Rechtbank Noord-Holland deed vorige week uitspraak in een van de proefprocedures tegen de crisisheffing. Op 9 december 2014 deed de rechtbank ook uitspraak in de proefprocedure die door Meijburg & Co wordt gevoerd. In de door Meijburg gevoerde proefprocedure gaat het om de crisisheffing over 2013 en 2014.

Uitspraak van de rechtbank van 9 december 2014

De rechtbank acht de crisisheffing 2013 en 2014 in het algemeen niet in strijd met bepalingen in de Wet op de loonbelasting 1964 of met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM). Daarbij oordeelt de rechtbank dat de wetgever een ruime beoordelingsmarge heeft en dat het niet de taak van de rechter is om de redelijkheid van een wettelijke regeling te beoordelen. De wetgever is in zijn keuze niet buiten zijn ruime beoordelingsmarge getreden, aldus de rechtbank. De wettelijke basis voor de heffing is een grondslag die in 2012 in materiële zin is ontstaan. In veel gevallen zal van een overschrijding van het drempelbedrag van € 150.000 voor 26 april 2012 geen sprake zijn. Dan is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van materieel terugwerkende kracht.

In deze zaak heeft de belastingplichtige echter in maart 2012 en in januari 2013 naast het reguliere salaris bonussen uitbetaald. De bonus in maart 2012 was meer dan € 150.000. De rechtbank oordeelt, kort gezegd, dat voor zover incidentele betalingen die voor 26 april 2012 (crisisheffing 2013) of voor 1 maart 2013 (crisisheffing 2014) zijn gedaan boven de € 150.000 uitkomen, deze buiten de berekening van de crisisheffing moeten blijven omdat ten aanzien van die betalingen de ‘fair balance’ is geschonden. Ten tijde van de betaling van deze incidentele beloningen was immers niet te voorzien dat daarover een extra belastingverplichting zou ontstaan. De rechtbank oordeelt vervolgens dat de heffing moet worden verminderd met het bedrag aan crisisheffing over de incidentele betaling.

Conclusie

De procederende partijen hebben afgesproken dat in deze proefprocedures direct het oordeel van de Hoge Raad zal worden gevraagd. De uiteindelijke uitkomst geldt ook voor belastingplichtigen die tegen de afdracht van crisisheffing bezwaar hebben gemaakt en die een vaststellingsovereenkomst hebben getekend. Als dit oordeel in stand blijft, zal de crisisheffing ook voor die belastingplichtigen worden verminderd als zij in 2012 of 2013 bonussen hebben betaald die voor 26 april 2012 of 1 maart 2013 meer dan € 150.000 bedroegen.