Volgens een recente uitspraak van Hof Amsterdam (nr. 15/00074) vormen het tegen vergoeding verstrekken van koersinformatie en het verrichten van technische diensten afzonderlijke btw-belaste diensten.

Casus

De Nederlandse belastingplichtige in deze zaak is wereldwijd actief als financiële handelsmaatschappij en marketmaker. Zij koopt hiertoe onder meer de volgende diensten in van verschillende, buiten Nederland gevestigde dienstverrichters: 

  • market data/bid & ask;
  • broker services;
  • software (licenties);
  • koersinformatie;
  • connectivity;
  • rackspace/co-locatie (ook wel uitgelegd als ‘het recht om hardware in een rek of stelling zo dicht mogelijk bij de beurs te plaatsen, zodat een zo snel mogelijke communicatie met de beurs mogelijk is’).

 In deze zaak staat de vraag centraal of deze ingekochte dienstverlening valt onder de btw-vrijstelling inzake (bemiddeling bij) effecten en andere waardepapieren. Daarbij is in geschil of vanuit btw-optiek sprake is van een samengestelde prestatie (standpunt belastingplichtige) of meerdere afzonderlijke (btw-belaste) prestaties (standpunt Belastingdienst). Bovendien is in geschil of de rackspace/co-locatiedienstverlening kan worden beschouwd als een vastgoedgerelateerde dienst, waarvoor in dit geval niet Nederland maar het Verenigd Koninkrijk heffingsbevoegd is.

Beslissing Hof Amsterdam in hoger beroep

Eerder dit jaar oordeelde Rechtbank Noord-Holland in deze zaak dat sprake is van afzonderlijke (in plaats van samengestelde) prestaties, die volgens de rechtbank niet zijn vrijgesteld van btw. Hof Amsterdam gaat in het hoger beroep met name in op de vraag of de eerdergenoemde prestaties op kunnen gaan in andere (btw-vrijgestelde) prestaties. Het hof geeft aan dat dit voor geen van de prestaties het geval is en dat deze dus afzonderlijk moeten worden beoordeeld. Het hof neemt daarbij de volgende hoofdregels in acht en weegt onder meer mee dat de diensten afzonderlijk worden gecontracteerd en gefactureerd: 

  • geen ondeelbare prestatie(s): volgens het hof zijn de verschillende prestaties niet zo nauw met elkaar verbonden dat het kunstmatig is om de prestaties voor de btw te splitsen in afzonderlijke prestaties;
  • geen bijkomstige prestaties: het hof geeft aan dat de verschillende prestaties een zelfstandig doel vormen voor de belastingplichtige en niet slechts een middel om andere prestaties aantrekkelijker te maken.

 Vooral bij de als ‘webtrading’ aangeduide diensten die naast het lidmaatschap van een buitenlandse beurs worden aangeboden kan de vraag worden gesteld of dit inderdaad afzonderlijke diensten zijn. Deze dienstverlening houdt namelijk in dat de procedure van communicatie met de beurs wordt vereenvoudigd en de belastingplichtige in staat wordt gesteld direct op het systeem van de beurs in te loggen.

Tussen de belastingplichtige en de Belastingdienst is voor het hof verder niet in geschil of de prestaties op zichzelf bezien kunnen delen in een btw-vrijstelling. De uitspraak van het hof biedt daarom geen nieuwe inzichten in de eventuele toepassing van de btw-vrijstelling voor handelingen inzake effecten en andere waardepapieren. Wel overweegt het hof dat diensten van informatie en communicatie niet als zodanig zijn vrijgesteld op basis van de zogeheten bankenresolutie van het Ministerie van Financiën.

Tot slot oordeelt het hof dat de rackspace/co-locatiediensten geen vastgoedgerelateerde diensten zijn die belastbaar zijn in het land waar het vastgoed is gelegen. Het gaat om algemene diensten die zijn belast in Nederland. Een rol hierbij speelt onder meer dat de belastingplichtige geen fysieke toegang tot het vastgoed heeft.

Gevolgen

De belastingplichtige is volgens het hof Nederlandse verlegde btw verschuldigd ter zake van de bovengenoemde dienstverlening, ingekocht van buiten Nederland gevestigde dienstverrichters. Omdat de belastingplichtige als financiële handelsmaatschappij en marketmaker een beperkt recht op aftrek van btw zal hebben – gelet op de btw-vrijgestelde prestaties die zij verricht – vormt deze verlegde btw een kostenpost.

Wij hebben begrepen dat de belastingplichtige inmiddels beroep in cassatie heeft ingesteld.

Wat kunt u nu doen?

Op zich zijn de hoofdcriteria op basis waarvan het hof toetst of de diensten voor de btw kwalificeren als een of meerdere prestaties geen verrassing. Onze ervaring is echter dat het niet eenvoudig is deze criteria door te vertalen naar de praktijk, omdat dit zeer feitelijke kwesties betreft.

In dit soort gevallen is het daarom raadzaam om (in een zo vroeg mogelijk stadium) de btw-gevolgen van een (concept)contract te analyseren en deze desgewenst af te stemmen met de Belastingdienst. Door er op tijd bij te zijn en de situatie nauwkeurig te beoordelen is het in voorkomende gevallen wel mogelijk om een btw-vrijstelling te realiseren.

Indien u diensten op het gebied van de handel in financiële instrumenten afneemt of verleent, dan adviseren wij u om na te gaan wat de mogelijke impact van deze uitspraak is op uw btw-positie. Mocht u bijvoorbeeld, net als de belastingplichtige in deze zaak, effecten verhandelen op een buiten de Europese Unie gevestigde beurs, dan kunt u mogelijk een deel van de eventueel naar u verlegde btw in aftrek brengen.

Afhankelijk van de feitelijke en contractuele mogelijkheden is het overigens denkbaar dat co-locatie wel kwalificeert als van btw vrijgestelde verhuurdienst, wat voor de afnemer met een beperkt recht op btw-aftrek een kostenbesparing zou kunnen opleveren.

Uiteraard kunnen de adviseurs van de Indirect Tax Financial Services Group van Meijburg & Co u daarbij van dienst zijn. Zij hebben hier uitgebreide ervaring mee. Neemt u gerust contact op met een van hen of met uw gebruikelijke adviseur.