Belastingplan 2020: loonheffingen

17 september 2019

Binnenhof

Verruiming werkkostenregeling

Ten aanzien van de werkkostenregeling worden vier wijzigingen voorgesteld :

  1. De vrije ruimte wordt verhoogd naar 1,7% van de loonsom tot € 400.000. Voor de loonsom daarboven blijft de vrije ruimte 1,2%.
  2. Er komt een gerichte vrijstelling voor verklaringen omtrent gedrag (VOG). De kosten voor deze verklaringen hoeven dus niet meer ten laste te komen van de vrije ruimte.
  3. De termijn om de verschuldigde eindheffing in verband met overschrijding van de vrije ruimte vast te stellen wordt verlengd met een maand naar uiterlijk het tweede aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar.
  4. Bij producten uit eigen bedrijf wordt de waarde gesteld op de waarde in het economische verkeer in plaats van het bedrag dat de werkgever aan een derde in rekening brengt.

Verhoging bijtelling nulemissieauto’s van de zaak

Als onderdeel van het op 28 juni 2019 door het kabinet overeengekomen Klimaatakkoord wordt de verlaagde bijtelling voor nulemissieauto’s (auto’s zonder CO2-uitstoot) van de zaak vanaf 2020 opgehoogd. Verder wordt de maximumcataloguswaarde waarover de verlaagde bijtelling wordt berekend verlaagd. Voor het meerdere geldt de reguliere bijtelling van 22%. Een uitzondering geldt voor waterstof- en zonnecelauto’s: deze blijven vooralsnog volledig onder het verlaagde bijtellingspercentage vallen.

 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Bijtellingspercentage

4%

8%

12%

16%

16%

16%

17%

Max. catalogusprijs

€ 50.000

€ 45.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

€ 40.000

Indexeren van de maximaal onbelaste vrijwilligersvergoeding

De maximaal onbelaste vrijwilligersvergoeding (€ 170 per maand en € 1.700 per jaar) zal voortaan jaarlijks worden geïndexeerd.

Aanpassing S&O-afdrachtvermindering

De systematiek van indienen en toekennen van een aanvraag speur- en ontwikkelingswerk (S&O) wordt vereenvoudigd en verkort. Het aantal momenten per jaar waarop een S&O-verklaring kan worden aangevraagd wordt uitgebreid van drie naar vier. Het uiterste moment van het indienen van een aanvraag wordt gewijzigd naar de laatste dag voorafgaand aan de periode waarop de aanvraag betrekking heeft. Op dit moment moet een aanvraag ten minste een maand voorafgaand aan die periode worden ingediend. Voor aanvragen die starten op 1 januari van een kalenderjaar gaat als uiterste aanvraagdatum gelden 20 december van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Verder worden er regels opgenomen op grond waarvan in bepaalde gevallen de termijnoverschrijding voor indiening verschoonbaar is.

Definitie vaste inrichting

Voor de invulling van de definitie van de begrippen ‘vaste inrichting’ en ‘vaste vertegenwoordiger’ in de inkomsten- en de loonbelasting wordt aangesloten bij de vennootschapsbelasting. Tevens wordt voor de definitie van het Noordzeewinningsgebied voor zowel de inkomsten- als de loonbelasting aangesloten bij de definitie in de vennootschapsbelasting. Zie ook het onderdeel ‘Aanpassing definitie vaste inrichting in vervolg op het Multilateraal instrument tegen internationale belastingontwijking’ onder Vennootschapsbelasting.

Vereenvoudiging regels voor de aan werknemers ter beschikking gestelde fiets (geen onderdeel Belastingplan 2020)

De regeling van de fiets van de zaak wordt met ingang van 1 januari 2020 vereenvoudigd. Vanaf 2020 zal voor het privégebruik van de fiets van de zaak een vaste bijtelling gelden zoals voor de auto van de zaak. Voor de ter beschikking gestelde fiets wordt de bijtelling gesteld op 7% van de waarde van de fiets, inclusief accessoires bij de fiets die met de fiets ter beschikking worden gesteld.

Wijzigingen sectorindeling (geen onderdeel Belastingplan 2020)

Op 19 juni 2019 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) gepubliceerd in het Staatsblad. Onderdeel van deze wet is het per 2020 vervangen van de sectorale WW-premie door een premiedifferentiatie naar de aard van de arbeidsovereenkomst. Als gevolg daarvan gelden vanaf 1 januari 2020 twee soorten WW-premies voor alle werkgevers: een lage premie voor werknemers met een vast contract en een hoge premie voor werknemers met een contract voor bepaalde tijd. Het premiepercentage tussen beide contractvormen verschilt 5%. Voorlopig is de lage premie vastgesteld op 2,94% en de hoge premie op 7,94%. De definitieve vaststelling van de premies vindt plaats in oktober 2019.

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.