Start internetconsultatie introductie renteaftrekbeperking (minimumkapitaalregel) voor banken en verzekeraars

22 maart 2019

Hoge gebouwen

Op 18 maart 2019 is door de Nederlandse regering een internetconsultatie gestart die belangstellenden in de gelegenheid stelt om hun reactie te geven op het conceptwetsvoorstel dat de minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars introduceert. Tot 15 april 2019 kan worden gereageerd op dit conceptwetsvoorstel. De reacties zullen – indien daarvoor toestemming wordt verleend – in de loop van de consultatie worden gepubliceerd. Het voorstel bespreken wij hieronder. 

Achtergrond voorstel 

Het kabinet wenst het ondernemen met meer eigen vermogen te bevorderen door de belastingvoordelen voor vreemd vermogen te beperken. Dit heeft geleid tot de invoering van een generieke renteaftrekbeperking (earningsstrippingmaatregel) die bewerkstelligt dat de per saldo verschuldigde rente in aftrek wordt beperkt per 1 januari 2019. Doordat ondernemingen in de financiële sector (op fiscale eenheidsniveau) doorgaans per saldo rente ontvangen, worden zij niet geraakt door deze algemene aftrekbepaling. 

Om deze reden wordt voorgesteld om per 1 januari 2020 een minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars in te voeren. Daarnaast wenst de wetgever met deze maatregel te bereiken dat de financiële sector bijdraagt aan de verlaging van het vennootschapsbelastingtarief. 

Het voorstel in hoofdlijnen 

De minimumkapitaalregel beperkt de fiscale renteaftrek als sprake is van bovenmatig vreemd vermogen bij banken en verzekeraars. 

Onder banken en verzekeraars wordt verstaan de banken en verzekeraars die in bezit zijn van een vergunning op basis van de Wet op het financieel toezicht (Wft), dan wel een mededeling van De Nederlandsche Bank N.V. hebben ontvangen. Hierdoor is de kring van de banken en verzekeraars die wordt geraakt ruim. Het gaat niet alleen om de vergunninghoudende banken en verzekeraars met een zetel in Nederland, maar ook om buitenlandse banken en verzekeraars (binnen en buiten de EU/EER) die een vaste inrichting hebben in Nederland. 

Eerder is gesproken over het beperken van de renteaftrek over dat deel van het vreemd vermogen dat 92% van het commerciële balanstotaal te boven gaat. Het kabinet stapt hier nu van af door het percentage van 92% niet te relateren aan het commerciële balanstotaal, maar door zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij grootheden waarmee de sector al bekend is. Dit vanwege de reeds bestaande toezichtkaders voor banken en verzekeraars, aldus de wetgever. Aangezien banken en verzekeraars binnen die toezichtkaders met verschillende grootheden bekend zijn, betekent dit dat voor de berekening van de aftrekbaarheid van rente in de thans geïntroduceerde minimumkapitaalregels verschillende regels worden gehanteerd voor banken en verzekeraars. 

De regels voor de banken nader bekeken 

Voor banken is aangesloten bij de (geconsolideerde) leverage ratio uit de verordening kapitaalvereisten. De minimumkapitaalregel voor (banken)groepen beperkt de aftrekbaarheid van de rentelasten ter zake van geldleningen (uitgelegd conform de definitie uit de generieke renteaftrekbeperking), indien sprake is van een tekort aan eigen vermogen. 

Van een tekort aan eigen vermogen is sprake ingeval de leverage ratio van een bank of bankengroep minder bedraagt dan 8%. Voor zover sprake is van een tekort aan eigen vermogen worden de in een jaar verschuldigde rentelasten ter zake van geldleningen van aftrek uitgesloten voor (8-L)/(100-L) gedeelte. Hierbij wordt onder L verstaan het op één decimaal afgeronde percentage van de leverage ratio. De teller van de breuk (8-L) betreft het tekort aan eigen vermogen, uitgedrukt in een percentage. De noemer van de breuk (100-L) betreft het procentuele aandeel van het vreemd vermogen in, kort gezegd, het gecorrigeerde balanstotaal. De uitkomst van de breuk, vermenigvuldigd met de rentelasten ter zake van geldleningen, betreft het niet aftrekbare deel van de rentelasten ter zake van die geldleningen. 

De regels voor de verzekeraars nader bekeken 

Verzekeraars kennen geen leverage ratio. Hierdoor wordt voor verzekeraars bij de bepaling of sprake is van een tekort aan eigen vermogen uitgegaan van de zogenoemde ‘eigenvermogenratio’ uit de verordening solvabiliteit II. De ratio wordt in beginsel bepaald op groepsniveau. Hierop zijn twee uitzonderingen. Namelijk wanneer de eigenvermogenratio niet kan worden bepaald op basis van het groepsverslag of wanneer sprake is van een verzekeraar met een beperkte risico-omvang. 

De minimumkapitaalregel voor verzekeraars of verzekeringsgroepen beperkt de aftrekbaarheid van de rentelasten ter zake van geldleningen (uitgelegd conform de definitie uit de generieke renteaftrekbeperking) indien sprake is van een tekort aan eigen vermogen. 

Van een tekort aan eigen vermogen is sprake ingeval de eigenvermogenratio van een verzekeraar of verzekeringsgroep minder bedraagt dan 8%. Voor zover sprake is van een tekort aan eigen vermogen worden de in een jaar verschuldigde rentelasten ter zake van geldleningen van aftrek uitgesloten voor (8-ER)/(100-ER) gedeelte. In deze formule staat ER voor de eigenvermogenratio. De eigenvermogenratio betreft het eigen vermogen uitgedrukt als het op één decimaal afgeronde percentage van het volgens de regels van de richtlijn solvabiliteit II geconsolideerde balanstotaal op het niveau van de verzekeringsgroep waarvan een belastingplichtige deel uitmaakt. De teller van de breuk (8-ER) betreft het procentuele tekort aan eigen vermogen. De noemer van de breuk (100-ER) betreft het procentuele aandeel van het vreemd vermogen in het gecorrigeerde balanstotaal. De uitkomst van de breuk, vermenigvuldigd met de rentelasten ter zake van geldleningen, betreft het niet aftrekbare deel van de rentelasten ter zake van die geldleningen. 

Overig

Tot slot, het wetsvoorstel voorziet ook in regels indien tot een fiscale eenheid vennootschapsbelasting zowel een bank- als een verzekeringsmaatschappij behoren. Daarnaast behandelt het voorstel hoe de minimumkapitaalregel moet worden toegepast bij vaste inrichtingen van buitenlandse banken en verzekeraars. Ook gaat het voorstel in op de samenloop tussen de renteaftrekbeperkingen uit hoofde van de earningsstrippingmaatregel en de minimumkapitaalregel. 

Commentaar Meijburg 

De lastenverzwaring voor de financiële sector wordt voortgezet. Naast de afschaffing van artikel 29a Wet op de vennootschapsbelasting 1969 per 1 januari 2019 waardoor niet zonder meer de vergoeding over aanvullende tier 1-kapitaalinstrumenten aftrekbaar is, wordt nu ook een renteaftrekbeperking voor banken en verzekeraars geïntroduceerd per 1 januari 2020. Dit komt niet als een verrassing, aangezien het kabinet dit al eerder heeft aangekondigd en de OESO al in 2016 lidstaten heeft aanbevolen om in de nationale wetgeving een renteaftrekbeperking specifiek voor banken en verzekeraars vast te stellen. Het lijkt erop dat Nederland nu als eerste van de OESO-lidstaten deze aanbeveling volgt. Dit kan zorgen voor een verslechtering van de concurrentiepositie van Nederland. 

Op het moment analyseren wij de impact van het voorstel. Wij komen hier spoedig op terug. 

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.