Op 25 juni 2015 is de conclusie van advocaat-generaal (A-G) Wattel van de Hoge Raad in een van de zaken over de crisisheffing gepubliceerd. De crisisheffing was de heffing die werkgevers in 2013 en 2014 moesten afdragen over loon dat in 2012 en 2013 hoger was dan € 150.000. In deze zaken wordt door de belastingplichtigen betoogd dat de crisisheffing in strijd is met bepalingen in de Wet op de loonbelasting 1964, met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM (het recht op ongestoorde eigendom) en met het gelijkheidsbeginsel. De A-G concludeert dat de crisisheffing niet met terugwerkende kracht mag worden opgelegd.

Tegenstrijdige uitspraken lagere rechters

Over deze kwestie wordt een aantal proefprocedures gevoerd. Eerder oordeelden Rechtbank Noord-Holland, Hof Amsterdam, Rechtbank Den Haag en Hof Den Haag over deze zaken. Rechtbank Noord-Holland oordeelde kort gezegd dat de crisisheffing voor 25 april 2012 niet voorzienbaar was en dat over incidentele betalingen van meer dan € 150.000 die voor 25 april 2012 zijn gedaan de crisisheffing in strijd was met artikel 1 van het Eerste Protocol (EP) bij het EVRM. De andere rechters oordeelden juist dat de wetgever met de crisisheffing niet buiten zijn ruime beoordelingsmarge is getreden en dat de heffing niet in strijd is met artikel 1 EP, bepalingen in de Wet op de loonbelasting 1964 en het gelijkheidsbeginsel.

A-G: terugwerkende kracht niet gerechtvaardigd

In een procedure voor de Hoge Raad concludeert de A-G dat sprake is van terugwerkende kracht en dat die terugwerkende kracht om diverse redenen niet kan worden gerechtvaardigd. De crisisheffing is daarom wel een schending van artikel 1 EP, aldus de A-G. De werking van de crisisheffing mag niet verder teruggaan dan tot 25 mei 2012. Op die datum is naar de mening van de A-G de crisisheffing pas voldoende aangekondigd. De A-G is daarbij van oordeel dat de crisisheffing niet kan plaatsvinden over het loon vóór 25 mei 2012 voor zover dat meer is dan € 150.000. De A-G maakt geen onderscheid tussen incidenteel loon en regulier loon.

Gevolg voor de praktijk

De conclusie van de A-G is goed nieuws voor de vele belastingplichtigen die bezwaar hebben gemaakt tegen de crisisheffing. Uiteraard moet nog wel het definitieve oordeel van de Hoge Raad worden afgewacht.