De nieuwsbrief Lokale belastingen en WOZ besteedt aandacht aan interessante ontwikkelingen en rechtspraak op het gebied van lokale belastingen en WOZ en verschijnt in beginsel driemaal per jaar. Hierbij presenteren wij u de editie van maart 2017.

Naar boven


Inhoud

Naar boven


1. WOZ 2017 is gestart!

In deze periode ontvangt u van de gemeente de nieuwe WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2017. De op deze beschikking vermelde waarde van uw vastgoed is de basis voor diverse belastingen, waaronder de onroerendezaakbelastingen (OZB) en de waterschapsbelastingen. Daarnaast is de WOZ-waarde van belang voor de fiscale afschrijving (vennootschapsbelasting), de erfbelasting en de verhuurderheffing. Wij adviseren u daarom de door de gemeente vastgestelde waarde kritisch te beoordelen. Desgewenst kunnen de specialisten van Meijburg & Co u daarin uiteraard bijstaan. Bezwaar tegen de beschikking is mogelijk binnen zes weken na dagtekening.

Naar boven


2. Recreatiepark een woning?

De afgelopen periode hebben diverse rechters zich gebogen over de vraag of een recreatiepark, doorgaans bestaande uit recreatiewoningen en algemene voorzieningen, in het kader van de OZB als woning of niet-woning moet worden aangemerkt. Voor recreatiewoningen wordt geen gebruikersaanslag OZB opgelegd en veelal is voor de eigenaren een lager belastingtarief van toepassing.

De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat recreatiewoningen bestemd zijn om daarin te verblijven, te slapen en de overige woonfaciliteiten en voorzieningen te gebruiken. Recreatiewoningen zijn op zichzelf beschouwd naar aard en inrichting zowel bestemd als geschikt om enigszins duurzaam voor menselijke bewoning te dienen. Zij zijn daarom aan te merken als woning. De omstandigheid dat permanente bewoning op grond van gemeentelijke voorschriften niet is toegestaan, brengt geen wijziging in de aard en inrichting en daarmee in de bestemming van de woning. Een heel recreatiepark kan dus als woning in de zin van de OZB worden aangemerkt.

Naar boven


3. Verhuurderheffing gewijzigd

De Eerste Kamer heeft eind januari 2017 het wetsvoorstel Wijziging van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II naar aanleiding van de evaluatie van de verhuurderheffing aangenomen. Een aantal onderdelen uit deze wetswijziging treedt per 1 april 2017 in werking. Het gaat dan onder andere om de volgende bepalingen over de heffingsverminderingen:

  • Er wordt een nieuwe vermindering ingevoerd om goedkope nieuwbouw te stimuleren.
  • Gemeenten in de Achterhoek en Noordoost-Friesland worden toegevoegd aan de gebieden waar de vermindering voor sloop en samenvoeging kan worden aangevraagd.
  • De bestaande vermindering voor transformatie naar woningen wordt voortgezet tot en met 2019.

Enkele andere onderdelen, waaronder de wijziging van de heffingsvrije voet van tien naar vijftig woningen, de vrijstelling voor rijksmonumenten en de maximering van de woningwaarde waarover geheven wordt (€ 250.000), treden in werking per 1 januari 2018.  

Naar boven


4. Contact

Wilt u naar aanleiding van deze NieuwsFlits meer informatie? Neemt u dan contact op met uw vaste aanspreekpunt binnen Meijburg & Co of met een van de contactpersonen vermeld op de rechterzijde van deze pagina.

Naar boven