De voorgestelde maatregelen zien op de onderdelen transparantie, proces en inhoud in het kader van de afgifte van alle rulings met een internationaal karakter. 

Transparantie en proces

Het proces van afgifte van een ruling door de Belastingdienst zal transparanter en eenduidiger worden vormgegeven. Alle rulings met een internationaal karakter die worden aangevraagd zullen ter beoordeling voortaan in ieder geval ook langs één centraal team gaan, het nieuw te vormen College Internationale Fiscale Zekerheid. Op dit moment wordt de werkwijze van een centraal team met een zogenoemde tweede handtekeningzetter (alleen) toegepast bij bepaalde type rulings (Advance Pricing Agreements, APA’s en/of Advance Tax Rulings, ATR’s). 

Ook worden er maatregelen genomen die voorzien in de behoefte om meer openbare informatie te geven over rulings met een internationaal karakter. Zo gaat de Belastingdienst van dergelijke rulings direct na afgifte van de rulings een geanonimiseerde samenvatting publiceren en zal het jaarverslag van de Belastingdienst voortaan betrekking hebben op alle rulings met een internationaal karakter (en niet alleen op APA’s en ATR’s). Daarnaast zal het periodiek onderzoek met onafhankelijke experts worden voortgezet en ook betrekking hebben op alle rulings met een internationaal karakter. 

Inhoud 

Economische nexus

Een belangrijke maatregel vormt de aanscherping van de substance-eisen. In de plaats van de huidige lijst met substance-eisen komt een vereiste van ‘economische nexus’ met Nederland. Het moet gaan om bedrijfseconomische operationele activiteiten die daadwerkelijk in Nederland worden uitgeoefend door voldoende relevant personeel in Nederland. Ook moet de omvang van de operationele kosten die worden gemaakt in verhouding staan tot wat het bedrijf in Nederland doet. De inhoud van het werk moet bovendien passen bij de geldstromen die er in een bedrijf omgaan. 

Motief

Voortaan zal door de Belastingdienst scherper worden gekeken naar het doel van de specifieke structuur waarvoor de ruling wordt gevraagd. Voor structuren met Nederlandse en/of internationale belastingbesparing (dit laatste is nieuw) als doorslaggevende beweegreden zullen geen rulings meer worden afgegeven. 

Daarnaast zullen in de toekomst ook geen rulings meer worden afgegeven over transacties met entiteiten die gevestigd zijn in landen die op de zwarte lijst (van niet coöperatieve landen) staan van de Europese Unie. Het gaat hierbij op dit moment om de volgende jurisdicties: Amerikaans Samoa, Guam, Samoa, Trinidad en Tobago, en de Amerikaanse Maagdeneilanden. Hetzelfde geldt voor transacties met entiteiten die zijn gevestigd in laagbelastende landen. Dit zijn landen zonder winstbelasting of met een statutair tarief van minder dan 9%. 

Voorbeelden economische nexus en motief

In de brief worden vier expliciete voorbeelden gegeven waar op dit moment nog wel, maar in de toekomst geen ruling meer voor wordt afgegeven: 

  1. een renteloze lening met zakelijke renteaftrek in Nederland (op basis van de informeel kapitaal-leer) zonder heffing in het buitenland (motief);
  2. een operationele entiteit met ook een rente/royalty-doorstroomfunctie zonder dat voor deze laatste functie economische nexus met Nederland bestaat;
  3. een multinational met een grote financiële afdeling in het buitenland en twee financiële FTE in Nederland, met een doorstroomfunctie als klaarblijkelijke hoofdtaak in Nederland om zo buitenlandse bronheffing te reduceren (motief en mogelijk economische nexus);
  4. een houdstermaatschappij zonder actieve managementactiviteiten ten aanzien van de deelnemingen, wat onvoldoende economische nexus is. 

Het is aan Belastingdienst om de economische nexus en het motief van de belastingplichtige – in samenhang – op basis van de specifieke omstandigheden van elk geval te toetsen daar waar een ruling in een internationale context wordt aangevraagd. Op basis van deze maatregelen zal de Belastingdienst ook beoordelen waar de geldstromen vandaan komen, welke activiteiten in Nederland worden verricht en waar de geldstromen naartoe gaan. 

Looptijd en vormgeving

Voortaan zal in beginsel voor alle internationale rulings een looptijd van maximaal vijf jaar gelden. Alleen in uitzonderingsgevallen (bijvoorbeeld bij langlopende contracten) kan dit worden verlengd tot tien jaar, zoals op dit moment ook wordt toegepast bij APA’s. 

De vormgeving van rulings met een internationaal karakter wordt strakker, doordat een vaste vorm zal worden gehanteerd. Vooralsnog is alleen bekend dat dit de vorm van een vaststellingsovereenkomst zal zijn. 

Commentaar Meijburg & Co

De maatregelen betekenen in ieder geval dat belastingplichtigen die zich enkel alleen om fiscale redenen in Nederland vestigen en hier verder geen economische nexus hebben geen ruling meer krijgen van de Belastingdienst. Het concept ‘economische nexus’ leidt er naar verwachting toe dat in alle gevallen de drempel voor het verkrijgen van zekerheid vooraf hoger komt te liggen dan op basis van de huidige substance-eisen het geval is. 

Bestaande rulings en rulings afgegeven tot het moment dat de vernieuwing van de rulingpraktijk ingevoerd wordt, worden niet getroffen door het nieuwe beleid. De staatssecretaris beaamt in zijn brief verder dat het niet langer afgeven van een ruling voor bepaalde structuren niet wil zeggen dat deze structuren zullen verdwijnen aangezien de wet niet wijzigt door het niet langer geven van rulings. 

Op 30 januari 2019 vindt in de Tweede Kamer een overleg met staatssecretaris van Financiën plaats over belastingontwijking. Tijdens dit overleg zal ook worden gesproken over de brief over de vernieuwde rulingpraktijk. De staatssecretaris heeft in ieder geval de ambitie uitgesproken om de wijzigingen per 1 juli 2019 door te voeren en gelijktijdig in te laten gaan. Bij de Halfjaarsrapportage van april 2019 zal meer duidelijk worden over de voortgang van de implementatie. 

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat