De Tweede Kamerleden Snels (Groen Links), Leijten (SP) en Nijboer (PvdA) zijn voornemens een intitatiefwetsvoorstel in te dienen tot wijziging van de liquidatie- en stakingsverliesregeling in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Op 16 april 2019 is daartoe een internetconsultatie gestart die belangstellenden de gelegenheid biedt te reageren op een consultatiedocument bestaande uit het conceptwetsvoorstel en een concept memorie van toelichting. Doel van het conceptwetsvoorstel is om oneigenlijk gebruik van de liquidatie- en stakingsverliesregeling te voorkomen en de belastinggrondslag te verbreden. 

De liquidatie- en stakingsverliesregeling

Voordelen uit een deelneming (kort gezegd: een belang van minimaal 5%) zijn in beginsel vrijgesteld. Dat betekent dat dividenden en vervreemdingsvoordelen niet worden belast. De keerzijde is dat verliezen niet aftrekbaar zijn. Op dit uitgangspunt wordt een uitzondering gemaakt voor liquidatieverliezen. Onder bepaalde voorwaarden kunnen deze verliezen wel in aftrek worden gebracht. Daarmee wordt voorkomen dat verliezen nergens effectief in aanmerking kunnen worden genomen. 

Hetzelfde mechanisme geldt voor de voordelen uit een buitenlandse vaste inrichting. In beginsel geldt een vrijstelling (voor zowel winsten als verliezen), maar onder voorwaarden kunnen stakingsverliezen in aftrek worden gebracht. 

Het geconsulteerde voorstel

Het conceptwetsvoorstel bepaalt dat een liquidatieverlies op een deelneming nog slechts aftrekbaar is indien:

  1. de deelneming is gevestigd in Nederland of in een andere EU/EER-staat (territoriale beperking); en
  2. de Nederlandse belastingplichtige een kwalificerend belang heeft in de dochtervennootschap (materiële beperking). 

Voorts gelden aanvullende voorwaarden om het liquidatieverlies in aftrek te kunnen brengen. Zo moet het verlies zijn toe te rekenen aan de periode dat aan de voorwaarden onder a en b werd voldaan. Verder is belangrijk dat onder het conceptwetsvoorstel langdurig uitstel van het moment waarop het liquidatieverlies fiscaal in aanmerking wordt genomen, wordt tegengegaan (temporele beperking, zie hierna). 

Er is sprake van een kwalificerend belang indien de moedervennootschap voor meer dan een vierde van het nominaal gestorte kapitaal aandeelhouder is en/of de belastingplichtige aannemelijk maakt dat zij als moedervennootschap de activiteiten van de dochtervennootschap kan bepalen vanwege haar invloed op de besluitvorming. 

De beperkingen onder a en b worden voorgesteld om de liquidatieverliesregeling te beperken tot gevallen die door de EU/EER-vestigingsvrijheid worden bestreken. 

De temporele beperking wordt voorgesteld omdat volgens de initiatiefnemers sprake is van ongewenst gebruik van de regeling, door de aftrek uit te stellen tot elk gewenst moment. Dat is thans mogelijk door de voltooiing van de vereffening van het vermogen van de dochtervennootschap uit te stellen. Er wordt daarom voorgesteld om een liquidatieverlies slechts in aanmerking te nemen indien de vereffening van het vermogen van het ontbonden lichaam uiterlijk wordt voltooid in – kort gezegd – het derde kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar van de staking van de onderneming van de dochtervennootschap dan wel het kalenderjaar waarin het besluit daartoe is genomen. Er geldt een uitzondering indien de belastingplichtige aannemelijk maakt dat er zakelijke overwegingen ten grondslag liggen aan het op een later tijdstip voltooien van de vereffening. 

Het conceptwetsvoorstel bevat een doelmatigheidsdrempel van € 1 miljoen: de beperking tot in Nederland of in de EU/EER gevestigde deelnemingen waarin de belastingplichtige een kwalificerend belang heeft worden slechts toegepast voor zover het liquidatieverlies een bedrag van € 1 miljoen overstijgt. Een liquidatieverlies ter zake van een niet-kwalificerend belang is dus voor maximaal € 1 miljoen per deelneming (wel) aftrekbaar. 

Verder bevat het conceptwetsvoorstel een maatregel tegen ongewenst gebruik van de liquidatieverliesregeling door gebruikmaking van tussenhoudsters, bijvoorbeeld een geval waarin het liquidatieverlies toerekenbaar is aan een deelneming in een inmiddels ontbonden kleindochtervennootschap waarin de belastingplichtige geen kwalificerend belang had, of dat in een derde land was gevestigd. 

Als aanvullende maatregel worden vergelijkbare wijzigingen voorgesteld met betrekking tot de stakingsverliesregeling in de vennootschapsbelasting. Onder het conceptwetsvoorstel is aftrek van stakingsverliezen nog slechts mogelijk ter zake van: 

  1. vaste inrichtingen in de EU/EER;
  2. als belegging gehouden onroerende zaken in bepaalde verdragslanden;
  3. een als belegging gehouden medegerechtigdheid tot het vermogen van een onderneming (denk aan commanditaire belangen in een besloten cv, of belangen als limited partner in een limited partnership) in bepaalde verdragslanden. 

De onder 2 en 3 genoemde beleggingen in derde landen worden voorgesteld teneinde mogelijke strijdigheid met de vrijheid van kapitaalverkeer te voorkomen. Ook hier wordt een doelmatigheidsdrempel van € 1 miljoen voorgesteld. 

Conceptovergangsrecht

Het is de bedoeling van de initiatiefnemers dat de wet in werking treedt met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat de temporele beperking voor het eerst van toepassing is op het liquidatieverlies ter zake van een lichaam waarvan op of na 1 januari 2021 de onderneming (nagenoeg) geheel wordt gestaakt dan wel het besluit daartoe wordt genomen (c.q. op een stakingsverlies indien op of na 1 januari 2021 de activiteiten in de andere staat worden gestaakt dan wel het besluit daartoe is genomen). Voorts wordt voorgesteld dat het liquidatieverlies ter zake van deelnemingen waarvan de onderneming nagenoeg (geheel) is gestaakt vóór 1 januari 2021, in aanmerking mag worden genomen tot en met 31 december 2023, of nog later indien aannemelijk kan worden gemaakt dat er zakelijke overwegingen ten grondslag liggen aan het op dat latere tijdstip in aanmerking nemen van het liquidatieverlies. Voor latente stakingsverliezen wordt een vergelijkbare overgangsregeling voorgesteld. 

De consultatie

Belangstellenden kunnen tot 16 mei 2019 reageren op het consultatiedocument. Zij worden voorts uitgenodigd om hun reactie te geven op een aantal meer specifiek gestelde vragen over hoe tegen de diverse gemaakte keuzes wordt aangekeken. Ook wordt gevraagd hoe de asymmetrie van de Nederlandse deelnemingsvrijstelling in het licht van de discussie over schadelijke belastingconcurrentie wordt beoordeeld. 

Commentaar Meijburg & Co

Het is op dit moment niet goed in te schatten op hoeveel steun het conceptwetsvoorstel precies zou kunnen rekenen. Onlangs heeft het kabinet desgevraagd nog aangegeven geen voornemens in de richting van een beperking van de liquidatieverliesregeling te hebben. Dat betekent niet per se dat de regeringspartijen het voorstel niet zullen steunen. Indien het uiteindelijke wetsvoorstel het Staatsblad zou halen, zou het een grote impact kunnen hebben op Nederlandse ondernemingen met buitenlandse investeringen. Met name is relevant dat belangen van 25% en minder en belangen in derde landen vanaf 2021 zouden worden uitgezonderd van de liquidatieverliesregeling en stakingsverliesregeling. Deze maatregel zou op concernniveau tot meer economische dubbele heffing leiden, omdat per saldo meer winst wordt belast dan door het concern als geheel wordt behaald. 

Wij houden u uiteraard van het vervolg op de hoogte. Mocht u vragen hebben of willen overleggen, neemt u dan gerust contact op met uw adviseur bij Meijburg & Co. 

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat