Bron: BTW-bulletin 2018/51
Auteur: Irene Reiniers en Floor Weeber
Publicatiedatum: 18 juni 2018 

In dit artikel bespreken de auteurs de zaak van een hogeschool waarin de Hoge Raad op 23 februari 2018 arrest heeft gewezen. De centrale vraag daarbij was hoe het recht op aftrek van voorbelasting op algemene kosten moet worden berekend. De Hoge Raad oordeelde dat de rijksbijdragen die de hogeschool ontvangt niet meegenomen hoeven te worden in de omzet-pro-rataberekening voor de bepaling van het recht op aftrek van voorbelasting op algemene kosten. Verder oordeelde de Hoge Raad dat de staatssecretaris onvoldoende had aangetoond dat van de omzetmethode moet worden afgeweken.

Het arrest betreft een positieve uitspraak voor hogescholen, universiteiten en andere onderwijsinstellingen die economische activiteiten verrichten en in dat verband ook onbelaste bijdragen ontvangen.

De auteurs zetten in hun artikel eerst de casus uiteen, waarna zij verder ingaan op de kwalificatie van het onderwijs als economische activiteit en de berekening van het recht op aftrek.