Het Europese Hof van Justitie (HvJ EU) heeft op 18 juni 2015 beslist dat een niet-inwoner van Nederland alleen recht heeft op persoonlijke aftrekposten als het belangrijkste deel van zijn belastbare inkomen over het gehele jaar in Nederland aan de inkomstenbelasting is onderworpen. Dit betekent dat iemand die niet in Nederland woont en hier maar een deel van het jaar werkt, in de regel geen gebruik kan maken van deze aftrekposten.

Casus

De heer Kieback woonde van 1 januari tot en met 31 maart 2005 in Duitsland en werkte in Nederland in dienstbetrekking. Op 31 maart 2005 beëindigde hij zijn dienstbetrekking in Nederland en emigreerde hij voor een nieuwe dienstbetrekking naar de Verenigde Staten. De heer Kieback bezat een woning in Duitsland die kwalificeerde als eigen woning. De betaalde hypotheekrente wilde hij in aftrek brengen op zijn Nederlandse arbeidsinkomen, omdat hij gedurende de drie maanden dat hij in Nederland werkzaam was, meer dan 90% van zijn totale gezinsinkomen in Nederland heeft verworven. Daardoor kon er in Duitsland geen rekening worden gehouden met zijn persoonlijke aftrekposten. De inspecteur weigerde de aftrek van de hypotheekrente op de Duitse eigen woning. Na een rechtsgang tot de Hoge Raad zijn er prejudiciële vragen voorgelegd aan het HvJ EU, dat op 18 juni 2015 uitspraak heeft gedaan.

Uitspraak HvJ EU

Het HvJ EU oordeelt dat Nederland geen aftrek van hypotheekrente hoeft toe te staan aan de heer Kieback, omdat het loon uit de Nederlandse dienstbetrekking over de periode van 1 januari tot en met 31 maart 2005 niet het belangrijkste deel van zijn belastbaar inkomen van het gehele jaar 2005 vormt.

Derhalve is het HvJ EU van oordeel dat het feit dat de heer Kiebacks belastbare inkomen gedurende de periode dat hij in Nederland werkzaam was geheel of nagenoeg geheel in Nederland aan de inkomstenbelasting was onderworpen, niet betekent dat over die periode ook persoonlijke aftrekposten in Nederland dienen te worden toegestaan. Dit is slechts het geval indien het belangrijkste deel van het belastbare inkomen over het gehele belastingjaar 2005 in Nederland aan de inkomstenbelasting is onderworpen. Overigens definieert het HvJ EU de term ‘het belangrijkste deel’ niet.

Belang van dit arrest voor de praktijk

Iemand die niet in Nederland woont en die in Nederland gedurende slechts een deel van het jaar werkzaam is, heeft geen recht op persoonlijke aftrekposten (zoals hypotheekrenteaftrek), ook niet als hij gedurende die periode zijn gehele of nagenoeg gehele belastbare inkomen in Nederland verdient. Nederland dient deze aftrekposten slechts toe te staan als het belangrijkste deel van het belastbaar inkomen over het hele kalenderjaar aan de Nederlandse inkomstenbelasting is onderworpen. Dit betekent dat indien een buitenlands belastingplichtige slechts gedurende een deel van het jaar in Nederland werkzaam is, er in de meeste gevallen geen recht bestaat op persoonlijke aftrekposten.