Bron: Weekblad voor Fiscaal Recht 2015/45, blz. 45-54
Auteurs: Rahiela Abdoelkariem en Frank Prinsen

In dit artikel gaan de auteurs in op de afbakening van de belastingplicht van hoofdhuis en vaste inrichting voor de BTW in een grensoverschrijdende situatie. De concrete vraag die zij bespreken is of het onder omstandigheden denkbaar is dat een vaste inrichting voor de heffing van BTW als een zelfstandig belastingplichtige kan worden aangemerkt, ondanks de juridische eenheid met het hoofdhuis.

In aansluiting daarop behandelen de auteurs de vraag of de verhouding tussen hoofdhuis en vaste inrichting wijzigt indien een van beide onderdeel is van een fiscale eenheid BTW. In samenhang daarmee bespreken zij de behandeling van internationale kostendoorberekeningen tussen hoofdhuis en vaste inrichting mede in het licht van de onlangs gepubliceerde International VAT/GST Guidelines.