Belastingplan 2020: inkomsten- en vennootschapsbelasting

17 september 2019

Binnenhof

Aftrekuitsluiting voor bestuursrechtelijke dwangsommen

In het wetsvoorstel is een maatregel opgenomen die de kosten en lasten die verband houden met bestuursrechtelijke dwangsommen in aftrek beperkt.

Het doel van de maatregel is om het onderscheid in de fiscale behandeling van boeten (niet aftrekbaar) en dwangsommen (wel aftrekbaar) weg te nemen. De nieuwe aftrekuitsluiting geldt alleen voor bestuursrechtelijke dwangsommen en niet voor privaatrechtelijke dwangsommen.

In het verlengde hiervan is een aanpassing in de loonbelasting voorgesteld. Loonbestanddelen die verband houden met een vergoeding van bestuursrechtelijke dwangsommen kunnen niet langer worden aangewezen als eindheffingsbestanddelen, zodat deze loonbestanddelen verplicht behoren tot het loon waarover de werknemer belasting verschuldigd is.

De maatregel is van toepassing op dwangsommen die na 31 december 2019 zijn verbeurd.

Verlenging en wijziging tonnageregeling zeeschepen

De Europese Commissie heeft op grond van EU-staatssteunregels toestemming verleend voor de verlenging van de Nederlandse tonnageregeling voor zeeschepen tot 31 december 2028. Om de goedkeuring van de Commissie voor de verlenging te verkrijgen, heeft het kabinet zich ertoe verbonden de tonnageregeling te wijzigen met betrekking tot (i) schepen die in tijd- of reischarter worden gehouden, (ii) het vlagvereiste, en (iii) het opleggen van een maximum van 50% op de inkomsten van activiteiten die als nevenactiviteiten worden beschouwd voor het zeevervoer.

De onder (i) bedoelde wijziging komt er, kort gezegd, op neer dat het jaartotaal van de nettodagtonnages van de door de een belastingplichtige in een jaar in tijd- of reischarter gehouden schepen die niet de vlag voeren van een EU/EER-land, niet meer bedraagt dan 75% van het jaartotaal van de nettodagtonnages van alle schepen die voor de belastingplichtige voor de tonnageregeling in aanmerking komen. Bij de berekening van dit zogeheten 75%-plafond wordt de tonnage van een schip waarvan een belastingplichtige mede-eigenaar is, slechts naar rato van zijn mede-eigendom in aanmerking genomen.

De onder (ii) aangehaalde wijziging leidt tot een tweetal aanpassingen. Ten eerste dient de belastingplichtige, om aanspraak te kunnen maken op een wettelijke uitzondering op het vlagvereiste, ten minste één van zijn voor de tonnage kwalificerende schepen onder de vlag van een EU/EER-land te voeren. Ten tweede gaat het vlagvereiste eveneens gelden voor scheepsmanagers met betrekking tot schepen waarvan zij het beheer voor een ander verrichten.

De onder (iii) genoemde wijziging houdt in dat het deel van winst dat afkomstig is uit niet-vervoerswerkzaamheden niet meer mag bedragen dan 50% van de totale jaarwinst. Indien in een jaar sprake is van overschrijding van dit zogeheten winstplafond, komt het deel van de winst dat moet worden toegerekend aan de niet-vervoerswerkzaamheden niet voor het tonnageregime in aanmerking, zodat dit deel van de winst op grond van de reguliere winstbepalingsregels in de heffing zal worden betrokken.

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.