NOW na een overname

14 juli 2020
NOW overname

In zijn blog van 15 mei 2020 maakte Olaf Leurs ten aanzien van de NOW-regeling voor de periode maart-april-mei 2020 (“NOW-1”) de tussenstand op. Hij stelde vast dat de wetgever en de uitvoerende instanties in korte tijd een prestatie van formaat hebben geleverd. Hij constateerde ook dat er nog veel vragen onbeantwoord zijn.


Minister Koolmees presenteerde op 20 mei 2020 de contouren van de tweede tranche van de NOW-regeling voor de periode juni-juli-augustus 2020 (”NOW-2”). Op 25 juni 2020 is de volledige NOW-2 regeling gepubliceerd en sinds maandag 6 juli 2020 is het mogelijk NOW-2 aan te vragen.
 

NOW-2 komt op hoofdlijnen overeen met NOW-1, maar er zijn een aantal elementen toegevoegd en gewijzigd. De uitwerking van NOW-2 is, evenals de uitwerking van NOW-1, in concrete situaties complex en kan tot verrassende uitkomsten leiden.


Ik beperk me hier tot de NOW-2 bepalingen voor situaties waarin recent een overname heeft plaatsgevonden. Ik hanteer hierbij het volgende voorbeeld:
Groep B nam op 1 december 2019 vennootschap Y over van een derde, Groep A. De overname is een succes, maar als gevolg van de COVID-19 crisis dalen de omzetten van Groep A, Groep B en de overgenomen vennootschap Y significant.

Referentie-omzet na een overname

Voor de hoogte van de NOW-subsidie is de omzetdaling van de groep relevant. Indien deze omzetdaling 20% of meer bedraagt, bestaat recht op subsidie en naarmate deze omzetdaling hoger is neemt de subsidie toe.

Bij NOW-2 gaat het om de omzetdaling van de groep zoals deze op 1 juni 2020 bestond. De regeling schrijft een vergelijking voor tussen de omzet van deze groep in de (gekozen) NOW-2 omzetperiode van vier maanden in 2020 – juni t/m september, juli t/m oktober, augustus t/m november of september t/m december – en de referentie-omzet.

Wat is in het voorbeeld de referentie-omzet? Als hoofdregel geldt dat dit de omzet is over het kalenderjaar 2019, gedeeld door drie. Maar hoe werkt dat in het voorbeeld uit?

Hoofdregel

De tekst van de NOW-2 regeling is op dit punt, evenals de tekst van de NOW-1 regeling, niet volstrekt duidelijk. Het lijkt erop dat op basis van de hoofdregel tot een “appels met appels” vergelijking dient te worden gekomen door:

  • de referentie-omzet voor Groep A in het voorbeeld gelijk te stellen aan de som van de gemiddelde omzet over vier maanden in 2019 van alle vennootschappen die op 1 juni 2020 deel uitmaken van Groep A; en
  • de referentie-omzet voor Groep B in het voorbeeld gelijk te stellen aan de som van de gemiddelde omzet over vier maanden in 2019 van alle vennootschappen die op 1 juni 2020 deel uitmaken van Groep B.

Ter illustratie breid ik het voorbeeld uit. Stel dat de maandomzetten van vennootschap Y, Groep A en Groep B zich als volgt laten weergeven.

 

 

jan 2019 - nov 2019
(vóór de overname)

dec 2019 - feb 2020
(na de overname)

Vennootschap Y

20

40

Groep A (exclusief vennootschap Y)

90

120

Groep B (exclusief vennootschap Y)

90

120

 

In dat geval bedraagt de referentieomzet van Groep A op basis van bovengenoemde systematiek 370 (((11 x 90) + (1 x 120)) / 3) en de referentieomzet van Groep B 457 (((11 x (90 + 20)) + (1 x (120 + 40))) / 3).

Vrijwillig of verplicht alternatief

Om de referentie-omzet van Groep B volgens de hoofdregel te bepalen is de omzet van vennootschap Y vóór de overname relevant. Dit vereist dat Groep B beschikt over de gegevens om deze omzet te bepalen volgens de grondslagen gehanteerd in haar laatste voor 1 juni 2020 vastgestelde jaarrekening. Groep A dient bij de bepaling van de referentie-omzet de omzet van vennootschap Y uit haar omzet te elimineren en dient transacties in 2019 tussen vennootschap Y en andere vennootschappen die op 1 juni 2020 behoren tot Groep A als omzet in aanmerking te nemen. Ik verwacht dat dit voor menig financiële afdeling grote uitdagingen zullen zijn.

Of de Minister eveneens grote praktische uitdagingen onderkent is niet duidelijk. Hij constateerde in zijn brief van 20 mei 2020 ten aanzien van NOW-1 dat na een overname ‘de relevante omzet kan vertekenen in de meetperiode’ en gaf aan aanvragers op dit punt tegemoet te komen. Zijn tegemoetkoming in NOW-1 komt terug in NOW-2 als een mogelijkheid voor Groep B (koper) om een alternatieve berekening te hanteren en een verplichting voor Groep A (verkoper) om een alternatieve berekening te maken.

Groep B heeft de mogelijkheid om de NOW-2 referentie-omzet te stellen op de omzet gedurende de hele kalendermaanden vanaf de dag na de overname tot en met 29 februari 2020, omgerekend naar vier maanden.


In het voorbeeld vindt een overname plaats op 1 december 2019. In dat geval kan Groep B de referentie-omzet stellen op de omzet van alle vennootschappen die op 1 juni 2020 deel uitmaken van Groep B gedurende de periode 1 januari 2020 tot en met 29 februari 2020, omgerekend naar vier maanden. In het voorbeeld bedraagt de referentie-omzet van Groep B op basis van deze alternatieve berekening 640 ((2 x (120+40)) / 2 x 4). Omdat deze referentie-omzet hoger is dan de referentie-omzet van 457 op basis van de hoofdregel, is het voor Groep B niet voordelig de alternatieve berekening te hanteren.


Voor Groep A geldt verplicht de alternatieve berekening. Groep A moet de referentie-omzet stellen op de omzet van alle vennootschappen die op 1 juni 2020 deel uitmaken van Groep A gedurende de periode 1 januari 2020 tot en met 29 februari 2020, omgerekend naar vier maanden. In het voorbeeld bedraagt de referentie-omzet van Groep A op basis hiervan 480 ((2 x 120) / 2 x 4). In ons voorbeeld heeft Groep A geen nadeel maar als de alternatieve berekening een lagere uitkomst had gegeven dan zou Groep A ook liever de optie hebben om te kiezen tussen de twee berekeningen. Helaas biedt NOW-2 deze mogelijkheid niet.


Er zullen situaties zijn waarbij de omzet na een overname (meer) representatief is voor de pré-COVID-19 situatie dan de omzet over 2019. In deze situaties is de (verplichte) toepassing van een alternatieve berekening te rechtvaardigen. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarin de omzet na een overname niet (meer) representatief is. Ik denk aan seizoensinvloeden en situaties waarin vanuit de verkoper bezien een ‘kleine’ verkoop plaatsvindt. Ik stel voor verkopers in dergelijke situaties ook de mogelijkheid te bieden om te kiezen tussen de hoofdregel en het alternatief.

© 2020 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.