Op 18 juli 2013 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (“HvJ EU”) uitspraak gedaan in de zaak PPG Holdings BV (C-26/12) over de aftrek van btw op kosten die een onderneming maakt met betrekking tot de uitvoering van – defined benefit - pensioenregelingen. Tevens heeft HvJ EU zich uitgesproken over de btw-behandeling van het beheer van het door ondernemingspensioenfondsen bijeengebracht pensioenvermogen.

1. Casus

PPG Holdings BV (“PPG”) biedt een defined benefit-pensioenregeling aan haar werknemers aan. Het pensioenvermogen is afgezonderd in een apart pensioenfonds, om aan de verplichte juridische afzondering onder nationale pensioenwetgeving te voldoen. PPG heeft in het kader van de uitvoering van de pensioenregeling diverse dienstverleners ingeschakeld en de btw op de daarmee gemoeid gaande kosten afgetrokken. De Nederlandse rechter vroeg zich af of:

(i)             PPG de btw op deze kosten in aftrek kon brengen; en

(ii)            het pensioenfonds aangemerkt kon worden als een gemeenschappelijke beleggingsfonds.

2. Het oordeel van het HvJ EU

Het HvJ EU beslist dat de btw op de kosten gemaakt ter uitvoering van de pensioenregelingen voor aftrek in aanmerking komen aangezien er volgens het HVJ EU een rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de kosten en de belaste prestaties van PPG. Dit is volgens het HvJ EU het geval indien de kosten kunnen worden aangemerkt als algemene kosten.

Het HvJ EU is tevens van mening dat pensioenfondsen die een defined benefit-regeling uitvoeren niet zijn aan te merken als een gemeenschappelijk beleggingsfonds. Het beheer van die pensioenfondsen is daarom btw-belast. Het HvJ EU verwijst hierbij naar haar oordeel in de zaak Wheels Common Investment Fund Trustees Ltd case (C-424/11). Zie onze alert van 7 maart 2013.

3. Gevolgen

Ondernemingen met een eigen pensioenfonds kunnen de btw op de kosten, die zijn gemaakt ter uitvoering van de pensioenregeling en de bedrijfsvoering van het pensioenfonds in aftrek brengen overeenkomstig hun aftrekrecht voor algemene kosten.

Omdat pensioenfondsen die een defined benefit-regeling uitvoeren niet kunnen worden aangemerkt als een collectief beleggingsfonds is de btw-vrijstelling voor het (vermogens)beheer van gemeenschappelijk beleggingsfondsen niet van toepassing op (vermogens)beheerdiensten aan dergelijke pensioenfondsen. Gezien de uitspraak van het HvJ EU in de zaak Wheels Common Investment Fund Trustees Ltd (C-424/11) is dit niet verrassend.

4. Wat kunt u doen?

Doorgaans hebben ondernemingspensioenfondsen slechts een beperkt recht op aftrek van btw op kosten die aan het pensioenfonds in rekening zijn gebracht. Volgens het HvJ EU kan de onderneming de btw op kosten in verband met de uitvoering van de pensioenregelingen in aftrek brengen mits de kosten zijn opgenomen in de prijs van belastbare handelingen die door de onderneming worden verricht. Indien de onderneming volledig recht op aftrek heeft, is het dus efficiënter als de onderneming de kosten draagt. Daarbij is het van belang om aandacht te besteden aan de contractuele relaties met de dienstverleners en goed inzichtelijk te maken dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen de gemaakte kosten en de belaste handelingen verricht door de onderneming.

Uiteraard kunnen de adviseurs van de Indirect Tax Financial Services Group van KPMG Meijburg & Co u helpen bij het in kaart brengen van alle btw-gevolgen, het opstellen van bezwaarschriften en het aanscherpen van btw bepalingen. Zij kunnen u ook adviseren hoe u kunt omgaan met en anticiperen op wijzigingen in btw- regelgeving, beleid en jurisprudentie. Zij hebben daar uitgebreide ervaring mee. Neemt u gerust contact op met een van hen of uw gebruikelijke adviseur.

Lees het hele memorandum (pdf)