Op 6 april 2018 is het Ontwerp Uitvoeringsbesluit Wwft 2018 (hierna: het conceptbesluit) gepubliceerd bij de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (hierna: Wwft). In dit conceptbesluit wordt onder meer een nadere invulling gegeven aan het begrip UBO (Ultimate Beneficial Owner). Alhoewel het conceptbesluit specifiek ziet op een nadere invulling voor de Wwft, is het tevens relevant voor het nog in te voeren zogenoemde UBO-register. Beide hebben namelijk hun oorsprong in de Vierde EU-antiwitwasrichtlijn. Er komt géén afzonderlijk UBO-register, maar de UBO-informatie zal onderdeel worden van de gegevens in het Handelsregister. Wij gebruiken echter de ingeburgerde term ‘UBO-register’.

In de nota van toelichting bij het conceptbesluit wordt expliciet gemeld dat het UBO-begrip in het conceptbesluit ook zal gelden voor de UBO-definiëring voor het UBO-register. Het wetsvoorstel om het UBO-register te implementeren wordt nog voor deze zomer verwacht. Daarin zal ook worden opgenomen voor welke entiteiten UBO-informatie moet worden geregistreerd. Dat zullen de hierna te noemen categorieën van juridische entiteiten zijn, maar kunnen ook andere (bijvoorbeeld formeel buitenlandse vennootschappen) zijn.

Uitgangspunten bij het vaststellen van de UBO in het algemeen

Van belang is het uitgangspunt van het conceptbesluit dat iedere entiteit die genoemd wordt in het conceptbesluit één of meer UBO’s heeft. Het gaat daarbij om entiteiten die in het besluit voorkomen. Er worden 5 categorieën van juridische entiteiten onderscheiden, die allemaal hun eigen specifiek UBO-begrip hebben en die hierna afzonderlijk worden behandeld.

Ook is van belang dat er kort gezegd twee typen UBO’s zijn: de economische gerechtigde UBO en de zeggenschaps-UBO. Indien na toepassing van de in het conceptbesluit genoemde regels géén ‘echte’ UBO naar voren komt, dan zal een natuurlijke persoon die behoort tot het hoger leidinggevende personeel als UBO gelden (de pseudo-UBO).

Het concept besluit formuleert regels aan de hand waarvan kan worden bepaald wie ten minste als UBO heeft te gelden. Dat laat onverlet de mogelijkheid dat natuurlijke personen die niet aan de “harde” criteria voldoen, door specifieke rechten of afspraken toch als UBO kunnen kwalificeren.

Gewijzigde UBO-definitie toegespitst op de 5 verschillende categorieën van entiteiten

Het conceptbesluit geeft voor de verschillende categorieën van juridische entiteiten aan wie de UBO is van die juridische entiteit. Hieronder geven we per categorie van entiteiten aan wie in ieder geval als UBO kwalificeert.

  1. BV en NV

De UBO van een BV of NV is in elk geval de natuurlijke persoon die (in)direct eigenaar is van of zeggenschap heeft over de BV of NV via:

  • het direct of indirect houden van meer dan 25% van de aandelen, van de stemrechten of van het eigendomsbelang in de vennootschap, met inbegrip van het houden van toonderaandelen; of
  • andere middelen. Daaronder wordt onder meer begrepen de consolidatievoorwaarden als bedoeld in art. 2:406 BW, maar ook kan gedacht worden aan bijvoorbeeld aandeelhoudersovereenkomsten.
  • Indien twijfel bestaat welke natuurlijke personen als UBO kwalificeren (terugvaloptie) na uitputting van alle mogelijke middelen en op voorwaarde dat er geen gronden voor verdenking bestaan, geen ‘echte’ UBO is achterhaald, of indien er enige twijfel bestaat over de ‘echte UBO’, dan geldt de natuurlijke persoon of personen die behoort of behoren tot het hoger leidinggevende personeel van de vennootschap (de bestuurder) als UBO.

Voor de Wwft geldt dat met BV en NV hier gelijk worden gesteld de SE, de Europese coöperatieve vennootschap alsmede andere juridische entiteiten die vergelijkbaar zijn met de NV of de BV. Of die partijen straks ook in het handelsregister UBO-gegevens moeten publiceren hangt van de implementatiewet af.

Meestal zal dus de aandeelhouder die meer dan 25% van de aandelen bezit als UBO gelden. Duidelijk is dat ook certificaathouders kunnen vallen onder de UBO-definitie, alsmede die natuurlijke personen die via bijzondere aandelen of via bijzondere (aandeelhouders)afspraken gerechtigd zijn tot meer dan 25% van de waarde van de vennootschap of meer dan 25% zeggenschap.

Een uitzondering geldt voor beursvennootschappen en 100% dochtermaatschappijen van beursfondsen, omdat zij de (grotere) aandeelhouders al moeten registreren. Die vennootschappen hebben géén UBO in de zin van het conceptbesluit.

  1. Kerkgenootschappen

Nieuw is dat ook een kerkgenootschap een UBO heeft. De UBO van een kerkgenootschap is de natuurlijke persoon die bij ontbinding van het kerkgenootschap als rechtsopvolger in het statuut van het kerkgenootschap is benoemd; of (terugvaloptie) als deze niet zijn te achterhalen, de natuurlijke personen die als bestuurder staan vermeld in het eigen statuut of in de documenten van de kerkelijke organisatie.

  1. Overige rechtspersonen waaronder stichtingen

De UBO van een overige rechtspersoon is de natuurlijke persoon die uiteindelijk eigenaar is of zeggenschap heeft over de rechtspersoon via het direct of indirect houden van meer dan 25% van het eigendomsbelang. Of degene die meer dan 25% van de stemmen bij besluitvorming over de wijziging van de statuten van de rechtspersoon kan uitoefenen. Of degene die de feitelijke zeggenschap heeft. Als deze personen niet zijn te achterhalen, dan geldt als (pseudo-) UBO, de natuurlijke persoon die behoort tot het hogere leidinggevende personeel van de rechtspersoon.

  1. Personenvennootschappen

Een maatschap, V.O.F. of C.V. (dan wel vergelijke entiteiten, zoals een rederij) heeft als UBO, de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigendom of zeggenschap heeft van meer dan 25% van de personenvennootschap of degene die de feitelijke zeggenschap kan uitoefenen. Onder “eigendom” wordt in ieder geval verstaan het hebben van een recht op uitkering van winst of van reserves, dan wel op een overschot na vereffening. Als het niet mogelijk is deze personen te achterhalen dan geldt via de terugvaloptie als (pseudo-) UBO, de natuurlijke persoon die behoort tot het hogere leidinggevende personeel van de personenvennootschap. Daaronder kunnen de vennoten in een V.O.F., de beherende vennoten van een C.V. en de maten in een maatschap vallen. De commanditaire vennoot is van deze laatste categorie uitgesloten. Voor de duidelijkheid: een commanditaire vennoot kan via het “eigendomscriterium” wel als UBO van een C.V. gelden.

  1. Trusts

Trusts zijn rechtsfiguren die vooral in Angelsaksische landen voorkomen. In Nederland zal deze figuur vrijwel nooit gevestigd zijn. De UBO’s van de trust (de oprichter, trustee, protector en de begunstigden) zullen dus vrijwel nooit in het Nederlandse UBO-register voorkomen. Wel kunnen zij voorkomen in buitenlandse UBO-registers.

Voortgang en slotopmerking

Het conceptbesluit zal in het parlement worden behandeld. Tevens is zoals gezegd aangekondigd dat er nog voor de zomer een aangepast wetsvoorstel komt ter implementatie van het UBO-register.

Tot slot merken wij op dat het bovenstaande geldt voor de bepaling van het begrip UBO in de Nederlandse situatie. De verplichting om een UBO-register te hebben geldt echter voor alle EU-lidstaten. Vele lidstaten hebben al een werkend UBO-register (zoals Frankrijk). Bent u direct of indirect UBO van een buitenlandse juridische entiteit, dan moet u zich wellicht in het buitenland registreren.

Mocht u vragen hebben over het bovenstaande of over de (eventuele) gevolgen van het UBO-register voor uw situatie, dan kunt u contact opnemen met Meijburg & Co en Meijburg Legal. Wij helpen u graag om analyseren wat de impact van het UBO-begrip en het UBO-register zullen zijn voor uw persoonlijke situatie. 

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat