Op 22 november 2013 heeft De Hoge Raad geoordeeld dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit ter zake van de schenk- en erfbelasting (hierna: BOF) niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Naar aanleiding van een uitspraak van rechtbank Breda – die kortweg oordeelde dat de BOF verkrijgers van niet-ondernemingsvermogen discrimineert – zijn vijf proefprocedures gestart waarin de vraag aan de orde kwam of de BOF inderdaad een verboden discriminatie inhoudt. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat het onderscheid in heffing tussen ondernemingsvermogen en niet-ondernemingsvermogen geen verboden discriminatie is. Een directe reactie van de wetgever in de vorm van een versobering van de huidige faciliteit ligt hierdoor niet voor de hand.

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit

De BOF is door de wetgever in het leven geroepen om liquiditeitsproblemen door de heffing van schenk- en erfbelasting bij verkrijging van ondernemingsvermogen te voorkomen. In verband hiermee is 100% van de waarde van het verkregen ondernemingsvermogen vrijgesteld tot een bedrag van EUR 1.028.132 (voor het jaar 2013). Voor het meerdere geldt een vrijstelling van 83%. De BOF geldt alleen voor degenen die ondernemingsvermogen verkrijgen en niet voor verkrijgers van niet-ondernemingsvermogen.

Verloop van de procedure

De vijf proefprocedures waarin door de Hoge Raad op 22 november 2013 arrest is gewezen, zijn gestart naar aanleiding van een uitspraak van rechtbank Breda. Op 13 juli 2012 oordeelde deze rechtbank onverwacht dat de BOF in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat verkrijgers van niet-ondernemingsvermogen zouden worden benadeeld ten opzichte van verkrijgers van ondernemingsvermogen. Zij kunnen namelijk geen gebruik maken van de vrijstelling. Naar aanleiding van deze uitspraak zijn duizenden bezwaarschriften ingediend bij de Belastingdienst en zijn vijf proefprocedures gestart. Onlangs concludeerde Advocaat-Generaal IJzerman nog dat de BOF in strijd is met het internationale gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod, voor zover de toepassing hiervan leidt tot een vrijstelling hoger dan 75%.

De Hoge Raad kan zich echter niet vinden in deze conclusie, noch in de uitspraak van rechtbank Breda en oordeelt dat het internationale gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden door de BOF, omdat aan de faciliteit gerechtvaardigde doelstellingen ten grondslag liggen en de BOF overigens niet van redelijke grond is ontbloot.

Afhandeling aanslagen

Staatssecretaris Weekers van Financiën heeft inmiddels aangegeven dat door deze beslissing van de Hoge Raad alle aanslagen die onder de massaal bezwaar regeling vallen in stand blijven. Binnenkort zal voor alle lopende bezwaren één collectieve uitspraak op bezwaar worden gedaan.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat