Brexit: a never ending story - Part 8

1 juli 2019

Bord Brexit

Inmiddels zijn de twee kandidaten bekend die strijden om partijleider te worden van de conservatie partij in het Verenigd Koninkrijk. Wie zullen de leden van de conservatieve partij kiezen? Wordt het Boris Johnson of toch Jeremy Hunt? Vooralsnog lijkt Boris Johnson de favoriet te zijn. Op 22 juli a.s. wordt bekend wie de nieuwe premier van het Verenigd Koninkrijk wordt. Leon Kanters, Brexit-expert en partner van KPMG Meijburg & Co, licht de ontwikkelingen toe in zijn blog. 

Deze verkiezing wordt met grote belangstelling op het Europese vasteland gevolgd en zeker in Brussel. Beide kandidaten gaven aan een zogenaamde ‘no deal’-Brexit niet te schuwen. Boris Johnson gaf zelfs aan, dat indien er geen overeenstemming wordt bereikt, het Verenigd Koninkrijk onder zijn bewind hoe dan ook de Europese Unie op 31 oktober a.s. gaat verlaten.

‘No deal’ meest waarschijnlijke optie

Wanneer wij alle mogelijke opties bekijken: ‘no deal’, opnieuw uitstel, een overeenkomst (deal) of het intrekken van artikel 50, dan is ‘no deal’ veruit de meest waarschijnlijke uitkomst. De kans dat het Verenigd Koninkrijk (VK) alsnog besluit om in de Europese Unie (EU) te blijven acht ik nagenoeg uitgesloten. Dat er voor 31 oktober 2019 een overeenkomst komt acht ik ook uitgesloten. Het VK wil dat de overeenkomst, die premier May sloot met de EU, wordt aangepast. De Britten eisen de mogelijkheid om eenzijdig de Ierse backstop te kunnen beëindigen. Nu is het nog zo dat zowel de EU als het VK daarover beslist. De EU laat weten niet meer te willen tornen aan de eerdere overeenkomst. Als er al tot aanpassingen komen, dan alleen in de politieke verklaring. Gelet op het feit dat de nieuwe Britse premier pas 22 juli a.s. bekend is en de regering kort daarna pas benoemd wordt, en direct daarna ook het zomerreces start, kan er pas vanaf september onderhandeld worden. Op 17 oktober 2019 staat de volgende EU-top gepland. De kans dat in zo’n kort tijdsbestek op zulke fundamentele punten wijzigingen komen lijkt ondenkbaar. Daarvoor is meer tijd nodig.

Een derde uitstel?

Is de EU voor een derde keer bereid uitstel te verlenen? In de huidige verlengingsperiode is er eigenlijk niets gebeurd en vonden er geen onderhandelingen plaats. Sommige regeringsleiders, waaronder de Franse president Macron, hebben dan ook al aangegeven niets te voelen voor een derde uitstel. Als een derde uitstel, dat unaniem door de Europese Raad moet worden goedgekeurd, er niet komt dan eindigen wij automatisch in een ‘no deal’-situatie. Deze ‘no deal’ gaat dan van het ene op het andere moment in en er zal geen transitiefase zijn. Dit is een hoogst ongelukkige en onwenselijke situatie voor zowel ondernemers in het VK als voor ondernemers in de EU.

Wanneer je met Britse ondernemers over Brexit praat hoor je regelmatig dat een ‘no deal’, mocht die er al ooit komen, uiteindelijk van zeer korte duur zal zijn. Een vaak gehoorde opmerking hierbij is dat de EU en het VK ongetwijfeld zo snel mogelijk een einde aan de chaos willen maken, want niemand is er uiteindelijk bij de gevolgen van een ‘no deal’ gebaat.

Vrijhandelsakkoord

Het is echter niet zo eenvoudig als iedereen denkt en ik doel dan niet op het uitblijven van de betalingsverplichting van het VK aan de EU waar Boris Johnson onlangs over suggereerde. Dit is meer van staatsrechtelijke aard. Als het VK eenmaal de EU heeft verlaten, is de procedure van artikel 50 VEU beëindigd.

In het VK wordt vaak beweerd dat met toepassing van artikel XXIV van de General Agreement on Tariffs and Trade (GATT, thans WTO) een tijdelijk vrijhandelsakkoord wordt bewerkstelligd. Artikel XXIV is alleen van toepassing op de oprichting van een douane-unie of een vrijhandelszone voor goederen. In het kader van de besprekingen over de toekomstige betrekkingen tussen het VK en de EU moeten veel andere aspecten van de handel worden geregeld, zoals de mate van aanpassing van de regelgeving, de wederzijdse erkenning van normen en de handel in diensten, waarvoor het equivalent van artikel XXIV van de GATT artikel V van de GATS van toepassing is.

Artikel XXIV is de deur tot elke preferentiële handelsbetrekking tussen het VK en de EU. Het is echter onwaarschijnlijk dat de optie van een ‘interim-overeenkomst’ onmiddellijk van kracht zal zijn. Artikel XXIV wordt veelal toegepast bij een volledige vrijhandelsovereenkomst.

Europese Raad

Wanneer het VK geen lid meer is van de EU en vervolgens vindt er weer toenadering plaats om handelsafspraken te maken, dan wordt dit bekrachtigd volgens de procedure van artikel 218 VWEU. Dit gebeurt door een gekwalificeerde meerderheid van de Europese Raad. Daarnaast biedt artikel 218 de mogelijkheid aan onder andere de Europese lidstaten en het Europees Parlement om advies in te winnen bij het Hof van Justitie. Als het Hof afwijzend adviseert, kan de voorgenomen overeenkomst niet in werking treden. Zoals bij het Canadese Vrijhandelsakkoord CETA sprake is van een gemengde overeenkomst, dat wil zeggen een overeenkomst die deels toeziet op bevoegdheden van de EU en deels op bevoegdheden van de lidstaten, dan wordt de overeenkomst zowel door de EU als door de individuele landen gesloten. Dit brengt met zich mee dat niet alleen de Europese Raad, maar ook het Europese Parlement en de nationale parlementen zich hierover moeten buigen. Dit proces kan onmogelijk in een paar maanden worden gerealiseerd. Bovendien leert het verleden ons dat om allerlei redenen, die niet rechtstreeks te maken hebben op het aanhangige verdrag,  lokale of regionale parlementen tegen kunnen stemmen. Zo hield het Waalse parlement langere tijd het CETA-verdrag tegen.

‘We agree to disagree’

Kortom, als het VK de EU zonder overeenkomst verlaat en het handeldrijven vindt plaats op WTO-niveau, dan zal het zelfs met de beste intenties heel veel tijd vergen voordat een nieuw akkoord bekrachtigd wordt. Het bedrijfsleven zal zich dan moeten neerleggen bij veel ontwrichting in het handelsverkeer tussen EU en VK.

Mocht het onverhoopt zo ver komen dat er echt geen alternatief is voor een ‘no deal’-Brexit, dan pleit ik er voor dat beide partijen (VK en EU) dit in een overeenkomst bezegelen (‘we agree to disagree’) en dat er vervolgens een transitiefase van bijvoorbeeld drie maanden van kracht wordt, waardoor burgers en bedrijfsleven zich kunnen voorbereiden op een harde Brexit.

Voorbereiding

Ondernemers die in sterke mate afhankelijk zijn van de handel met het VK hebben al voor 29 maart de nodige voorbereidingen getroffen. Echter, sommige zaken vergen gewoon enige tijd voordat ze geïmplementeerd worden. Denk daarbij aan aanpassingen in IT-systemen. Daarnaast hebben de meeste bedrijven hun voorbereiding uitgesteld vanwege de grote onzekerheid rondom Brexit en dat is ook wel te begrijpen. “Moet ik in deze onzekere tijd nu al mijn activiteiten uit het Verenigd Koninkrijk weghalen? Misschien komt er wel een deal waardoor dit niet nodig is en heb ik onnodig flink ingegrepen in mijn organisatie met alle gevolgen van dien.”

31 oktober 2019

Als het zeker is dat het VK op 31 oktober 2019 de EU verlaat, dan is er een einde gekomen aan die lange onzekerheid. Het VK is dan niet langer lid van de EU en de WTO-regels worden dan na afloop van de transitieperiode van toepassing. Bedrijven kunnen zich dan, hoe vreemd het ook mag klinken, met een (on)gerust hart voorbereiden op een harde Brexit…

Informatie

Meer weten over wat de gevolgen van de Brexit voor uw business kunnen zijn? Wij hebben vijf concrete producten ontwikkeld om uw organisatie hierbij te helpen. Zie onderstaande folder. Of u wenst op persoonlijke wijze advies? Neem gerust contact op met Leon Kanters of andere specialisten van het Brexit-team.

Two pager Brexit

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.