Op 20 januari 2014 heeft staatssecretaris Weekers van Financiën bij de Tweede Kamer een wijzigingsvoorstel (novelle) ingediend op het wetsvoorstel Verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen, ook wel bekend als het wetsvoorstel Witteveen 2015. De novelle bevat maatregelen uit het in december 2013 gesloten akkoord tussen de fracties van de VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP en de regering over aanpassing van de pensioenen in 2015 waarover wij eerder berichtten (hierna: het pensioenakkoord).

Hieronder een opsomming van de maatregelen uit de novelle:

  • Aanpassing van de maximale opbouwpercentages voor pensioen: het opbouwpercentage voor middelloon wordt vastgesteld op 1,875%. Daarmee kan een deelnemer met 40 jaar opbouw een pensioen realiseren van 75% van het gemiddelde loon. Bij eindloonregelingen wordt het maximale opbouwpercentage 1,657% per dienstjaar.
  • Het maximale pensioengevend inkomen wordt net als in de aanvankelijke voorstellen afgetopt op € 100.000, te verminderen met de AOW-franchise.
  • Voor mensen met hogere inkomens wordt het mogelijk gemaakt om op vrijwillige basis fiscaalvriendelijk bij te sparen. Voor inkomen vanaf € 100.000 zal via een nettolijfrente een oudedagsvoorziening kunnen worden opgebouwd die grosso modo overeenkomt met een pensioenopbouw van 1,875% van het gemiddeld verdiende loon. De premie-inleg wordt betaald uit het nettoloon of het netto-inkomen. Er is dus geen premieaftrek; de lijfrente-uitkeringen zullen onbelast zijn. Fiscaalvriendelijk is verder dat over de opgebouwde waarde geen vermogensrendementsheffing hoeft te worden betaald in box 3. Iedereen met inkomen vanaf € 100.000 kan deelnemen. De nettolijfrente komt in de plaats van de maatregelen uit het wetsvoorstel tot invoering van de pensioen- en lijfrente-excedentregelingen, dat definitief is ingetrokken.
  • De fiscale faciliteiten voor de oudedagsreserve en de verzekerde of bancaire lijfrente worden navenant verlaagd, in lijn met de aanpassingen voor werknemerspensioen.

In het pensioenakkoord wordt verder melding gemaakt van introductie van negen waarborgen om te bewerkstellingen dat het naar beneden bijstellen van de maximale fiscale pensioenopbouw leidt tot een daadwerkelijke daling van de premies. Hiervoor wordt het fundament in de novelle gelegd. Er worden nieuwe informatieverplichtingen voor pensioenfondsen voorgesteld. Pensioenfondsen worden verplicht hun verantwoordingsorgaan, De Nederlandse Bank (DNB), en hun deelnemers te informeren over de samenstelling van de feitelijke pensioenpremie en de hoogte van de componenten waaruit deze is opgebouwd. Meer specifiek moeten de fondsen voorafgaand aan de vaststelling van de pensioenpremie deze informatie opnemen in de adviesaanvraag aan het verantwoordingsorgaan. Nadat de pensioenpremie is vastgesteld, moeten de fondsen de informatie over de samenstelling van de pensioenpremie en de hoogte van de premiecomponenten opnemen in de actuariële en bedrijfstechnische nota, de jaarrekening en het jaarverslag. Daarnaast moeten de fondsen de beheerskosten in het jaarverslag melden. In de novelle wordt verder nog de wettelijke grondslag geïntroduceerd voor de sanctie in het geval van een onevenwichtige premiestelling. De maximale sanctie wordt verhoogd van € 10.000 naar € 1 miljoen.

De volgende onderdelen uit het pensioenakkoord worden niet bestreken door de novelle:

  • Invoering van een vrijwillige collectieve pensioenregeling voor zzp'ers, met flexibiliteit in inleg en uitkering voor de deelnemers. Bij arbeidsongeschiktheid mag het pensioen worden opgenomen. Het pensioenvermogen zal worden beschermd in geval van een beroep op de bijstand. De regeling zal worden uitgevoerd door een beleggingsinstelling.
  • Introductie van de mogelijkheid om het werknemersdeel van de pensioenpremie in te zetten voor aflossing van de eigenwoningschuld (op voorstel van de Reformatorisch Maatschappelijke Unie). Het kabinet zal verkennen hoe dit op zo kort mogelijke termijn zorgvuldig kan worden ingepast. Een uitvoerbaarheidstoets zal daar deel van uitmaken, waarbij ook de voor- en nadelen van verschillende varianten worden bezien.
  • In 2014 zal het kabinet een brede dialoog starten over de toekomst van ons pensioenstelsel op de lange termijn. De Sociaal-Economische Raad (SER) zal worden gevraagd om hierover uiterlijk eind 2014 een advies te geven.

Hoe kan KPMG Meijburg & Co u van dienst zijn?

Op basis van de aanpassingen van de fiscale regels in de novelle zullen veel pensioenregelingen per 1 januari 2015 verder moeten worden aangepast. Deze nieuwe aanpassingen komen bovenop de fiscale aanpassingen die per 1 januari 2014 moesten zijn doorgevoerd (verhoging van de pensioenrichtleeftijd en verlaging van de opbouw). Aanpassing van pensioenregelingen binnen bedrijven neemt tijd in beslag en dient zorgvuldig en tijdig plaats te vinden. In dat kader is het wellicht nuttig om de aandachtspunten van de verschillende aanpassingen per 1 januari 2015 ruim daarvoor al te bespreken met uw belastingadviseur bij KPMG Meijburg & Co.

De pensioengroep van KPMG Meijburg & Co beschikt over ruime expertise en ervaring rondom aanpassing van pensioenregelingen en de fiscale mogelijkheden en onmogelijkheden. Wij kunnen u onder meer ondersteuning bieden bij het fiscaal beoordelen van de huidige pensioenregeling(en) en aanpassingen daarvan, evenals begeleiding bij goedkeuringstrajecten door de Belastingdienst en/of het Ministerie van Financiën.

Wilt u meer informatie over onze pensioenadvisering en over wat wij voor u en uw organisatie kunnen betekenen? Neemt u dan contact op met een van de adviseurs uit de pensioengroep of met uw eigen contactpersoon bij KPMG Meijburg & Co.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat