Bron: Weekblad voor Fiscaal Recht 2015/78, blz. 78-82
Auteur: Isabella de Groot

In dit artikel gaat de auteur in op de zaak-Kronos, die voorlag bij het Europese Hof van Justitie. Daarin was in geschil of de voormalige Duitse regelgeving, op basis waarvan (onder voorwaarden) voor binnenlandse dividenden de ‘full‑creditmethode’ werd toegepast en voor buitenlandse dividenden de vrijstellingsmethode, in strijd was met de vrijheid van kapitaalverkeer.

De auteur behandelt in dit artikel de verhouding tussen enerzijds deze uitspraak en anderzijds de eerder gewezen jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie over vrijstellings- en verrekeningsmethoden en verliesverrekening. Daarnaast wijst zij op tegenstrijdigheden in de uitspraak en geeft aan wat volgens haar een correcter oordeel zou zijn geweest. De auteur is van mening dat het Europese Hof van Justitie zichzelf niet alleen tegenspreekt in deze zaak, maar dat zijn oordeel op bepaalde punten ook niet in lijn met andere rechtspraak ligt.

Al met al had het Europese Hof van Justitie er naar de mening van de auteur het beste aan gedaan om in deze zaak te erkennen dat de vrijstellings- en de verrekeningsmethode niet gelijkwaardig zijn, maar dat er vanwege het behoud van de evenwichtige verdeling van de heffingsbevoegdheid voor Kronos geen recht bestaat op teruggaaf van buitenlandse winstbelasting.