Multilateraal instrument: Waar staan we nu?

28 april 2020
MLI

Het MLI is een instrument dat in het leven is geroepen door de OESO. Bijna de helft van alle landen ter wereld doet eraan mee. Het doel van het MLI is simpel: in gevallen waar een belastingverdrag wordt toegepast maar waar men (inmiddels) van mening is dat dit niet meer ‘fair’ is, moet de verdragstoepassing worden ontzegd of gewijzigd. Sinds 1 januari 2020 is het Multilateraal Verdrag (MLI) ingegaan in Nederland. Dit betekent voor veel verdragen dat de toepassing ervan niet meer zo vanzelfsprekend is als voorheen.

Multilateraal instrument MLI en COVID-19;
In een tijd als deze – COVID-19 – gaat de aandacht van veel bedrijven naar andere zaken. Organisaties zien zich geconfronteerd met onverwachte omstandigheden en belastingverdragen staan dan niet direct bovenaan de lijst. Bij veel bedrijven ligt op dit moment de prioriteit bij het optimaliseren van de liquiditeit. Cash moet snel kunnen worden verplaatst naar de plekken in de organisatie waar deze het hardst nodig is. Bronbelastingen zijn hierbij een onwelkome negatieve cashflow, zeker wanneer er geen mogelijkheden (meer) blijken te zijn voor verlaging onder een bepaald belastingverdrag.

Stel uzelf daarom de vraag: maakt uw organisatie gebruik van een verdrag, weet u zeker dat dit nog mag?

Dat er momenteel andere zaken prioriteit genieten boven het MLI is heel begrijpelijk. Wilt u niet voor onaangename verrassingen komen te staan, ook als de COVID‑19‑storm straks weer is gaan liggen? Vraag dan uw belastingadviseur om een eerste overzicht op te stellen in hoeverre uw situatie geraakt wordt door het MLI.

Wij hebben voor u al kort uiteengezet wat de eerste merkbare effecten zijn van het MLI. Waar moet u op letten en hoe kunt zich als organisatie wapenen tegen deze nieuwe wet? Om u wegwijs te maken in de wirwar van deze nieuwe regelgeving hebben wij de belangrijkste aandachtspunten met betrekking tot het MLI voor u samengevat en tevens een overzicht gemaakt van handige ‘tools’ die u in de praktijk kunt gebruiken.

1. Waar en per wanneer is het MLI van toepassing?

Het MLI maakt inmiddels onderdeel uit van belastingverdragen met de volgende landen: Australië, Canada, Finland, Frankrijk, Georgië, India, IJsland, Israël, Japan, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk, Noorwegen, Rusland, Servië, Singapore, Slowakije, Slovenië, de Verenigde Arabische Emiraten, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

De inwerkingtredingsdatum kan per land en per soort belasting verschillen. Op deze pagina is een overzicht opgenomen waarin u alle data kunt terugvinden. Eenzelfde soort overzicht is gepubliceerd door het Ministerie van Financiën. Als stelregel kunnen we hanteren dat voor bronbelastingen het MLI inmiddels geldt voor alle genoemde landen, met uitzondering van Letland (1 januari 2021), Zweden en Rusland.

Belangrijk om te onthouden is dat een groot aantal verdragen niet is aangemerkt voor het MLI, omdat deze nog worden heronderhandeld. De verwachting is dat daarin gelijke bepalingen als in het MLI zullen staan. Belangrijke voorbeelden zijn België en Polen.

2. De principal purpose test (PPT)

De ‘principal purpose test’ (PPT) is de algemene antimisbruikbepaling van het MLI en tevens de bepaling die de meeste impact zal gaan hebben: indien het verkrijgen van verdragsvoordelen een van de voornaamste motieven van een constructie of transactie is worden de verdragsvoordelen niet toegekend, tenzij het toekennen daarvan in lijn is met doel en strekking van de relevante verdragsbepaling. Over de uitleg en interpretatie van de PPT in de diverse landen bestaat nog veel onduidelijkheid. De vrij lichte subjectieve toets (‘een van de voornaamste motieven’) maakt de PPT een gemakkelijk in stelling te brengen argument voor belastingdiensten om (vermeend) verdragsmisbruik mee te bestrijden. In OESO-verband zijn echter enkele voorbeelden gegeven die houvast bieden over de interpretatie van de PPT.

3. Dual residency bepaald aan de hand van MAP-procedure

De fiscale vestigingsplaats van een ‘dual resident’ zal voortaan worden bepaald op basis van een ‘mutual agreement procedure’ (MAP). Zolang deze procedure niet is afgerond, kunnen de verdragsvoordelen in beginsel niet worden toegepast. Nederland heeft onlangs de scherpe kantjes van deze bepaling afgehaald, door onder andere te bepalen dat wanneer de woonplaats op basis van het bestaande verdrag reeds is bepaald, er niet opnieuw een verzoek tot onderling overleg hoeft te worden gestart. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden.

4. Aanpassingen aan het begrip vaste inrichting

Het MLI past het vaste-inrichtingsbegrip aan conform de definities die uit BEPS-Actiepunt 7 volgen. Nederland heeft een belangrijk voorbehoud gemaakt voor de bepalingen die zien op het tegengaan van het kunstmatig ontlopen van een vaste inrichting door middel van commissionairstructuren. Nederland zal deze bepaling pas toepassen als er duidelijke regels zijn over de winsttoerekening aan ‘Agency PE’s’ of als sprake is van een effectieve conflictresolutie met voldoende MLI-partners. Het voorbehoud geldt niet voor de andere MLI-bepalingen die betrekking hebben op vaste inrichtingen. Denk aan de bepalingen die zien op het splitsen van contracten, de vaste inrichting in een derde land en de verbijzonderingen rondom voorbereidende en hulpwerkzaamheden en de antifragmentatiebepalingen.

5. 12-maandshoudsterperiode voor verlaagde bronbelasting op dividenden

Nederland heeft ervoor gekozen om artikel 8 van het MLI toe te passen. Als gevolg daarvan is bij matchende verdragen een verlaagd bronbelastingtarief alleen toegestaan indien aan een houdsterperiode van 365 dagen is voldaan. Wanneer Nederland het uitkerende lichaam is, zal deze bepaling niet veel belang hebben, gelet op de brede nationale inhoudingsvrijstelling in de dividendbelasting die geen houdsterperiode kent. Wanneer Nederland het ontvangende land is, kan de houdsterperiode wel van belang zijn. De 365-dagenperiode hoeft overigens niet noodzakelijk voorafgaand aan het dividend te zijn vervolmaakt. Hier kan ook na de uitkering door de deelneming aan worden voldaan. Hoe in de praktijk wordt omgegaan met inhouden c.q. teruggaaf in het bronland is echter nog onduidelijk.

6. Heffingsrecht over vermogenswinsten op vastgoedvennootschappen

Nederland heeft ervoor gekozen om de vermogenswinst die behaald wordt bij de verkoop van aandelen in een vastgoedvennootschap in het land te laten plaatsvinden waar het vastgoed is gesitueerd. Voor vastgoedstructuren die zijn opgericht met als doel het vastgoed via (onbelaste) aandelentransacties te kunnen verkopen, kunnen de heffingsrechten dus drastisch gewijzigd zijn. Het is uiteraard de vraag of structuren die zijn opgezet met het doel om het heffingsrecht over een dergelijke vermogenswinst onbelast in Nederland te laten vallen niet sowieso al geraakt worden door de PPT.

Mocht u naar aanleiding van het voorgaande vragen hebben overhet Multilateraal instrument (MLI) en COVID-19 of wenst u advies op maat? Onze adviseurs staan u graag bij om uw vragen te beantwoorden of voor het opstellen van een eerste overzicht in hoeverre uw situatie geraakt wordt door het MLI.

© 2020 Meijburg & Co, Tax & Legal, is een samenwerkingsverband van besloten vennootschappen, staat ingeschreven in het Handelsregister onder nummer 53753348
en is aangesloten bij KPMG International Cooperative ("KPMG International"), een Zwitserse entiteit. Alle rechten voorbehouden.