Aandachtspunten voor het jaareinde 2020 - Employment tax & Global mobility services

18 december 2020
PS

Het jaareinde komt alweer in zicht. Ter afsluiting van het jaar 2020, hebben wij een aantal aandachtspunten met betrekking tot de loonheffingen, pensioen, en andere relevante onderwerpen op een rij gezet.

Aandachtspunten n.a.v. corona-maatregelen

  • Het was gedurende de periode 13 maart – 31 december 2020 toegestaan om de onbelaste vaste reiskostenvergoeding en de vaste maandelijkse onkostenvergoeding ongewijzigd (onbelast) te blijven betalen, ook bij thuiswerken. Per 1 februari respectievelijk 1 januari 2021 vervalt deze goedkeuring
  • Deze goedkeuring geldt niet voor werknemers die in dienst zijn getreden na 12 maart 2020 of waarvoor de keuze voor de uitbetaling van een onbelaste vaste (reis)reiskostenvergoeding 13 maart 2020 of later is gemaakt. Met deze laatste groep wordt gelijkgesteld de werknemer voor wie als gevolg van een verhuizing na 12 maart, de reisafstand en daarmee de vergoeding opnieuw moet worden bepaald.
  • In geval van betalingsproblemen vanwege het coronavirus kan tot 1 april 2021 bijzonder uitstel van betaling worden aangevraagd. Tevens is het tot 1 april 2021 mogelijk om het al toegekende bijzonder uitstel van betaling te verlengen. Vanaf 1 juli 2021 zal de Belastingdienst beginnen met innen van de uitgestelde betalingen. Het blijft bij uitstel van betaling van belang dat de aangiften correct en tijdig ingediend worden. 
  • Tussen Nederland en België en Nederland en Duitsland zijn overeenkomsten gesloten met betrekking tot de fiscale gevolgen voor grensarbeiders uit deze landen die door COVID-19-reisrestricties vanuit hun woonland (thuis) moeten werken. Op basis van deze overeenkomsten, kan ervoor gekozen worden het inkomen te belasten in het land waar men normaliter zou hebben gewerkt. Daarbij is van belang dat de oorspronkelijke werkrelatie niet verandert en aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
  • De sociale zekerheidspositie van grensarbeiders verandert in principe niet.

Werkkostenregeling (WKR)

De aangifte van eventueel verschuldigde eindheffing ter zake van de werkkostenregeling (WKR) over het jaar 2020 hoeft, anders dan over 2019, pas met de aangifte over de maand februari (was: januari) plaats te vinden. De aangifte over februari moet uiterlijk 31 maart zijn ingediend en betaald.

In het Belastingplan 2021 is voorgesteld om de gerichte vrijstelling voor scholingskosten ook van toepassing te laten zijn voor voormalige werknemers. De verruiming ziet op vergoedingen en verstrekkingen ten aanzien van het volgen van een opleiding of studie met het oog op het verwerven van inkomen. Vergoedingen en verstrekkingen voor onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden vallen niet onder de gerichte vrijstelling.

Met ingang van 2020 is het in beginsel niet langer vereist om eindheffingsbestanddelen waarbij van gerichte vrijstellingen gebruik gemaakt wordt, aan te wijzen als eindheffingsbestanddelen. Dit vloeit voort uit een wijziging in het Handboek Loonheffingen.

Een aantal vragen die bij de beoordeling van de WKR-positie een eerste aanknopingspunt kunnen bieden:

  • Zijn de vrijstellingen, nihilwaarderingen en gerichte vrijstellingen zoveel mogelijk benut?
  • Hoe kan de aanvullende vrije ruimte van 1,7% (in 2020 eenmalig 3%) over de eerste € 400.000 van de loonsom gebruikt worden?
  • Is de vrije ruimte (als percentage van de loonsom) overschreden? Het percentage van de vrije ruimte voor het deel van de loonsom boven de € 400.000 wordt met ingang van 2021 verlaagd van 1,2% naar 1,18%.
  • Is het voordelig om van de concernregeling gebruik te maken?
  • Is er bij de bepaling van de benutting van de vrije ruimte rekening gehouden met het belastbare deel van de (fiscale) adviseurskosten voor uw werknemers?

Vervoer en mobiliteit

  • Voor medewerkers met een auto van de zaak - waarvoor een bijtelling in de salarisadministratie plaatsvindt - raden wij aan om na te gaan of na 2020 de lagere bijtelling eindigt. Het is raadzaam om de eerste salarisstrook na de wijziging te controleren.
  • Voor volledig elektrische auto’s met een datum eerste toelating vanaf 1 januari 2021 is het kortingspercentage op de reguliere bijtelling van 22% verlaagd naar 10%. Het bijtellingspercentage is derhalve 12% over de eerste €40.000 van de catalogusprijs. Voor zover de catalogusprijs hoger is, geldt het reguliere percentage van 22%. De maximering van €40.000 geldt niet voor waterstofauto’s en vanaf 1 januari 2021 ook niet voor zonnecelauto’s.

Enkele belangrijke administratieve verplichtingen bij uitgezonden of ingekomen medewerkers

In het geval van internationaal uitgezonden of ingekomen medewerkers, besteedt dan aandacht aan de looptijd van beschikkingen en vergunningen, zoals bijvoorbeeld de 30%-regeling, A1-verklaringen en werk- en verblijfsvergunningen. Besteedt met name aandacht aan 30%-regelingen waarvan het overgangsrecht dit jaar afloopt (zie ook hieronder).

Toepassing van de heffingskortingen in de salarisadministratie

In verband met de juiste toepassing van de heffingskortingen, moet de werkgever vastleggen wat de fiscale woonplaats van zijn medewerkers is. Dit betekent dat medewerkers die geen fiscale woonplaats in Nederland hebben in de Nederlandse salarisadministratie met hun buitenlandse woonadres moeten worden opgenomen (ook al hebben zij een Nederlands verblijfsadres). Het anoniementarief is van toepassing als de werkgever het Nederlandse verblijfsadres opneemt in zijn salarisadministratie in plaats van het buitenlandse woonadres.

30%-regeling

  • Zoals elk jaar zal de salarisnorm ter bepaling van de specifieke deskundigheid voor de 30%-regeling weer wijzigen. Het nieuwe bedrag zal eind december bekend worden gemaakt. De wijziging van de salarisnorm kan tot gevolg hebben dat medewerkers bij een gelijkblijvend loon in mindere mate of zelfs geheel niet langer van de 30%-regeling gebruik kunnen maken. Het is derhalve raadzaam om in kaart te brengen welke medewerkers door deze wijziging getroffen worden en eventueel het beloningsbeleid hierop aan te passen.
  • Het overgangsrecht naar aanleiding van de verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling per 1 januari 2019, loopt af per 31 december 2020. Vanaf dat moment kunnen alleen de werknemers van wie de looptijd van vijf jaar nog niet verstreken is van de regeling gebruik maken.

Wet DBA

Per de recent verschenen zesde voortgangsbrief ‘Werken als zelfstandige’ is gecommuniceerd dat de afbouw van het huidige handhavingsmoratorium (in het kort: alleen handhaving als sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid) niet eerder zal starten dan 1 oktober 2021. De per 1 januari 2020 aangescherpte handhaving blijft van toepassing, waarbij de Belastingdienst ook kan handhaven wanneer opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet (of in onvoldoende mate) binnen een redelijke termijn opvolgen. Voor Platformarbeid wordt de introductie van een rechtsvermoeden onderzocht. 

Wijziging sectorindeling Wet WAB

Per 1 januari 2020 is de sectorale differentiatie in de WW-premiestelling vervangen door differentiatie naar aard van het contract. Bij vaste contracten geldt de lage premie (voor 2020 vastgesteld op 2,94%) en bij flexibele contracten geldt de hoge premie (voor 2020 vastgesteld op 7,94%). De sectorale differentiatie blijft vooralsnog wel gelden voor de ZW- en WGA-premie.

Er geldt in 2020 nog géén correctieverplichting naar het hoge WW-tarief voor werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt. Deze uitzondering zal worden verlengd naar 2021 vanwege het vele overwerk in bepaalde sectoren (zoals de zorg) als gevolg van de coronacrisis.

Nieuwe renseigneringsverplichting

Voorheen verkreeg de Belastingdienst gegevens en inlichtingen over betalingen die als resultaat uit een overige werkzaamheid kwalificeren door middel van het zogenoemde IB-47 formulier. In verband met het ontbreken van voldoende wettelijke basis voor de uitvraag van het BSN bij dit formulier, is de Belastingdienst hiermee gestopt. Voor het ontbreken van de wettelijke basis is een oplossing gevonden. Er gaat een renseigneringsverplichting gelden voor inhoudingsplichtigen in de zin van de Wet LB 1964 en collectieve beheersorganisaties (cbo’s). Het streven is de nieuwe renseigneringsverplichting per 1 januari 2021 in werking te laten treden. Als dit niet haalbaar blijkt, zal inwerktreding per 1 januari 2022 plaatsvinden. De administratieplichtigen zullen de gegevens en inlichtingen jaarlijks na afloop van het kalenderjaar waarop de gegevens en inlichtingen betrekking hebben moeten verstrekken, maar uiterlijk 31 januari van het nieuwe kalenderjaar.

Overgangsregeling levensloop

Het overgangsrecht met betrekking tot bestaande levensloopregelingen eindigt per 31 december 2021. Levensloopaanspraken die op dat moment nog niet als loon in aanmerking zijn genomen worden in 2021 belast tegen de waarde in het economische verkeer. Daarbij is een fictief genietingsmoment opgenomen van 1 november 2021. Op deze manier kan de verschuldigde loonheffing worden ingehouden op het levenslooploon zonder impact voor box 3.

Communiceer over de mogelijkheden van extra sparen voor pensioen

Indien uw pensioenregeling uw medewerkers toestaat om vrijwillig extra pensioen op te bouwen (en er is daarvoor ruimte binnen de fiscale maxima), dan is het goed deze mogelijkheid actief onder de aandacht te brengen. Dit kan bij uitstek wanneer medewerkers bijvoorbeeld een eindejaarsuitkering, 13e maand of bonus ontvangen. Aanvullend inleggen voor de oudedagsvoorziening kan een beter rendement opleveren dan de huidige rentevergoeding op een spaarrekening.

Start tijdig met het afsluiten van een nieuw pensioencontract

Op 12 juni 2020 is door het kabinet en sociale partners een akkoord bereikt over de uitwerking van het pensioenakkoord.

Loopt het contract met uw pensioenuitvoerder per 31 december 2021 af, dan is het raadzaam in het eerste kwartaal van 2021 te starten met de voorbereidingen op een nieuw pensioencontract. De ervaring leert dat het wijzigen van een pensioenregeling veel tijd in beslag kan nemen. Dat is gelijk ook een mooi moment om te bezien of de huidige pensioenregeling nog past bij uw doelstellingen:

  • Sluit de pensioenregeling bijvoorbeeld nog aan bij uw strategie en HR-beleid?
  • Voldoet de pensioenregeling nog aan de wensen en behoeften van uw medewerkers?
  • Blijft de pensioenregeling de komende jaren betaalbaar voor uw onderneming?
  • Is de pensioenregeling in overeenstemming met het pensioenakkoord?

Indien u momenteel een verzekerde eindloon- of middelloonregeling hebt, krijgt u bij verlenging van een pensioencontract naar verwachting te maken met een forste stijging van uw pensioenkosten. Dat zou een goede reden kunnen zijn om uw pensioenregeling(en) anders in te richten en gelijk voor te sorteren op de aangekondigde vernieuwing van het Nederlandse pensioenstelsel.

Anticipeer op de vertraagde verhoging van de AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd wordt in 2021 gehandhaafd op 66 jaar en 4 maanden. Ook voor de jaren daarna is de AOW-leeftijd lager dan eerder wettelijk was vastgelegd. Dit kan betekenen dat uw werknemers eerder dan verwacht - namelijk op de lagere AOW-leeftijd - al met pensioen gaan. Houdt hier rekening mee in uw strategische personeelsplanning. Indien de AOW-leeftijd in de arbeidsovereenkomst van uw medewerkers als pensioen-ontslagleeftijd is opgenomen en een medewerker wil na deze leeftijd doorwerken, ga dan na wat de (arbeidsrechtelijke) mogelijkheden en gevolgen hiervan zijn.

Mandatory Disclosure Rules, DAC6

Vanaf 1 januari 2021 is het in Nederland verplicht melding te doen van bepaalde grensoverschrijdende constructies met kenmerken die een aanwijzing kunnen vormen voor agressieve fiscale planning; de zogeheten Mandatory Disclosure Rules of DAC6. Vanaf 1 januari 2021 geldt de verplichting dergelijke constructies binnen dertig dagen te melden vanaf het moment dat de constructie voor implementatie ter beschikking is gesteld, gereed is voor implementatie, of de eerste stap in de implementatie is gezet (welke situatie zich als eerste voordoet). Voor meer informatie over Mandatory Disclosure Rules en de impact voor uw organisatie kunt u contact opnemen met uw Meijburg-adviseur.

Meldingsplicht EU-dienstverleners

Op 1 maart 2020 is de meldplicht op grond van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU) ingevoerd. Concreet betekent dit dat de in de EU/EER en Zwitserland gevestigde werkgevers en dienstverrichters de buitenlandse arbeidskracht voor de tijdelijke tewerkstelling in Nederland moeten melden via het online registratiesysteem. Daarnaast is de Nederlandse opdrachtgever/dienstontvanger verplicht om de melding inhoudelijk te controleren. Pas als deze twee stappen zijn genomen is aan de meldplicht voldaan.

De Inspectie SZW heeft de eerste zes maanden de meldplicht WagwEU gehandhaafd, maar er werden bij niet-naleving nog geen boetes opgelegd. Per 1 september 2020 is een einde gekomen aan deze overgangsperiode en worden boetes opgelegd aan zowel de buitenlandse werkgever als aan de Nederlandse opdrachtgever als zij niet volledig aan de voorwaarden van de WagwEU voldoen.

Brexit

Per 31 januari 2020 heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten. De transitieperiode die een overgangstermijn bood ter voorbereiding op de gevolgen van Brexit, loopt op 31 december 2020 af. Op het moment van het finaliseren van dit schrijven is er nog geen akkoord bereikt tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk. Beoordeel daarom of u voor uw werknemers de juiste werkautorisaties heeft na 1 januari 2021. Het is daarnaast aan te raden om te analyseren welke impact Brexit heeft op de sociale zekerheidspositie van uw werknemers die zowel in Nederland als het Verenigd Koninkrijk werken.

© 2021 Meijburg & Co is een Nederlandse maatschap van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij de wereldwijde KPMG organisatie van onafhankelijke entiteiten verbonden aan KPMG International Limited, een Engelse private company limited by guarantee.
Alle rechten voorbehouden.