Op 21 februari 2019 is het consultatiedocument van het wetsvoorstel Modernisering personenvennootschappen verschenen (‘wetsvoorstel’). De huidige wetgeving die ziet op personenvennootschappen stamt uit de 19e eeuw en beantwoordt volgens de wetgever onvoldoende aan de behoefte van hedendaagse gebruikers. Sinds het verschijnen van de huidige regeling zijn er twee vergeefse pogingen ondernomen om de wetgeving te vernieuwen. Het laatste ontwerp is in 2011 ingetrokken door de minister van Justitie. In 2016 is er een rapport verschenen van de Werkgroep personenvennootschappen, bestaande uit juristen en fiscalisten afkomstig uit de praktijk, de wetenschap en het bedrijfsleven. Dit rapport vormt in belangrijke mate de basis voor het huidige wetsvoorstel. Opvallend aan het voorstel is dat er geen regeling is opgenomen voor fusie, splitsing en omzetting.

Doel van het conceptwetsvoorstel

Met dit wetsvoorstel heeft de wetgever voornamelijk beoogd de wetgeving waar mogelijk aan te laten sluiten bij de behoeften van de huidige praktijk. Daarbij wil hij ondernemerschap faciliteren, zekerheid bieden aan het handelsverkeer en in passende bescherming voorzien voor zowel vennoten als degenen die met de vennootschap handelen.

Belangrijkste gevolgen

In tegenstelling tot de huidige wetgeving voorziet het wetsvoorstel in het bestaan van slechts twee rechtsvormen: de vennootschap en de commanditaire vennootschap (‘cv’). Hieronder bespreken wij de belangrijkste gevolgen van dit wetsvoorstel.

1. Geen notariële akte

Voor het aangaan van een vennootschap en cv is onder het wetsvoorstel geen notariële akte vereist. Dit is een belangrijke wijziging voor de praktijk, omdat rechtspersoonlijkheid zal kunnen worden verkregen zonder tussenkomst van de notaris. Nu bestaat er nog geen wettelijke mogelijkheid om een rechtspersoon op te richten zonder notariële tussenkomst.

2. Rechtspersoonlijkheid

Het wetsvoorstel stelt als uitgangspunt dat personenvennootschappen rechtspersoonlijkheid toekomt. Hierdoor kunnen goederen worden verkregen op naam van de vennootschap. Inschrijving van de vennootschap in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is, behalve voor de cv, in beginsel niet verplicht. Deze verplichting tot inschrijving voor de cv blijkt overigens niet duidelijk uit het wetsvoorstel. Voor de bevoegdheid tot het verkrijgen van nalatenschappen en registergoederen is inschrijving wel vereist. Een niet-ingeschreven vennootschap kan geen registergoederen verkrijgen en geen erfgenaam zijn.

3. Vermogen

Het wetsvoorstel codificeert de rechtspraak dat alle personenvennootschappen een afgescheiden vermogen hebben. Uitzondering hierop vormt de vennootschap die niet is ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Indien er wel een gemeenschappelijk vermogen is, dan kwalificeert dit vermogen als een eenvoudige gemeenschap waarop de bepalingen van titel 7 Boek 3 Burgerlijk Wetboek (‘BW’) van toepassing zijn.

4. Toetreding en uittreding

Het wetsvoorstel beoogt toetreding en uittreding op basis van een bestaande vennootschapsovereenkomst te vereenvoudigen. Dit moet de drempel verlagen om een onderneming te drijven via een personenvennootschap. Voor een toetredende vennoot geldt dat hij slechts verbonden zal zijn voor verbintenissen die zijn aangegaan of opeisbaar zijn geworden na zijn toetreden. Voor een uittredende vennoot geldt dat hij gedurende vijf jaar aansprakelijk blijft voor de op het moment van uittreden bestaande verbintenissen (rechtshandeling, wet of onrechtmatige daad) van de vennootschap.

5. Zekerheidsrechten

Het wetsvoorstel geeft een expliciete regeling voor vestiging van een recht van vruchtgebruik of een pandrecht op bepaalde rechten uit de rechtsverhouding tussen vennoot en vennootschap, met name waar het uitkeringsrechten betreft. Beoogd wordt om daarmee de mogelijkheden tot het aantrekken van financiering te vergroten en de verschillen ten opzichte van een besloten vennootschap (‘bv’) te verkleinen.

6. Ontbinding, vereffening en voortzetting

In het wetsvoorstel wordt voor de ontbinding van een vennootschap aansluiting gezocht bij Boek 2 BW. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de vereffening geschiedt door alle vennoten gezamenlijk. Verder maakt dit voorstel het mogelijk dat een overblijvende vennoot de vennootschap voortzet als eenmanszaak. De ontbinding onder voortzetting van activiteiten door een enig overblijvende vennoot levert een overgang onder algemene titel op. Het wetsvoorstel schrijft geen notariële akte voor, maar wel – enigszins afwijkend – dat voor overgang van registergoederen geldt dat eerst de voor levering vereiste voorschriften moeten zijn nageleefd. De wetgever hinkt hier dus nog op twee gedachten.

7. Bestuur, vertegenwoordiging en aansprakelijkheid

Net als in het huidige recht laat het wetsvoorstel het bestuur bij alle vennoten tezamen liggen. Dit is slechts anders voor de cv, waar deze bevoegdheid toekomt aan de beherend(e) vennoot/vennoten. In beginsel is iedere vennoot bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen. Eventuele beperkingen in de vertegenwoordigingsbevoegdheid dienen in het Handelsregister te worden ingeschreven. Daarmee ontstaat ook voor vennoten in de maatschap de mogelijkheid beperkingen aan te brengen in de vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Volgens het wetsvoorstel zijn alle vennoten van een vennootschap hoofdelijk aansprakelijk tot nakoming van de verbintenissen van de vennootschap. Dit geldt voor ingeschreven en niet-ingeschreven vennootschappen. In het wetsvoorstel is een uitzondering gemaakt voor opdrachten die in de overeenkomst van opdracht uitdrukkelijk zijn toevertrouwd aan een van de vennoten. Alleen vennoten die zijn belast met de uitvoering van de opdracht zijn naast de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van die verbintenis.

8. Beheersverbod cv – volmacht

Tot slot voorziet het wetsvoorstel in een mogelijkheid voor een commanditaire vennoot om beheershandelingen te verrichten namens de cv, mits hij daartoe een volmacht heeft verkregen van de andere vennoten. Dit leidt, anders dan naar huidig recht, niet tot overtreding van het beheersverbod met de daarbij horende aansprakelijkheden. Het wetsvoorstel beoogt daarmee de cv tot een meer flexibelere rechtsvorm dan voorheen te maken.

Omzetting, fusie en splitsing

Het wetsvoorstel voorziet niet in een regeling voor omzetting, fusie en splitsing van personenvennootschappen, maar vermeldt slechts ten aanzien van omzetting dat dit in een apart wetgevingstraject zal worden opgenomen. In het rapport ‘Modernisering personenvennootschappen’ van de Werkgroep personenvennootschappen was wel een regeling opgenomen. Die heeft het wetsvoorstel dus niet gehaald. De huidige wettelijke regeling kent geen mogelijkheden voor personenvennootschappen om zich om te zetten, te fuseren of te splitsen. Daarmee is dit wetsvoorstel onvolledig en voldoet het niet geheel aan de in de praktijk levende behoefte tot het mogelijk maken daarvan.

Voortgang

Meijburg Legal houdt de ontwikkelingen omtrent dit wetsvoorstel nauwlettend in de gaten en zal, indien dit nodig wordt geacht, opmerkingen en vragen indienen. Zoals hiervoor al gedeeltelijk omschreven staan er in het wetsvoorstel namelijk een aantal voorstellen waarvoor wellicht betere regelingen denkbaar zijn. De consultatie loopt tot en met 31 mei 2019. Wij houden u van toekomstige ontwikkelingen op de hoogte. Hebt u vragen over dit wetsvoorstel of over personenvennootschappen in het algemeen, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen. 

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat