Op 10 juni 2014 is de nieuwe bilaterale regeling ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland – inclusief het Caribische deel – en Curaçao (hierna: BRNC) bekendgemaakt en ter goedkeuring voorgelegd aan de Staten-Generaal. Het is de bedoeling dat de BRNC de Belastingregeling voor het Koninkrijk (BRK) in de relatie tussen beide landen zal gaan vervangen om weer aansluiting te krijgen bij de actuele internationale standaarden alsook de staatkundige hervorming van 10 oktober 2010. De BRNC bevat aanzienlijke wijzigingen ten opzichte van de BRK, met overgangsregelingen op enkele onderdelen.

Een overzicht op hoofdlijnen van de BRNC was eind 2013 al gepubliceerd; wij hebben u daarover bericht. In aanvulling daarop merken wij het volgende op.

Corporate tiebreaker

Bij een dubbele vestigingsplaats van lichamen zal de woonplaats voor toepassing van de BRNC in onderling overleg tussen de beide landen worden vastgesteld. Mocht geen overeenstemming kunnen worden bereikt dan is de BRNC, op enkele bepalingen na, niet van toepassing. Voor bestaande situaties zal de woonplaats bij ongewijzigde feiten en omstandigheden niet wijzigen vergeleken met zoals deze was onder toepassing van de BRK.

Dividenden: maximale bronstaatheffing

Een tarief van 0% geldt bij een aandelenbezit van ten minste 10% door het dividendontvangende lichaam:

  • waarvan de aandelen aan een erkende beurs worden verhandeld (directe beurstoets);
  • waarvan de aandelen voor ten minste 50% rechtstreeks in handen zijn van inwoners van een van de landen en waarvan de aandelen worden verhandeld aan een erkende beurs (indirecte beurstoets voor inwoners);
  • waarvan de aandelen voor ten minste 50% rechtstreeks in handen zijn van niet-inwoners van een van de landen en waarvan de aandelen worden verhandeld aan een erkende beurs en deze niet-inwoners op basis van een verdrag of een multilaterale overeenkomst met het land van het dividenduitkerende lichaam ook recht zouden hebben gehad op 0% (indirecte beurstoets voor niet-inwoners);
  • dat voldoet aan de hoofdkantoortoets van een multinationale groep;
  • dat voldoende binding heeft met het land van vestiging, dat wil zeggen: ten minste drie fulltime actieve personeelsleden die inwoners zijn waarvan het lichaam inwoner is en die op ‘wezenlijk niveau’ de activa van dat lichaam beheren (‘voldoendebindingtoets’);
  • indien het een onderneming drijft in het land van vestiging en het dividend van het andere land voortvloeit uit het drijven van die onderneming (activiteitentoets);
  • indien ten minste 50% van de aandelen direct of indirect wordt gehouden door natuurlijke personen zijnde inwoners van een of beide landen.

Indien niet wordt voldaan aan bovenstaande criteria maar wel aan het 10%-aandelenbelangcriterium, dan kan een verzoek worden gedaan op basis van de vangnetbepaling. Dit verzoek wordt gehonoreerd als vaststaat dat het verkrijgen van de vrijstelling van heffing niet het voornaamste doel of een van de voornaamste doelen is van oprichting, verwerving of instandhouding van het dividendontvangende lichaam. Op basis van de memorie van toelichting geldt de fictie dat dit geacht wordt vast te staan indien het dividendontvangende lichaam voldoet aan de Nederlandse nexuseisen voor houdsterlichamen en de aandelen in het dividenduitkerende lichaam behoren tot zijn ondernemingsvermogen. Overigens geldt er ook een volledige vrijstelling als de aandeelhouder een overheidslichaam of pensioenfonds is. Het tarief van 8,3% zal in relatie tot Curaçao komen te vervallen. De 5%-opbrengstbelasting geheven van BES-lichamen in Caribisch Nederland wordt in geen geval gereduceerd door de BRNC.

Een tarief van maximaal 15% geldt voor alle overige gevallen. Hierop bestaan echter twee uitzonderingen:

  • Indien onder het BRK een verlaagde vrijstelling tot 8,3% van toepassing was maar deze niet verlaagd wordt tot 0% onder de BRNC, geldt bij wijze van overgangsmaatregel een tarief van 5% bij een deelname van ten minste 25%. Dit tarief geldt tot eind 2019 en daarbij wordt de toezegging gedaan dat Nederland niet zal heffen op basis van de antimisbruikregeling van technisch aanmerkelijk belang.
  • Het nationale tarief zal gelden voor dividend uit een aanmerkelijk belang voor een periode van tien jaar na emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder voor zover van de bij emigratie vastgestelde waardevermeerdering nog een bedrag openstaat (op een conserverende aanslag). Dit betekent voor Curaçao een heffing van 19,5% en voor Nederland van 25% in de sfeer van de inkomstenbelasting. Voor bestaande gevallen zal echter een overgangsregeling gelden, zodat de periode van het aanmerkelijkbelangvoorbehoud vijf jaar zal blijven en de maximale heffing in het bronland 15%.

Aanmerkelijkbelangwinsten

Naast een bronstaatheffing op dividenden uit aanmerkelijk belang voor een periode van tien jaar na emigratie (zie hiervoor) zal het bronland gedurende die periode ook het heffingsrecht krijgen over vermogenswinst op aandelen, winstbewijzen, koopopties, vruchtgebruik en bepaalde schuldvorderingen. Daartegenover staat dat het nieuwe woonland van de aanmerkelijkbelanghouder een step-up moet verlenen om dubbele heffing bij daadwerkelijke vervreemding te voorkomen.

Pensioenen

Bij particuliere pensioenen en lijfrenten mag de bronstaat straks maximaal 15% heffen over het brutobedrag van de uitkeringen indien deze een periodiek karakter hebben. Het bedrag van deze heffing is in de woonstaat in beginsel verrekenbaar. Dit geldt niet voor reeds ingegane pensioenen van Nederlanders die al op Curaçao wonen: voor hen blijft uitsluitend de woonstaatheffing gelden. De maximering geldt niet in geval van afkoop.

Antimisbruik

De algemene antimisbruikbepaling in de huidige BRK wordt overgenomen in de BRNC, zodat het leerstuk van fraus legis en specifieke, in de belastingwetgeving opgenomen antimisbruikbepalingen kunnen worden toegepast. In deze bepaling is echter ook opgenomen dat wanneer recht op toepassing van vrijstelling van bronheffing over deelnemingsdividenden bestaat, Nederland geen vennootschapsbelasting zal heffen op basis van technisch aanmerkelijk belang.

Schenk- en erfbelasting

De BRNC bevat slechts een enkele bepaling over de schenk- en erfbelasting. Gedurende de eerste vijf jaar na emigratie mag Nederland als de voormalige woonstaat van de erflater of schenker heffen onder verrekening van de schenk- en erfbelasting op Curaçao.

Hybride entiteiten

Indien een entiteit door een land voor de belastingheffing wordt aangemerkt als transparant en door het andere land als niet-transparant en dit leidt tot dubbele belastingheffing of belastingheffing die niet in overeenstemming is met de bepalingen van de BRNC, treden de landen in onderling overleg om deze dubbele heffing of heffing die niet verenigbaar is met de BRNC te voorkomen en tegelijkertijd te voorkomen dat louter als gevolg van de toepassing van de BRNC, bestanddelen van het inkomen, geheel of gedeeltelijk, niet aan belasting onderworpen zijn. Daarnaast is voor een aantal concrete situaties vastgelegd op welke wijze de BRNC zal worden toegepast, zodat in die gevallen onderling overleg niet meer nodig is.

De hier besproken wijzigingen kunnen voor u aanleiding zijn om spoedig advies in te winnen over eventueel te nemen stappen. Onze belastingadviseurs zijn u daarbij vanzelfsprekend graag van dienst.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat