Per 30 juli 2014 is het nieuwe besluit van het ministerie van Financiën over toepassing van de btw-vrijstelling voor onderwijs in werking getreden. Dit besluit vervangt het besluit uit 2006. Het besluit bevat een veelheid aan diverse onderwerpen en wij bevelen belanghebbenden dan ook aan kennis te nemen van de inhoud van het Besluit om de voor hen (meest) relevante onderwerpen te selecteren.

Dit zijn volgens ons de belangrijkste punten uit het nieuwe besluit:

  • Het ter beschikking stellen van onderwijzend personeel kan onder bepaalde voorwaarden delen in de btw-vrijstelling voor onderwijs. Deze voorwaarden worden in het besluit nader omschreven;
  • De splitsing van het RKBO vanaf 1 januari 2014 in een docenten- en een instellingenregister wordt nader toegelicht. Het besluit bevat onder meer een verduidelijking van de btw-positie van zelfstandig werkzame docenten;
  • Het besluit bevat een nieuwe regeling voor het verstrekken van taalonderwijs.

Hieronder gaan wij nader in op de bovenstaande punten.

Terbeschikkingstelling van onderwijzend personeel
De terbeschikkingstelling van personeel is in beginsel een btw-belaste prestatie. Onder verwijzing naar rechtspraak geeft het Besluit aan dat terbeschikkingstelling van onderwijzend personeel onder de volgende voorwaarden en omstandigheden zonder heffing van btw kan plaatsvinden:

  1. De terbeschikkingstelling vindt plaats door een onderwijsinstelling

Hierbij moet het gaan om onderwijsinstellingen die zich bezighouden met het verrichten van onderwijs dat is vrijgesteld van omzetbelasting.

  1. De terbeschikkingstelling is onontbeerlijk voor het verlenen van onderwijs

De terbeschikkingstelling moet van een dusdanige aard zijn dat zonder deze terbeschikkingstelling de gelijkwaardigheid van het onderwijs wat betreft niveau en kwaliteit bij de inlenende onderwijsinstelling niet is verzekerd. Volgens het besluit is dit het geval indien het ter beschikking gestelde personeel beschikt over een zodanig kwalificatieniveau dat de inlenende onderwijsinstelling daarmee kan voldoen aan haar onderwijsverplichting. Het Besluit merkt op dat de Hoge Raad in het CITO-arrest heeft beslist dat de inlenende partij niet noodzakelijkerwijs een onderwijsinstelling hoeft te zijn. Ook indien de inlenende partij zelf geen onderwijs verstrekt, maar nauw met onderwijs samenhangende diensten/leveringen verricht (in de onderhavige zaak – het opstellen van CITO eindexamens) kan aan deze voorwaarde zijn voldaan.

  1. De terbeschikkingstelling strekt niet in hoofdzaak tot het verschaffen van extra opbrengsten met prestaties die concurreren met (btw-belaste) ondernemers.

De Staatssecretaris is van mening dat een onderwijsinstelling die onderwijzend personeel ter beschikking stelt, daarmee niet in hoofdzaak de bedoeling heeft extra opbrengsten te verwerven indien:

a)     De terbeschikkingstelling een bijkomende activiteit is van de uitlenende instelling. Met name moet men hier denken aan de situatie waarin het onderwijzend personeel bij de uitlenende instelling naar verwachting niet (volledig) inzetbaar is voor de primaire onderwijsactiviteiten (omdat het bijvoorbeeld boventallig is), of indien de terbeschikkingstelling plaatsvindt in het kader van een gezamenlijk onderzoeksproject; en

b)     Het aantal ter beschikking gestelde leerkrachten gering is ten opzichte van het aantal leerkrachten dat onderwijs geeft bij de uitlenende instelling; en

c)      Alleen de brutoloonkosten worden doorberekend die de uitlenende onderwijsinstelling maakt voor het ter beschikking gestelde onderwijzend personeel. Een eventuele opslag over deze brutoloonkosten ter dekking van de kosten van het optreden als formele werkgever is toegestaan. Met het ter beschikking stellen van personeel als geheel mag echter geen winst worden beoogd (of gemaakt). Een incidenteel exploitatieoverschot leidt niet direct tot heffing van btw. Alleen indien extra opbrengsten worden verworven en in concurrentie wordt getreden met commerciële ondernemingen die vergelijkbaar personeel te beschikking stellen komt de heffing van btw aan de orde.

Hoewel het door middel van dit besluit duidelijker is geworden in welke gevallen er een btw-vrijstelling kan worden toegepast op de terbeschikkingstelling van onderwijzend personeel menen wij dat het Besluit een wat te beperkte uitleg geeft aan de wet- en regelgeving respectievelijk rechtspraak over de uitbreiding van de onderwijsvrijstelling tot nauw daarmee samenhangende handelingen. Zo stelt het Besluit onder 5.1. onomwonden dat onderzoeksprojecten door onderwijsinstellingen en het verkopen van ontwikkelde lesprogramma’s niet als nauw met het van btw vrijgestelde onderwijs samenhangende diensten zijn te beschouwen. Zo algemeen gesteld lijkt ons dit onjuist. Het kan immers wel degelijk zo zijn dat deze en dergelijke prestaties, gelet op hun specifieke inhoud en doel, onontbeerlijk zijn voor het onderwijs waardoor ze als nauw daarmee samenhangende diensten zijn vrijgesteld.

BTW positie zelfstandig werkzame docenten - Splitsing RKBO register per 1 januari 2014
Per 1 januari 2014 is het RKBO (register kort beroepsonderwijs) gesplitst in een Instellingenregister Beroepsonderwijs en een Docentenregister Beroepsonderwijs. Hieronder hebben wij weergegeven wat de gevolgen van deze splitsing zijn voor instellingen beroepsonderwijs en zelfstandige docenten.

Instellingen voor beroepsonderwijs
Onderwijsinstellingen die rechtstreeks voor eigen rekening en risico en voor eigen verantwoordelijkheid overeenkomsten afsluiten voor het verzorgen van beroepsonderwijs (“direct op de markt”) kunnen zich in het Instellingenregister laten inschrijven. Als een onderwijsinstelling is ingeschreven bij het instellingenregister dan is al het beroepsonderwijs dat door deze onderwijsinstelling wordt verzorgd vrijgesteld van btw. Zonder inschrijving in dit register is het onderwijs btw-belast.

Zelfstandig werkzame docenten
Zelfstandige docenten die beroepsonderwijs aan onderwijsinstellingen verzorgen kunnen zich inschrijven bij het Docentenregister waarvoor een wat lichtere audit nodig is dan voor het instellingenregister. Het beroepsonderwijs aan onderwijsinstellingen is dientengevolge vrijgesteld van btw. Het overige beroepsonderwijs dat deze docent verzorgt is belast met btw.

Als een zelfstandig opererende docent wettelijk geregeld onderwijs verzorgt voor leerlingen / studenten van een onderwijsinstelling kan hij of zij hierop de btw-vrijstelling toepassen zonder een inschrijving in een van de genoemde registers. Dit geldt ook als een zelfstandige docent vanuit een persoonlijke BV onderwijs verzorgt. NB: Onder het wettelijk geregelde onderwijs vallen bijvoorbeeld het basisonderwijs, het voortgezet (speciaal) onderwijs, MBO, HBO en WO.

Indien de zelfstandige docent naast onderwijs aan onderwijsinstellingen ook beroepsonderwijs “direct op de markt” onder toepassing van de btw-vrijstelling wil aanbieden dan dient de natuurlijk persoon zich alsnog te registreren in het Instellingenregister om ook op dit onderwijs de vrijstelling btw toe te kunnen passen.

Ook als een zelfstandig docent vanuit een BV beroepsonderwijs verzorgt kan hij zich inschrijven in het Instellingen- of Docentenregister. Hoewel het besluit uitsluitend de situatie vermeldt waarin een natuurlijke persoon vanuit een BV lesgeeft menen wij dat een inschrijving ook mogelijk is indien de natuurlijk persoon vanuit een andere rechtsvorm (zoals een stichting etc.) lesgeeft.

Nieuwe regeling verstrekken taalonderwijs
Taalonderwijs dat niet specifiek in verband staat met een bepaalde beroepsuitoefening wordt aangemerkt als algemeen vormend onderwijs. Dit betekent dat er voor toepassing van de btw-vrijstelling geen inschrijving in het Docenten- of Instellingenregister noodzakelijk is.

Indien het taalonderwijs wel in verband staat met een specifiek vak of beroep wordt het taalonderwijs alsnog aangemerkt als beroepsonderwijs en is een inschrijving in het Docenten- of Instellingenregister Beroepsonderwijs wel vereist.

Wij adviseren om goed te controleren of het desbetreffende taalonderwijs als beroepsonderwijs kwalificeert. Mogelijk heeft u een inschrijving in het Docenten of Instellingenregister Beroepsonderwijs nodig om het taalonderwijs btw-vrijgesteld te kunnen (blijven) aanbieden.

KPMG Meijburg & Co
Augustus 2014

De in dit memorandum opgenomen informatie is van algemene aard en heeft geen betrekking op de specifieke omstandigheden van een bepaald individu of een bepaalde entiteit. Hoewel bij de totstandkoming van dit memorandum de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, kunnen wij niet garanderen dat de daarin opgenomen informatie op de datum van ontvangst juist en volledig is of dat in de toekomst zal blijven. Op grond van deze informatie dient geen actie ondernomen te worden zonder adequate professionele advisering na een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde situatie.

Klik hier om het BESLUIT te openen in pdf-formaat