Op 25 juni 2013 heeft de OESO het document ‘OECD Model Tax Convention: Tax Treaty Treatment of Termination Payments’ op haar website gepubliceerd, waarna op 15 juli 2014 de voorgestelde wijzigingen zijn aanvaard. Aangezien het OESO-Modelverdrag voor veel landen als basis dient bij verdragsonderhandelingen en van belang is bij de uitleg en toepassing van reeds overeengekomen belastingverdragen, kunnen deze wijzigingen van belang zijn. Hieronder gaan wij in op de wijzigingen voor de belastingheffing over ontslagvergoedingen in internationaal verband.

Ontslagvergoedingen in grensoverschrijdende situaties

Het Commentaar op artikel 15 OESO-Modelverdrag (artikel dat de allocatie van het heffingsrecht over inkomsten uit niet-zelfstandige arbeid regelt) is aangepast en uitgebreid voor ontslagvergoedingen in grensoverschrijdende situaties. De wijziging die ziet op de fiscale behandeling van ontslagvergoedingen heeft voor de Nederlandse praktijk belangrijke gevolgen.

Wijziging toewijzing heffingsrecht

Als gevolg van de wijzigingen ten aanzien van de fiscale behandeling van ontslagvergoedingen gelden met ingang van 15 juli 2014 de aanwijsregels zoals neergelegd in het Commentaar bij artikel 15 van het OESO-Modelverdrag. De nationale regelgeving over de behandeling van ontslagvergoedingen in internationaal verband zoals wij die thans kennen, komt hiermee te vervallen.

De aanpassingen en toevoegingen op het Commentaar hebben ertoe geleid dat een ontslagvergoeding in algemene zin wordt geacht verband te houden met de werkzaamheden verricht in de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging van de dienstbetrekking. Allocatie van de ontslagvergoeding zal dus in het algemeen plaatsvinden naar rato van de tewerkstelling in de landen waar de werknemer in de laatste twaalf maanden voorafgaand aan de beëindiging van de dienstbetrekking zijn werkzaamheden heeft verricht. Dit is een breuk ten opzichte van de huidige jurisprudentie, waarbij het heffingsrecht in principe toekomt aan het land waar de werknemer heeft gewerkt in het jaar van ontslag en de vier daaraan voorafgaande jaren en bovendien als aanvullende eis wordt gesteld dat doorbelasting van de kosten van het ontslag moet plaatsvinden. In bijzondere gevallen kan de verdeling van de heffingsbevoegdheid tussen landen op andere wijze plaatsvinden; er is een aantal uitzonderingen gemaakt voor specifieke betalingen.

Bron: OECD, 2014 update to the OECD Model Tax Convention