De EU Arbitragerichtlijn; een (be)slechte procedure?!

12 november 2019

gerechtshof

Op 1 juli 2019 is de Richtlijn betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie van kracht geworden; de EU Arbitragerichtlijn. De EU Arbitragerichtlijn heeft tot doel een betere procedure te scheppen voor het oplossen van geschillen tussen lidstaten van de EU over belastingheffing. Deze Richtlijn moet in de nationale wetgeving van alle 28 landen van de Europese Unie worden geïmplementeerd. In Nederland is dat gebeurd met de Wet Fiscale Arbitrage. In deze blog schetst Rian Waaijer, Senior Tax Manager bij KPMG Meijburg & Co of deze richtlijn daadwerkelijk een einde zal kunnen maken aan geschillen binnen de EU.

Ondanks dat een richtlijn beoogt om nationale wetgeving binnen de Europese Unie op elkaar af te stemmen, hebben de lidstaten een bepaalde keuzevrijheid in de manier waarop een richtlijn wordt geïmplementeerd. Daarnaast laat de Arbitragerichtlijn op enkele onderdelen nog ruimte aan lidstaten om bepaalde artikelen op een eigen wijze te implementeren. Je kunt je dan afvragen of het doel van de Richtlijn zo wel wordt bereikt; leidt dit dus daadwerkelijk tot beslechting van geschillen binnen de EU, of blijft die arbitrageprocedure nog een slechte zaak binnen de Europese Unie? Mijn verwachting is dat de EU arbitragerichtlijn op enkele punten zeker nog tot discussies kan leiden. Hieronder licht ik dit verder toe aan de hand van een paar concrete voorbeelden.

Op grond van de arbitragerichtlijn kan een lidstaat toegang tot de arbitragecommissie weigeren indien een geschilpunt geen betrekking heeft op dubbele belasting, maar alleen op een kwalificatievraagstuk. Zo’n vraagstuk kan bijvoorbeeld zijn of er wel of geen sprake is van een vaste inrichting, of dat een betaling moet worden aangemerkt als royalty. Dit is een eerste punt dat kan leiden tot discussies. Ondanks dat bij dergelijke kwalificatieverschillen namelijk niet per se dubbele belasting hoeft te ontstaan, kan het voorkomen dat een land ten onrechte belasting heft over bepaalde inkomsten. En dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn! In Nederland is het wel mogelijk om een arbitrageprocedure op te starten over een kwalificatieverschil. Maar de vraag is of de andere betreffende lidstaat de arbitrageprocedure dan wel aangaat; zo weigeren buurlanden België en Duitsland bijvoorbeeld de toegang tot het arbitrageverdrag bij zuivere kwalificatieverschillen.

Een ander voorbeeld is dat sommige lidstaten de arbitrage schorsen indien aan belastingplichtige sancties zijn opgelegd voor belastingfraude, opzettelijk verzuim of grove nalatigheid. Nederland legt deze mogelijkheid beperkt uit en ontzegt alleen de toegang tot arbitrage als een straf op grond van het fiscale strafrecht is opgelegd. Als een belastingplichtige in het kader van een boekenonderzoek een administratieve vergrijpboete opgelegd krijgt, maar als gevolg van de correctie naar aanleiding van het boekenonderzoek tegen dubbele belasting aanloopt, dan biedt Nederland gelukkig wel de mogelijkheid om alsnog de arbitrage op te starten, maar de andere lidstaat zal daarmee vervolgens wel in moeten stemmen.

Een laatste punt dat mijns inziens tot discussie kan leiden is een verschil tussen de fatale termijnen. De arbitrage moet worden opgestart binnen drie jaar na de eerste kennisgeving van de handeling die aanleiding geeft tot het geschilpunt, ongeacht of de belanghebbende de nationale rechtsmiddelen van de betrokken lidstaten aanwendt. Maar wat moet en kan als die eerste kennisgeving worden aangemerkt? In sommige landen wordt het controlerapport na een boekenonderzoek al als ‘kennisgeving’ gezien, terwijl in andere landen de termijn pas gaat lopen als de aanslag binnen is. Ook is er wetgeving uit lidstaten bekend waarin de fiscale autoriteiten van mening zijn dat de eerste kennisgeving van het geschilpunt pas plaatsvindt op de datum waarop een rechterlijke uitspraak onherroepelijk vaststaat. Eerder zal het verzoek tot arbitrage in die landen niet in aanmerking worden genomen. En dat kan wel eens voor problemen zorgen; indien de termijn in de andere lidstaat al op een eerder moment is gestart en vervolgens dus al is verlopen.

Noodzaak tot uniforme wetgeving

Het doel van de EU arbitragerichtlijn is helder. Maar om dit doel te bereiken, zal er naar mijn mening volledig uniforme wetgeving moeten worden voorgeschreven. Indien dit niet gebeurt, zullen er lidstaten blijven die onder de arbitrage proberen uit te komen. Nederland is voorstander van arbitrage als sluitstuk van de onderlinge overlegprocedure en maakt zich hier internationaal sterk voor. In die lijn heeft Nederland geprobeerd zo min mogelijk belemmeringen op te werpen en dat is goed te merken aan de manier waarop de richtlijn in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. Echter kan dit compleet verschillend zijn in andere Europese landen, die allerlei formele bezwaren kunnen opwerpen om het geschil niet in behandeling te nemen. In die landen zal de Richtlijn wellicht niet veel betekenen en zal de EU arbitragerichtlijn meer symbolische wetgeving zijn. Tijdens ons Tax Controversy ontbijtseminar op 15 november op ons kantoor in Amstelveen praten we uitgebreid verder over dit onderwerp. Meer informatie of aanmelden kan hier.

Heeft u daarnaast vragen of wilt u advies over belastinggeschillen? Neem dan contact op met Rian Waaijer of een van onze andere Tax Controversy specialisten.

 

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.