Belastingplan 2020: formeelrechtelijke wijzigingen

17 september 2019

Weegschaal

Openbaarmaking vergrijpboeten (belasting)adviseurs

Het kabinet wil de transparantie vergroten door - onder voorwaarden - onherroepelijke vergrijpboetes die zijn opgelegd aan beroepsbeoefenaars openbaar te maken. Het gaat hierbij om vergrijpboetes die zijn opgelegd aan beroepsbeoefenaars die door middel van medeplegen opzettelijk belastingontduiking of toeslagfraude faciliteren. Deze beroepsbeoefenaars zijn niet alleen belastingadviseurs, maar kunnen ook accountants, notarissen en advocaten zijn. De openbaar gemaakte gegevens aangaande de boete zullen gedurende een termijn van 5 jaar op de website van de Belastingdienst staan.

De maatregel geldt alleen voor het boetes die betrekking hebben op overtredingen begaan op of na 1 januari 2020.

Boetevrij inkeren voor aanmerkelijk belang inkomen vervalt

Het boetevrij inkeren voor box 3-inkomen dat in het buitenland is opgekomen is al enige tijd niet meer mogelijk. Voor ander inkomen was het mogelijk om binnen twee jaar nadat de onjuiste aangifte was gedaan boetevrij in te keren. Voorgesteld wordt om ook het boetevrij inkeren voor inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en box 3‑inkomen dat in het binnenland is opgekomen af te schaffen. Inkeer blijft wel een boetematigende omstandigheid.

Keuzemogelijkheid voor burgers voor ontvangst van berichten Belastingdienst

Burgers krijgen het wettelijk recht om te kiezen tussen digitale en papieren berichten van de Belastingdienst (inclusief Belastingdienst/Toeslagen). Dit betekent dat gekozen kan worden voor digitale ontvangst in de Berichtenbox van MijnOverheid, óf ontvangst per reguliere post.

Ook worden voor steeds meer berichten die burgers aan de Belastingdienst sturen, op termijn de digitale én de papieren weg opengesteld.

Voor bepaalde berichten kan de overheid de keuzemogelijkheid tussen de digitale en papieren weg beperken. Zo kunnen bijvoorbeeld aangiftes die worden ingediend door ondernemers, zoals de aangifte omzetbelasting (BTW), alleen via de digitale weg worden gedaan.

De inwerkingtredingsdatum van de keuzemogelijkheid wordt nog nader bepaald. Vooralsnog is de verwachting dat dit niet voor 2021 zal zijn.

Correctie- en sanctiebevoegdheden bij spontane aangifte

De wettelijke verplichting tot het doen van aangifte ontstaat nadat een uitnodiging tot het doen van aangifte is ontvangen. Toch worden ook aangiften in behandeling genomen die zijn ingediend voordat een dergelijke uitnodiging is ontvangen, de zogenaamde ‘spontane aangiften’. Diverse correctie- en sanctiebevoegdheden van de Belastingdienst zijn echter gekoppeld aan deze uitnodiging tot het doen van aangifte en waren dus niet van toepassing op deze spontane aangiften. Deze maatregel bewerkstelligt dat op spontaan ingediende aangiften bij de aanslagbelastingen dezelfde wettelijke correctie- en sanctiebevoegdheden van toepassing zijn als bij aangiften die worden ingediend na een uitnodiging tot het doen van aangifte.

Aanpassing regeling belastingrente

Ten aanzien van de vennootschapsbelasting en de erfbelasting wordt de belastingrenteregeling aangepast. Dit heeft tot doel dat de regeling aansluit bij het uitgangspunt dat alleen belastingrente in rekening wordt gebracht als het opleggen van een belastingaanslag, met een door de belastingplichtige te betalen bedrag, door toedoen van die belastingplichtige te lang op zich laat wachten. Daarom wordt nu voorgesteld dat de belastingrente pas in rekening wordt gebracht indien de aangifte niet binnen de daarvoor geldende (reguliere) aangiftetermijn wordt ingediend. Deze regeling is derhalve niet van toepassing in de situatie dat uitstel voor het doen van aangifte is verleend.

Ter voorbeeld, de aangifte vennootschapsbelasting voor een boekjaar dat gelijk is aan het kalenderjaar dient vóór 1 juni van het opvolgende jaar te zijn ingediend. De belastingrenteregeling gaat aansluiten bij die datum. Onder de huidige regeling kan belastingrente al in rekening worden gebracht indien de aangifte niet vóór 1 april van het opvolgende jaar is ingediend.

Verstrekken van identificerende gegevens door financiële ondernemingen

De Belastingdienst wil identificerende gegevens van de houder van een bankrekening opvragen bij financiële ondernemingen. Op deze manier kan de Belastingdienst een betaling die geen betalingskenmerk of een onjuist betalingskenmerk bevat koppelen aan een openstaand bedrag en de betaling afboeken. De Belastingdienst voorkomt hiermee dat ten aanzien van zo’n openstaand bedrag wordt overgegaan tot het opleggen van boetes of het nemen van invorderingsmaatregelen.

© 2019 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.