De Hoge Raad heeft recent geoordeeld dat een iPad onder het oude regime van vrije vergoedingen en verstrekkingen niet als communicatiemiddel, maar als computer moet worden aangemerkt. Voor belastingjaren tot 2015 is deze kwalificatie van groot belang om de toekenning van een iPad aan de werknemer als onbelast te mogen beschouwen, gelet op het zakelijkheidsgehalte waaraan tot dan moest worden voldaan bij communicatiemiddelen (meer dan 10%) en computers (ten minste 90%). 

Overwegingen Hoge Raad

De Hoge Raad overweegt dat op grond van de systematiek van de Wet op de loonbelasting 1964 eerst dient te worden beoordeeld of iPads zijn aan te merken als ‘computerapparatuur en dergelijke’. Als die toets leidt tot de vaststelling dat daarvan geen sprake is, kan pas worden beoordeeld of een iPad als een communicatiemiddel is te beschouwen.

Anders dan de eerdere kwalificatie van het hof van een iPad als communicatiemiddel is volgens de Hoge Raad bij een iPad sprake van elektronische apparatuur die geheel of gedeeltelijk is bedoeld voor taken die ook met een computer kunnen worden verricht, zoals verwerking en opslag van gegevens in de vorm van tekst, cijfers, beeld en geluid, het zoeken naar informatie op het internet en voor gebruik ter ontspanning. Daarom valt de iPad volgens de Hoge Raad onder de reikwijdte van het begrip ‘computerapparatuur en dergelijke’.

Belang voor de praktijk voor jaren tot 2015

Het arrest van de Hoge Raad heeft gevolgen voor de belastingjaren tot 2015. Werkgevers die onder het overgangsrecht (het oude regime van vrije vergoedingen en verstrekkingen) onbelast iPads aan werknemers hebben vergoed of verstrekt, of deze onder de werkkostenregeling (tot 2015) onbelast ter beschikking hebben gesteld, dienen als gevolg van de eindbeslissing van de Hoge Raad aan te kunnen tonen dat aan de zware zakelijkheidstoets van minimaal 90% zakelijk gebruik is voldaan. Slechts in dat geval heeft de verstrekking, vergoeding of terbeschikkingstelling van de iPad onbelast kunnen plaatsvinden.

Belang voor de praktijk vanaf 2015

Met ingang van 1 januari 2015 is het onderscheid tussen computer en mobiele communicatiemiddelen verdwenen. Vanaf die datum geldt voor computers en mobiele communicatiemiddelen het noodzakelijkheidscriterium. Er hoeft geen toets te worden aangelegd of een iPad 90% of meer zakelijk wordt gebruikt. Relevant is slechts of de werkgever het zonder meer nodig vindt dat de werknemer over een iPad beschikt in het kader van de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. Zo ja, dan kan de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling van de iPad in principe onbelast plaatsvinden.