Op 25 september 2018 is door het kabinet een internetconsultatie gestart die belangstellenden de gelegenheid geeft om voor hen van belang zijnde aangelegenheden in te brengen in relatie tot i) het Nederlands fiscaal verdragsbeleid en ii) de aan te wijzen laagbelastende staten met het oog op – allereerst – toepassing van de op Prinsjesdag voorgestelde maatregel met betrekking tot ‘Controlled Foreign Companies’ (‘CFC’s’). 

Wij gaan hierna kort op deze twee consultatieonderdelen in. 

Fiscaal verdragsbeleid

In de loop van 2019 zal de staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer in een brief informeren over de veranderingen in het fiscale verdragsbeleid sinds de Notitie fiscaal verdragsbeleid 2011. Hierin zal onder meer worden ingegaan op de effecten van de afschaffing van de huidige dividendbelasting en de voorgestelde invoering van een conditionele bronbelasting op dividenden (in 2020) en rente en royalty’s (in 2021). Zie voor deze voorstellen ook onze berichtgeving op Prinsjesdag. In de brief zal ook aandacht worden besteed aan verdragsrelaties met ontwikkelingslanden. De toelichting bij de consultatie wijst daarbij op de afwijkingen tussen het OESO-Modelverdrag en het vaak door ontwikkelingslanden tot uitgangspunt genomen VN-Modelverdrag. Laatstgenoemd verdrag staat bijvoorbeeld wel bronstaatheffing toe op winsten uit internationale scheepvaart en vervreemdingswinsten op aandelen in het algemeen. 

De in te voeren conditionele bronbelasting gaat kort gezegd zien op dividend- , interest- en royaltybetalingen aan in laagbelastende staten gevestigde gelieerde lichamen en in misbruiksituaties. Wanneer een belastingverdrag met een dergelijke jurisdictie aan heffing in de weg staat, wil Nederland de verdragspartner gaan benaderen om het verdrag zo aan te passen dat Nederland de bronbelasting kan effectueren. Daarnaast geeft de staatssecretaris aan dat kan worden gekeken of, in geval geen sprake is van misbruik, exclusieve woonstaatheffing dan wel een gereduceerd tarief in het verdrag kan worden opgenomen. Dit kan door het opnemen van een specifieke antimisbruikbepaling. Bij dit laatste wordt gedacht aan het enkel toekennen van verdragsvoordelen indien sprake is van een heffing van ten minste 7% of bepaalde substance. 

Aan te wijzen laagbelastende staten

Onlangs is op Prinsjesdag het wetsvoorstel ter implementatie van de eerste Europese richtlijn ter bestrijding van belastingontwijking (ATAD1) bij de Tweede Kamer ingediend. Een van de maatregelen betreft de invoering van een CFC-maatregel, die gaat gelden voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2019. Op grond van deze maatregel worden niet (tijdig) uitgekeerde winsten van een CFC uit passieve inkomstenbronnen in beginsel tot de Nederlandse belastbare grondslag gerekend. Zie ook onze berichtgeving op Prinsjesdag. 

Een van de kenmerken van een CFC is dat het moet gaan om een lichaam of vaste inrichting in een aangewezen staat, zijnde laagbelastende staten (zonder winstbelasting of met een statutair tarief van minder dan 7%) of een staat die voorkomt op de EU-lijst van niet-coöperatieve landen (‘EU zwarte lijst’). 

Bij ministeriële regeling zal jaarlijks een uitputtende lijst worden vastgesteld van deze aangewezen staten. Deze is gebaseerd op het geldende tarief op 1 oktober van het voorafgaande kalenderjaar respectievelijk de meest recente EU zwarte lijst van het voorafgaande kalenderjaar. 

Met 1 oktober 2018 als peildatum zullen voor het eerst laagbelastende staten worden aangewezen, namelijk voor het heffingsjaar 2019. Het consultatiedocument bevat een bijlage met een voorlopig overzicht van laagbelastende staten op basis van op dit moment beschikbare gegevens: Anguilla, Bahama’s, Bahrein, Bermuda, Britse Maagdeneilanden, Guernsey, eiland Man, Jersey, Kaaimaneilanden, Koeweit, Palau, Qatar, Saudi-Arabië, Turks- en Caicoseilanden, Vanuatu en de Verenigde Arabische Emiraten. 

Volgens het consultatiedocument vindt de consultatie plaats zodat de in de praktijk aanwezige kennis over belastingsystemen van andere landen in aanmerking kan worden genomen bij de aan het einde van het kalenderjaar vast te stellen definitieve lijst van aangewezen staten. Zo kan worden voorkomen dat landen ten onrechte wel of juist niet op de lijst worden opgenomen. 

De EU zwarte lijst (sinds 25 mei 2018: Amerikaans Samoa, Guam, Namibië, Palau, Samoa, Trinidad en Tobago en de Amerikaanse Maagdeneilanden) is een gegeven en maakt geen onderdeel uit van de consultatie (maar wel van de definitieve lijst). 

De aangewezen staten die in 2019 (met 1 oktober 2019 als peildatum) voor het heffingsjaar 2020 en in latere jaren worden aangewezen, zullen ook relevant zijn voor de heffing van de hiervoor genoemde in te voeren conditionele bronbelasting op dividenden, interest en royalty’s. 

Ter afsluiting

De consultatie loopt tot en met 22 oktober 2018. De reacties zullen – indien daarvoor toestemming wordt verleend – vervolgens worden gepubliceerd. 

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat