Een percentage van de WOZ-waarde van de woning wordt beschouwd als inkomsten uit de eigen woning, het zogenoemde eigenwoningforfait (EWF). Momenteel bedraagt het EWF 0,75% voor de meeste woningen. De hypotheekrente kan in mindering worden gebracht op deze inkomsten, waardoor dit bij de meeste woningeigenaren leidt tot een aftrek in de inkomstenbelasting. De Hillen-aftrek regelt dat belastingplichtigen die hun hypotheekschuld (bijna) volledig hebben afgelost en dus (bijna) geen rente meer betalen, een aftrekpost ontvangen welke gelijk is aan het EWF (minus de eventueel nog resterende rente). Hierdoor is per saldo geen inkomstenbelasting verschuldigd over de eigen woning indien het EWF hoger is dan de aftrekbare hypotheekrente. 

De Hillen-aftrek wordt per 1 januari 2019 in dertig jaar in gelijke stappen uitgefaseerd. In 2019 wordt de aftrek dus nog maar voor 96 2/3% in aanmerking genomen. Dit betekent dat woningeigenaren zonder of met een geringe hypotheeklening jaarlijks steeds meer inkomstenbelasting betalen over hun woning. De hoogte hiervan hangt af van het van toepassing zijnde marginale inkomstenbelastingtarief alsmede de WOZ-waarde van de eigen woning. 

Voorbeeld

Voor een afgeloste eigen woning met een WOZ-waarde van € 300.000 stijgt het belastbare inkomen van de woningeigenaar per jaar met € 75 als we met het huidige EWF van 0,75% rekenen. Over 30 jaar is het belastbare inkomen uit de eigen woning jaarlijks € 2.250. 

Voor afgeloste woningen boven de € 1.060.000 (jaarlijks geïndexeerd) geldt een hoger EWF, momenteel 2,35% van de WOZ waarde voor zover deze hoger is dan € 1.060.000. Bij een woning van € 2.000.000 betekent dit dat het belastbare inkomen van de woningeigenaar per jaar met ongeveer € 1.000 stijgt. Over 30 jaar is het belastbare inkomen uit de eigen woning jaarlijks € 30.040.