieschepen, zeilschepen onder EU/EER-vlag, passagiers- en car-carrierveerboten).

Hongkong: voorstel voor nieuw belastingregime voor lease van schepen in Hongkong

Op 17 januari 2020 heeft de Hongkong SAR-regering de Inland Revenue (Amendment) (Ship Leasing Tax Concessions) Bill 2020 gepubliceerd, die formeel een tegemoetkomingsregeling introduceert voor bepaalde leaseactiviteiten van schepen. Het wetsvoorstel moet nog goedgekeurd worden door de Wetgevende Raad en zal naar verwachting van toepassing zijn op inkomsten die vanaf 1 april 2020 gegenereerd worden. De belangrijkste aspecten van het voorstel zijn:

  • Inkomsten uit het leasen van schepen en het management van een schepen leasende onderneming die vanuit Hongkong gedreven wordt zullen belastbaar geacht worden. Voor het leasen van schepen zal de heffingsmaatstaf met inbegrip zijn van rente die ontvangen wordt uit een funding lease of financiële lease. 
  • De belastbare inkomsten uit operationele leases voor in aanmerking komende verhuurders zullen worden berekend als 20% van de brutoverhuringen (inclusief bedragen die betaalbaar zijn op grond van een restwaardegarantie) met aftrek van aftrekbare kosten, exclusief fiscale afschrijving.
  • De belastbare inkomsten uit funding leases voor in aanmerking komende verhuurders zullen worden berekend als brutofinancieringsbaten (dat wil zeggen: rente) uit de lease met aftrek van aftrekbare kosten.
  • Het belastingtarief op de winsten van ‘in aanmerking komende verhuurders van schepen’ is 0%.
  • Het belastingtarief op de winsten van ‘in aanmerking komende schepen leasende managers’ die ‘kwalificerende managementactiviteiten voor het leasen van schepen’ uitvoeren is 0% wanneer diensten aan een geaffilieerd bedrijf verleend worden, en 8,25% (dat wil zeggen: de helft van het normale tarief) wanneer de diensten worden verleend aan een niet-geaffilieerd bedrijf.

Zie deze link en deze link.

Luxemburg: circulaire gepubliceerd over CFC-regels

Op 4 maart 2020 heeft de Luxemburgse belastingdienst een circulaire gepubliceerd over Controlled Foreign Company-regels (CFC-), die in de Luxemburgse belastingwetgeving geïncorporeerd zijn bij de omzetting van de Europese Antibelastingontwijkingsrichtlijn 2016/1164 (ATAD) en die zowel bedrijven als vestigingen betreffen. De CFC-regels zijn van toepassing op boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2019 en de circulaire introduceert de volgende verrekenprijsverplichtingen:

  • Jaarlijks wordt de verrekenprijsdocumentatie voorbereid, een functionele analyse van de mogelijke banden met de buitenlandse entiteiten of vestigingen die onderhevig zijn aan de CFC.
  • Het meenemen van de netto-inkomsten wordt beperkt tot de inkomsten gegenereerd uit de activa en risico’s die zich in de CFC bevinden, maar gecontroleerd worden door leidinggevende personen werkzaam bij de Luxemburgse belastingplichtige. Het meenemen van de netto-inkomsten moet bepaald worden op basis van de verrekenprijsregels die in de wet genoemd worden.

Nigeria: update over de Nigeriaanse olie- en gasindustrie

Zie de interessante update van onze Nigeriaanse collega’s via deze link. Deze editie van de Nigeriaanse olie- en gasindustrie-update verstrekt informatie over bepaalde recente ontwikkelingen in de industrie in het eerste kwartaal van 2020, welke invloed deze hebben op de industrie en de reactie van de regering op deze kwesties.

Noorwegen: voorstel voor tijdelijke belastingvoordelen voor aardoliebedrijven

In Prp. 113 L (2019-2020) van 12 mei 2020 heeft de Noorse regering bepaalde tijdelijke wijzigingen voorgesteld in de Aardoliebelastingwet met het doel de activiteit te behouden voor zowel de oliebedrijven als de oliedienstensector.

Verenigde Arabische Emiraten: Ministerie van Financiën publiceert relevante-activiteitengids over economische materialiteitsregelgeving

On 16 april 2020 heeft het Ministerie van Financiën van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) een relevante-activiteitengids (‘de gids’) voor de economische materialiteitsregelgeving (ESR) op zijn website gepubliceerd. De gids geeft instructies voor het beoordelen of een entiteit een activiteit uitvoert die relevant is voor de ESR, evenals uitleg over de geïdentificeerde relevante activiteiten en de bijbehorende inkomstengenererende kernactiviteiten (CIGA’s). Een deel van de uitleg betreft onder meer de volgende scheepvaartkwesties:

  • Het charteren van schepen voor rompbevrachting valt niet binnen de reikwijdte van een zeescheepvaartbedrijf, omdat de entiteit die het schip chartert het schip niet exploiteert.
  • Reisbureaus en internationale scheepvaartagentschappen worden niet als een zeescheepvaartbedrijf behandeld op grond van het enkele feit dat zij tickets voor internationale zeereizen aan passagiers verkopen. Entiteiten die voorzieningen treffen voor het zeevervoer van hun eigen goederen of die van andere bedrijven worden ook niet beschouwd als actoren in de zeescheepvaart, tenzij zij zelf de betreffende schepen exploiteren.

© 2020 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.