De 30%-regeling is een forfaitaire regeling als tegemoetkoming voor kosten in verband met het tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst (extraterritoriale kosten). Sinds 1 januari 2012 komen uitsluitend werknemers in aanmerking die ten minste twee derde van de 24 maanden voorafgaand aan de tewerkstelling of uitzending woonachtig waren op een afstand van meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens. 

Voor werknemers die op 1 januari 2012 reeds van de 30%-regeling gebruikmaakten, was een tussentijdse toetsing binnen vijf jaar na de datum van toekenning van de 30%-regeling van toepassing. De Belastingdienst past bij die tussentijdse toetsing het 150-kilometercriterium toe. Dit heeft tot gevolg dat een werknemer die voorafgaand aan zijn Nederlandse tewerkstelling woonachtig was in België of een andere plaats binnen de 150-kilometergrens (Luxemburg en de Duitse en Franse grensstreek), de 30%-regeling niet meer mag toepassen na verloop van de periode van vijf jaar. 

De Hoge Raad heeft nu beslist dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om bij de tussentijdse toetsing na vijf jaar het nieuwe 150-kilometercriterium toe te passen. De tekst van het besluit waarin de 30%-regeling is opgenomen staat volgens de Hoge Raad niet aan een dergelijke uitleg in de weg. Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel – de Belastingdienst had aan de werknemer een beschikking voor toepassing van de 30%-regeling afgegeven voor de duur van tien jaar – wordt door de Hoge Raad verworpen. 

Op basis van dit arrest van de Hoge Raad moet voor werknemers die op 1 januari 2012 reeds van de 30%-regeling gebruikmaakten bij de tussentijdse toetsing beoordeeld worden of zij in de periode van 24 maanden voorafgaand aan de tewerkstelling in Nederland meer dan acht maanden binnen 150 kilometer van de Nederlandse grens woonachtig zijn geweest. In dat geval heeft de werknemer namelijk geen recht meer op toepassing van de 30%-regeling na afloop van de vijfjaarsperiode.