Op 25 oktober 2018 heeft staatssecretaris Snel van Financiën de antwoorden op de Kamervragen over de wetsvoorstellen uit het pakket Belastingplan 2019 (inclusief ATAD1) gepubliceerd. Tevens zijn enkele nota’s van wijziging aan de Tweede Kamer gestuurd. Op 26 oktober 2018 zijn ook de nota’s van wijziging gepubliceerd die het resultaat zijn van de heroverweging van het kabinet van het pakket vestigingsklimaat. Dit betreft onder meer:

  • het verder verlagen van het vennootschapsbelastingtarief en het niet extra verhogen van het aanmerkelijkbelangtarief;
  • het niet afschaffen van de dividendbelasting;
  • het niet invoeren van de conditionele bronbelasting op dividenden;
  • het terugdraaien van de aanpassingen van het fbi-regime;
  • een overgangsregeling bij de beperking in de vennootschapsbelasting van afschrijving van vastgoed in eigen gebruik;
  • een overgangsregeling voor de 30%-regeling;
  • de aanpassing van de spoedreparatie fiscale eenheid;
  • de rekening-courantmaatregel voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s).

Hieronder zetten we de belangrijkste zaken voor u op een rij.

1. Verdere verlaging Vpb-tarief en verhoging box 2-tarief

Het vennootschapsbelastingtarief gaat in de volgende stappen omlaag:

 

Tot en met € 200.000

Boven € 200.000

2019

19%

25%

2020

16,5%

22,55%

2021

15%

20,5%

Het kabinet heeft besloten dat het aanmerkelijkbelangtarief (box 2) niet extra stijgt ondanks de verdere verlaging van het vennootschapsbelastingtarief. Het box 2-tarief wordt de komende jaren:

2020

26,25%

2021

26,9%

2. Niet-afschaffen dividendbelasting / niet invoeren conditionele bronbelasting op dividenden / geen aanpassing fbi’s Nederlands vastgoed

De dividendbelasting wordt niet afgeschaft. De geplande invoering van de conditionele bronbelasting gaat om die reden eveneens niet door. Ook het voorstel dat fiscale beleggingsinstellingen niet meer zouden mogen beleggen in Nederlands vastgoed is daarmee van tafel.

3. Afschrijving vastgoed in eigen gebruik - overgangsregeling

Voorgesteld is dat in de vennootschapsbelasting vanaf 1 januari 2019 op vastgoed in eigen gebruik voortaan tot maximaal 100% van de WOZ-waarde kan worden afgeschreven (is thans 50% van de WOZ-waarde). Deze maatregel is nu voorzien van een overgangsmaatregel voor gebouwen die vóór 1 januari 2019 in gebruik zijn genomen en waarop nog geen 3 jaar is afgeschreven. Die gebouwen mogen nog 3 volledige boekjaren na het jaar van ingebruikname worden afgeschreven met in achtneming van een bodemwaarde van 50% van de WOZ-waarde. Een BV met een boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, die een pand op 1 juli 2018 heeft gekocht, mag de oude afschrijvingsregel dus nog toepassen in de boekjaren 2019, 2020 en 2021.

4. Spoedreparatie fiscale eenheid

Naar aanleiding van een arrest van het Europese Hof van Justitie van 22 februari 2018 zal voor een aantal elementen vanaf 1 januari 2018 moeten worden gedaan alsof de fiscale eenheid vennootschapsbelasting niet bestaat. Eerder was de inwerkingtredingsdatum gepland op 25 oktober 2017, 11.00 uur ’s ochtends. Dat is nu dus verschoven naar 1 januari 2018. Voor de meeste belastingplichtigen betekent dit dat in de aangifte over 2017 geen rekening gehouden hoeft te worden met deze spoedreparatiemaatregelen. Alleen voor belastingplichtigen met een gebroken boekjaar 2017-2018 zal de spoedreparatie wel een rol spelen.

5. Earningsstripping

In onderdeel 1.3.1 van ons memorandum van 18 september 2018 is de voorgestelde earningsstrippingmaatregel besproken. Zoals daar werd opgemerkt zou bij nota van wijziging worden voorzien in een uitzondering voor bestaande Publiek-Private Samenwerking (PPS)-projecten. Deze nota van wijziging is op 25 oktober 2018 ingediend. De uitzondering geldt voor rente ter zake van bij ministeriële regeling aan te wijzen, op 25 oktober 2018 bestaande, langlopende openbare-infrastructuurprojecten waarbij op basis van een geïntegreerd contract voor het ontwerp, de bouw, de financiering, het onderhoud of de exploitatie de overheid een periodieke vergoeding voor de beschikbaarheid is verschuldigd. De voordelen uit die projecten mogen niet in aanmerking worden genomen bij de bepaling van de gecorrigeerde winst: die voordelen verhogen dus niet de ruimte voor aftrek van rente die wel onder de earningsstrippingmaatregel valt. Van een bestaand project is volgens de toelichting sprake als de aanbestedingsprocedure vóór 25 oktober 2018 is gestart. De activiteiten van woningcorporaties vallen niet onder de uitzondering; volgens de nota naar aanleiding van het verslag moet worden gedacht aan wegen, bruggen en tunnels. De uitzondering wordt eerst voorgelegd aan de Europese Commissie omdat sprake zou kunnen zijn van verboden staatssteun. Daarom treedt de maatregel pas in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, waarbij kan worden bepaald dat de maatregel terugwerkt tot 1 januari 2019.

In de nota naar aanleiding van het verslag is op enkele punten wat meer duidelijkheid verschaft over de toepassing van de earningstrippingmaatregel. Over het saldo van rente dat aan de aftrekbeperking onderworpen is wordt opgemerkt dat vergoedingen voor operational lease hier niet onder vallen. Afsluitprovisies en andere kosten vallen er wel onder. Rentebaten die op grond van de voorgestelde CFC-regel van art. 15ab Wet Vpb 1969 tot de grondslag worden gerekend behoren niet tot het saldo van rente; dat geldt wel weer voor correcties op de voet van art. 8b Wet Vpb 1969. Over de gecorrigeerde winst (de EBITDA) waarover de 30% wordt berekend, is opgemerkt dat de vorming van een herinvesteringsreserve tot een lagere winst, en dus tot een lagere gecorrigeerde winst (EBITDA) leidt, en dus tot een grotere aftrekbeperking. Het kabinet bevestigt dat een belastingplichtige die gebruik maakt van de innovatiebox eerder kan worden geconfronteerd met een grotere aftrekbeperking

6. 30%-regeling

De looptijd van de 30%-regeling wordt verkort van 8 naar 5 jaar met ingang van 1 januari 2019. Voor bestaande gevallen is een overgangsregeling opgenomen, die inhoudt dat de 30%-regeling afloopt op 31 december 2020, of eerder indien de achtjaarstermijn eerder verstrijkt. Voor oude gevallen geldt soms nog een termijn van 10 jaar. Ook dan geldt de uiterste datum van 31 december 2020. Alhoewel dat niet expliciet is genoemd, veronderstellen wij dat als gebruik gemaakt kan worden van de overgangsregeling, gedurende die overgangsperiode ook de regeling voor beperkt buitenlandse belastingplichtigen kan worden benut.

7. Rekening-courantmaatregel dga

De staatssecretaris herhaalt dat de aangekondigde rekening courantmaatregel voor dga’s wordt versoepeld (ingangsdatum 1 januari 2022). Naast bestaande eigenwoningschulden zullen ook nieuwe eigenwoningschulden worden uitgezonderd. De dga en zijn partner kunnen dan nog samen maximaal € 500.000 schuld hebben aan hun vennootschappen. In het najaar van 2018 of begin 2019 zal een conceptwetsvoorstel voor consultatie worden aangeboden, waarna het definitieve wetsvoorstel in het voorjaar van 2019 aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden.

8. Afbouw voordeel fiscale aftrekposten (o.a. alimentatie)

In het Belastingplan 2019 is opgenomen dat bepaalde aftrekposten, zoals alimentatie en giften, uiteindelijk (in 2023) slechts tegen het lage tarief van de eerste schijf (37,05%) in aftrek gebracht kunnen worden. En niet meer tegen het toptarief van 49,5%. Dit scheelt 12,45%! Vanaf 1 januari 2020 zal de aftrek worden afgebouwd. Met name over alimentatie zijn veel vragen gesteld omdat dit forse inkomenseffecten kan hebben. Bevestigd is dat voor nieuwe situaties bij het vaststellen van de alimentatienormen rekening gehouden zal gaan worden met het lagere voordeel van de aftrek van alimentatie. Voor bestaande situaties kan de fiscale wijziging aanleiding zijn om bestaande afspraken te herzien. Partijen kunnen in onderling overleg, via een mediator, advocaat of rechter tot herziening overgaan.

9. Afdrachtvermindering zeevaart

De afdrachtvermindering zeevaart voor zeilende CCV’s (cruiseschepen) wordt met ingang van 1 januari 2019 aangepast aan de hernieuwde goedkeuring van de Europese Commissie. Deze hernieuwde goedkeuring geldt tot en met 31 december 2022.

10. Verruiming btw-sportvrijstelling

De overgangsregeling met betrekking tot de verruiming van de sportvrijstelling wordt meer in overeenstemming gebracht met de bedoeling: voorkomen dat in aftrek gebrachte btw die drukt op de bouw van een sportaccommodatie moet worden herzien als gevolg van de verruiming van de sportvrijstelling. De wijziging heeft tot gevolg dat voor onroerende en roerende zaken – ongeacht het tijdstip waarop zij in gebruik zijn of worden genomen – geen herziening plaatsvindt. Ongewijzigd blijft gelden dat de herziening enkel achterwege blijft voor zover de herziening het gevolg is van de verruiming van de sportvrijstelling. 

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat