Op 19 november 2013 heeft de Tweede Kamer het Belastingplan 2014 aangenomen. Het Belastingplan 2014 bevat onder andere het vervallen van de stamrechtvrijstelling en een kortingsregeling voor de afkoop van bestaande stamrechten. In verband met het vervallen van de stamrechtvrijstelling is in overgangsrecht voorzien voor op 31 december 2013 bestaande stamrechten. Onder voorwaarden is toepassing van het overgangsrecht ook mogelijk bij ontslag in 2014. Om gebruik te kunnen maken van het overgangsrecht moeten op 31 december 2013 de aard en omvang van de vrijgestelde stamrechtaanspraak voldoende bepaald of bepaalbaar zijn; uit de overeenkomst moet blijken dat het bedrag ter financiering van de aanspraak bij een in de wet aangewezen aanbieder wordt ondergebracht; en de ontslagdatum moet vaststaan.

Aard en omvang voldoende bepaald of bepaalbaar

Voor 1 januari 2014 moet een vaststellingsovereenkomst tussen de werknemer en de werkgever zijn opgemaakt en ondertekend waaruit blijkt dat de werkgever aan de werknemer een aanspraak toekent op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon. Alleen een uitkering ter vervanging van gederfd of te derven loon kan worden gebruikt voor het aankopen van een stamrecht. Hieronder valt niet een (na)betaling van loon, vakantiegeld, tantième of gratificatie. De aanspraak mag niet later ingaan dan op 31 december van het jaar waarin de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Daarnaast moet het bedrag dat wordt aangewend als koopsom voor het stamrecht vaststaan op 31 december 2013, maar het hoeft nog niet te zijn overgemaakt.

Bij wet aangewezen aanbieder

Uit de overeenkomst tussen de werknemer en de werkgever moet blijken dat de aanspraak wordt ondergebracht bij een professionele verzekeraar, een stamrecht-bv of een bank. De stamrechtuitkering moet bovendien zijn bestemd voor wettelijk aangewezen begunstigden. De werkgever voldoet aan deze voorwaarden als hij met de werknemer is overeengekomen dat de ontslaguitkering alleen kan worden aangewend als koopsom van een aanspraak die voldoet aan de voorwaarden die zijn gesteld in de Wet op de loonbelasting 1964.

Ontslagdatum staat vast op 31 december 2013

Het ontslag moet zijn aangezegd in 2013 en de ontslagdatum moet op 31 december 2013 vaststaan. Dit betekent niet dat de ontslagdatum in 2013 moet zijn gelegen, dat mag ook uiterlijk in de eerste helft van 2014. De dienstbetrekking moet binnen een korte termijn na het vaststellen van de ontslagdatum worden beëindigd. Van een korte termijn is in ieder geval sprake als het gaat om de wettelijke opzegtermijn, met een maximum van een halfjaar.

Kortingsregeling voor bestaande stamrechten

Wij benadrukken dat het overgangsrecht niet ziet op de kortingsregeling voor de afkoop van bestaande stamrechten. Belastingplichtigen met bestaande stamrechten hebben in 2014 de keuze om zonder heffing van revisierente het stamrechttegoed in één keer op te nemen (volledige afkoop).

Bij volledige afkoop in 2014 wordt slechts 80% van het tegoed in de heffing betrokken. De ontslagvergoeding moet dan wel vóór 15 november 2013 zijn overgemaakt. Stamrechten gevormd onder het overgangsrecht kunnen hier dus geen gebruik van maken.

Het vervolg

Nu de Tweede Kamer het wetsvoorstel heeft aangenomen, zal de Eerste Kamer zich erover buigen. Omdat de beoogde planning door de Tweede Kamer is gehaald, ligt het in de lijn der verwachting dat de plenaire behandeling (met stemming) in de Eerste Kamer op 16 en 17 december 2013 zal plaatsvinden. Wij houden u uiteraard op de hoogte.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat