Geen schenking bij wijziging gerechtigdheid tot huwelijksgoederen-gemeenschap

9 december 2020
Geen schenking bij wijziging gerechtigdheid tot huwelijksgoederengemeenschap

Op 20 november 2020 heeft Rechtbank Noord-Holland beslist dat het wijzigen van de gerechtigdheid tot een huwelijksgoederengemeenschap van 50:50 naar 10:90 geen schenking, fictieve erfrechtelijke verkrijging of fraus legis vormt. Dit geldt ook als de wijziging kort voor overlijden is gedaan en dus tamelijk goed kan worden ingeschat dat daardoor een vermogensverschuiving van 40% naar de langstlevende plaatsvindt. Deze verschuiving kan gebeuren zonder dat Nederlandse schenkbelasting of erfbelasting verschuldigd wordt. De rechtbank leidt dit af uit wat de Hoge Raad in zijn al wat oudere jurisprudentie besliste in situaties waarin sprake was van de overgang van een zogenoemde koude uitsluiting naar een algehele gemeenschap van goederen. Dit wijkt af van het standpunt dat de Belastingdienst in de praktijk inneemt en kan in voorkomende gevallen dus aantrekkelijk zijn. Hierna leest u meer over deze procedure.

Casus

Een man en een vrouw hebben reeds 33 jaar een affectieve relatie als zij besluiten om in 2015 in het huwelijk te treden. Daarbij worden geen huwelijkse voorwaarden gemaakt en ontstaat een algehele gemeenschap van goederen, waartoe beide echtgenoten ieder voor 50% zijn gerechtigd. Op 19 oktober 2017 maken de echtgenoten alsnog huwelijkse voorwaarden op, waarbij de man voortaan voor 10% gerechtigd is tot de huwelijksgoederengemeenschap en de vrouw voor 90%. Op 9 december 2017 is de man overleden.

Het geschil

De inspecteur meent dat in dit geval primair sprake is van een schenking van 40% van het vermogen van de man aan zijn vrouw. Omdat deze schenking dan binnen 180 dagen voor het overlijden van de man zou hebben plaatsgevonden, zou deze ook meetellen bij de erfrechtelijke verkrijging. In de tweede plaats stelt de inspecteur dat sprake is van een fictieve erfrechtelijke verkrijging en tot slot neemt hij de stelling in dat het hier fraus legis betreft.

De beslissing

Rechtbank Noord-Holland beslist dat geen sprake is van een schenking, omdat er geen voltooide vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden. De vrouw had immers ook nog kunnen overlijden voor haar man en dan waren de huwelijkse voorwaarden voor hem fiscaal zeer ongunstig geweest. Dit is in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad uit de vorige eeuw, die overigens is gewezen voor een iets andere situatie. Daarin gingen de echtgenoten – kort voor het overlijden van een van beiden – namelijk over van een zogenoemde koude uitsluiting naar een algehele gemeenschap van goederen, waarbij de langstlevende (minder vermogende echtgenoot) gerechtigd werd tot een groter deel van de huwelijksgoederengemeenschap (namelijk 50%). Die jurisprudentie past de rechtbank overeenkomstig toe op deze situatie. In diezelfde jurisprudentie is ook beslist dat in een dergelijke situatie tevens geen sprake is van een fictieve erfrechtelijke verkrijging. De rechtbank verwerpt dan ook de tweede stelling. Van fraus legis is tot slot ook geen sprake, omdat het hier een ‘echt’ huwelijk betreft en er niet in strijd wordt gekomen met doel en strekking van de wet.

Commentaar KPMG Meijburg & Co

In de praktijk wordt het huwelijksgoederenrecht gebruikt om potentiële vermogensverschuivingen tot stand te brengen. Zeker in gevallen waarin een van de echtgenoten ernstig ziek is en/of waarin een van de echtgenoten beduidend minder vermogend is dan de andere echtgenoot, zal zeer waarschijnlijk een verrijking van de minder vermogende echtgenoot plaatsvinden. De wetgever heeft dit enkele jaren geleden getracht via wettelijke maatregelen te bestrijden, maar dat wetsvoorstel is niet doorgegaan. Thans probeert de Belastingdienst via (proef)procedures dergelijke potentiële vermogensverschuivingen tegen te gaan. Deze procedure is daarvan een exponent. Voor de Hoge Raad is ook nog een procedure aanhangig waarin een echtpaar een beperkte gemeenschap van goederen heeft gecreëerd, waarin de man een bankrekening van € 10 miljoen inbracht en de vrouw niets. Via de beperkte gemeenschap van goederen wordt de vrouw gerechtigd tot 50% van deze bankrekening. Ook daar wordt gesteld dat de vrouw verrijkt is. De komende tijd zal bekeken moeten worden of de oude jurisprudentie van de Hoge Raad achterhaald is, of dat deze bijgesteld zal worden. Ook is voorstelbaar dat de wetgever alsnog ingrijpt. De estateplanners van Meijburg volgen de procedures uiteraard op de voet. Wilt u meer weten over de mogelijkheden, dan kunt u contact opnemen met een van onze estateplanningspecialisten of met uw vaste Meijburgcontactpersoon.

© 2021 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.