In mei 2013 is het nieuwe belastingverdrag tussen Nederland en China ondertekend. Inmiddels zijn alle formaliteiten in China en in Nederland afgerond en zal het verdrag op 31 augustus 2014 in werking treden. Het verdrag wordt van toepassing op inkomsten verkregen vanaf 1 januari 2015.

Het nieuwe verdrag zal het huidige, uit 1987 daterende verdrag vervangen en is op een aantal onderdelen geactualiseerd. Het belastingverdrag staat in het teken van een verdere stimulering van wederzijdse investeringen en de handelsbetrekkingen tussen beide verdragspartners. Meest in het oog springend is de mogelijkheid om deelnemingsdividend uit te betalen tegen een gereduceerd tarief van 5% aan een moedermaatschappij die is gevestigd in het andere land. Tevens is het verdrag gericht op het voorkomen van het ontgaan van belasting door middel van een aantal antimisbruikbepalingen, bevat het een nieuwe bepaling over uitwisseling van informatie tussen China en Nederland en regelt het de wederzijdse bijstand bij de invordering van belastingen. Hierna zullen wij enkele wijzigingen ten opzichte van het huidige verdrag verder uitlichten.

Vaste inrichting – aanpassing voorwaarden vaste inrichting dienstverleningsactiviteiten

In het nieuwe verdrag wordt grotendeels aangesloten bij het huidige verdrag voor wat betreft de invulling van het begrip ‘vaste inrichting’. Dit betekent dat ook dienstverleningsactiviteiten kunnen kwalificeren als vaste inrichting. De voorwaarden voor het constateren van een dergelijke vaste inrichting zijn echter iets aangepast.

Dividenden – verlaging bronheffing deelnemingsdividenden en introductie main purpose test

Dividenden betaald aan een inwoner van de andere verdragsstaat die uiteindelijk gerechtigd is tot die dividenden, mogen door het bronland tot een maximum van 10% van het brutobedrag van de dividenden in de belastingheffing worden betrokken. Een verbetering ten opzichte van het huidige verdrag is dat de heffing in het bronland wordt beperkt tot maximaal 5% wanneer de uiteindelijk gerechtigde een lichaam is (geen samenwerkingsverband) dat onmiddellijk ten minste 25% van de aandelen in het dividendbetalende lichaam houdt.

Vanwege de vermindering van bronheffing op deelnemingsdividenden naar 5% is het mogelijk interessant om te wachten met dividendbetalingen tot na 1 januari 2015. Wel is in het verdrag een antimisbruikbepaling opgenomen, zodat het dividendartikel niet van toepassing is indien een van de voornaamste doelen van een van de betrokkenen is om van de voordelen van dit artikel te profiteren. In verband hiermee raden wij aan om voorafgaand aan een dividenduitkering te onderzoeken of de verdragsvoordelen van toepassing zijn.

Interest en royalty’s – verdwijnen tax sparing credit en introductie main purpose test

Het verdrag voorziet in een maximumheffing door het bronland van 10% op interestbetalingen en van 6% of 10% op royaltybetalingen, afhankelijk van het karakter van de royalty’s. Hierbij geldt een soortgelijke antimisbruikregeling als bij de betaling van dividend.

In tegenstelling tot het huidige verdrag biedt het nieuwe verdrag niet langer een ‘tax sparing credit’ voor interest (onder het huidige verdrag tax sparing credit van 10%) noch voor royalty’s (onder het huidige verdrag tax sparing credit van 15%).

Vermogenswinsten op aandelen

Bij vervreemding van aandelen van een lichaam dat inwoner is van een van de staten wordt onder het nieuwe verdrag de heffing over de vermogenswinst doorgaans toegewezen aan de staat waar de aandeelhouder is gevestigd, tenzij deze een deelneming had (op enig moment gedurende het tijdvak van twaalf maanden voorafgaand aan de vervreemding) van ten minste 25% in dat lichaam. In dit geval wordt het heffingsrecht in beginsel toegewezen aan de staat van vestiging van het lichaam waarvan de aandelen worden vervreemd.

Verder wordt de mogelijkheid ingevoerd om de vervreemdingswinst op aandelen in een vastgoedlichaam te belasten in de staat waarin het vastgoed zich bevindt ingeval de bezittingen van dat lichaam voor meer dan 50% bestaan uit onroerende zaken die zijn gelegen in de andere staat dan waarvan de aandeelhouder inwoner is.

Ten slotte

Uiteraard nemen wij graag contact met u op om u te informeren over de mogelijkheden die het nieuwe verdrag u biedt of om een nadere toelichting te geven op het verdrag.

KPMG Meijburg & Co
augustus 2014

De in dit memorandum opgenomen informatie is van algemene aard en heeft geen betrekking op de specifieke omstandigheden van een bepaald individu of een bepaalde entiteit. Hoewel bij de totstandkoming van dit memorandum de grootst mogelijke zorgvuldigheid is betracht, kunnen wij niet garanderen dat de daarin opgenomen informatie op de datum van ontvangst juist en volledig is of dat in de toekomst zal blijven. Op grond van deze informatie dient geen actie ondernomen te worden zonder adequate professionele advisering na een grondig onderzoek van de specifiek van toepassing zijnde situatie.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat