De Hoge Raad heeft beslist dat een Fins beleggingsfonds geen recht heeft op teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting. Dat blijkt uit een arrest van 15 november 2013 in een procedure die was aangespannen door een Fins beleggingsfonds.

De relevante feiten en het geschil

Belanghebbende is een in Finland gevestigd zogenoemd open-end beleggingsfonds zonder rechtspersoonlijkheid, dat dezelfde eigenschappen heeft als een Nederlands fonds voor gemene rekening. Het fonds was in Finland niet onderworpen aan een winstbelasting. Het hield in 2008 aandelen ter belegging in vennootschappen die in Nederlands waren gevestigd. In dat jaar is aan het fonds op die aandelen € 235.492,30 dividend uitgekeerd, waarop 15% dividendbelasting is ingehouden. Verrekening van deze dividendbelasting in Finland is niet gebeurd en was ook niet mogelijk. Belanghebbende heeft de inspecteur op basis van verschillende argumenten verzocht om een volledige teruggaaf van de ingehouden dividendbelasting. Dit werd door de inspecteur geweigerd, wat via Rechtbank Breda en Gerechtshof Den Bosch tot een procedure bij de Hoge Raad heeft geleid.

Regelgeving

Op basis van de Nederlandse regelgeving komt een in Nederland:

  1. gevestigde, van vennootschapsbelasting vrijgestelde rechtspersoon, niet zijnde een beleggingsfonds (maar bijvoorbeeld een pensioenfonds of een goeddoelstichting), in aanmerking voor een volledige teruggaaf van ingehouden Nederlandse dividendbelasting;
  2. gevestigd beleggingsfonds met ingang van 2008 niet meer in aanmerking voor teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting. Beleggingsfondsen met een fbi-status (fiscale beleggingsinstelling) kunnen vanaf 2008 wel gebruikmaken van de zogenoemde afdrachtvermindering. In veel gevallen komt deze afdrachtvermindering praktisch gezien neer op een recht op teruggaaf van de Nederlandse dividendbelasting (als er door Nederlandse partijen wordt belegd via een fbi, drukt er feitelijk geen Nederlandse dividendbelasting).

Arrest van de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het Finse beleggingsfonds niet objectief vergelijkbaar is met een in Nederland gevestigde vennootschap die wel recht op teruggaaf zou hebben. Met name de omstandigheid dat het fonds in Nederland aan vennootschapsbelasting onderworpen zou zijn geweest wanneer het in Nederland zou zijn gevestigd, doet volgens de Hoge Raad afbreuk aan die vergelijkbaarheid. Het feit dat het fonds in Finland was vrijgesteld van winstbelasting doet daar niet aan af: Nederland is niet gehouden om de in een andere lidstaat verleende fiscale faciliteit over te nemen. Daarnaast leidt de Hoge Raad uit de vaststelling dat het Finse beleggingsfonds niet binnen acht maanden de winst over 2008 aan zijn aandeelhouders heeft uitgekeerd af, dat het fonds evenmin kan worden vergeleken met een fbi die in aanmerking komt voor de afdrachtvermindering. Daarom is er volgens de Hoge Raad geen sprake van discriminatie en bestaat er voor het Finse beleggingsfonds geen recht op teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat