Per 1 januari 2017 is binnen het kader van het Algemeen Preferentieel Systeem (hierna: APS) een nieuw certificeringssysteem voor oorsprong geïmplementeerd: het Geregistreerd Exporteur-systeem (hierna: REX, voor Registered EXporter).

Binnen dit nieuwe systeem dient een exporteur uit een APS-begunstigd land zich te registreren bij de correcte autoriteit om vervolgens zelf een “attest van oorsprong” op facturen te kunnen zetten. Hierdoor komt op lange termijn het certificaat “FORM.A” te vervallen binnen het kader van het APS. Implementatie zal geschieden op gefaseerde basis waarbij 30 juli 2020 als streefdatum wordt gehanteerd voor de afronding van de omzetting. Daarnaast zal uiteindelijk het REX-systeem moeten dienen bij de toepassing van regionale cumulatie in APS-begunstigde landen.

In lijn met de IT-trend van het recente Douanewetboek Unie (hierna: DWU) zal het REX-systeem gekenmerkt worden door een sterke IT-basis. Zo zal er een digitale database gebruikt worden waarin bevoegde (APS-)autoriteiten exporteurs registreren die onder de APS-regeling wensen te exporteren naar de EU. Tevens zal er toegang tot een webapplicatie verschaft worden aan APS-begunstigde landen om het verzamelen van de benodigde data voor het REX-systeem te vergemakkelijken. Importeurs zullen in de toekomst deze database kunnen raadplegen om te weten te komen of goederen al dan niet preferentiële behandeling kunnen krijgen.

Registratieverplichting

Zoals eerder vermeld wordt het REX-systeem gekenmerkt doordat marktdeelnemers zelf attesten van oorsprong mogen opstellen binnen het preferentiële handelsverkeer. Met deze vrijheid gaat wel de nodige verantwoordelijkheid en daarmee samenhangende verplichtingen gepaard, in de vorm van procedures en voorwaarden.

Importeren in de Europese Unie (hierna: EU) met gebruikmaking van preferentiële oorsprong is meer dan eerst verbonden met risico’s. Door het REX-systeem worden de bevoegde autoriteiten in feite alleen nog bij de registratie van de exporteurs betrokken, waarna de exporteur zich aan de oorsprongsbepalingen dient te houden. Voor importeurs te goeder trouw is er in geval van onregelmatigheden weinig tot geen mogelijkheid meer zich op een vergissing van de bevoegde autoriteiten onder de DWU te beroepen. Marktpartijen doen er verstandig aan de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen – denk aan processuele en contractuele maatregelen – gelet op het risico van navordering van douanerechten.

Een marktdeelnemer dient zich te registreren in de eerder genoemde database bij de bevoegde autoriteiten. In bepaalde gevallen is dit ook vereist voor bedrijven binnen de Unie. Dit dient bijvoorbeeld te gebeuren wanneer goederen (met een waarde hoger dan € 6.000) vanuit de Unie ter bewerking of verwerking geëxporteerd worden naar één van de APS-begunstigde landen; zogenaamde bilaterale cumulatie van oorsprong.

Tevens dienen bedrijven binnen de EU zich te registreren in het REX-systeem wanneer zij goederen met APS-oorsprongsattest willen vervoeren onder douanetoezicht naar een andere locatie binnen de Unie of bij doorvoer van dergelijke goederen naar Zwitserland of Noorwegen. Nederlandse bedrijven die met bovenstaande situaties te maken hebben kunnen zich per 1 januari 2017 als “geregistreerd wederverzender” laten registreren bij het Landelijk Oorsprong Team.

Zoals gezegd wordt het REX-systeem gefaseerd ingevoerd. Per 1 januari 2017 zal het bovenstaande gelden met betrekking tot de volgende begunstigde APS-begunstigde landen: Congo (Democratische Republiek), Comoren (m.u.v. Mayotte), Guinee-Bissau, India, Kenia, Laos, Niue eiland, Salomonseilanden en Zambia. Andere APS-begunstigde landen hebben aangegeven dat ze het REX-systeem later wensen in te voeren. In totaal betreft het ruim zeventig landen die ervoor hebben gekozen om het nieuwe certificeringssysteem vanaf 2018 of 2019 te implementeren of hebben nog géén keuze gemaakt over de ingangsdatum.

Attest van oorsprong

Het nieuwe oorsprongsbewijs voortvloeiend uit het REX-systeem heet “attest van oorsprong”. Dit document dient in beginsel voor iedere zending opgesteld te worden door de geregistreerde marktdeelnemer zelf. Eén attest van oorsprong mag voor meerdere zendingen gelden indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • de goederen zijn niet-gemonteerd of gedemonteerd aangebracht in de zin van de algemene regel 2a voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem;
  • de goederen zijn ingedeeld onder de afdelingen XVI (machines, etc.) of XVII (vervoermaterieel) of post 7308 (constructiewerken en delen van constructiewerken, etc.) of 9406 (geprefabriceerde bouwwerken) van het geharmoniseerde systeem; en
  • de goederen zijn bedoeld om in deelzendingen te worden ingevoerd.

Het attest dient (gedateerd) opgenomen te zijn op een handelsdocument dat naam en adres van de exporteur en de geadresseerde vermeld. In de meeste gevallen zal dit een verkoopfactuur zijn. Vervolgens is het attest voor twaalf maanden geldig vanaf de datum van opstelling, behoudens in de wet opgenomen uitzonderingen (buitengewone omstandigheden of in andere gevallen waarin de goederen voor het aflopen van de termijn bij de Douane zijn aangebracht). Het attest moet dan ook worden gedateerd.

Belangrijk om op te merken is het feit dat er slechts drie talen zijn waarin het attest opgesteld mag worden: Engels, Frans en Spaans. De standaard tekst die gehanteerd dient te worden voor het attest is opgenomen in bijlage 22-07 van de Uitvoeringsverordening DWU.

Als laatste punt willen wij aandacht schenken aan de mogelijkheden voor het achteraf opstellen van een attest en het vervangen van een attest. Tot twee jaar na uitvoer van goederen kan er een attest van oorsprong worden opgesteld binnen het kader van uitvoer uit een APS-begunstigd land. Dit geschiedt door middel van het overleggen aan de douaneautoriteiten van de gedane douaneaangifte. Daarnaast is het mogelijk bestaande documenten (zoals FORM.A, factuurverklaringen, etc.) om te zetten naar het attest van oorsprong indien voldaan is aan de voorwaarden gesteld in de Uitvoeringsverordening en bijbehorende bijlage 22-20.

Conclusie

Binnen het kader van het REX-systeem staan digitalisering en zelf-certificering centraal. Exporteurs uit APS-begunstigde landen mogen zelf attesten van oorsprong afgeven wat een verschuiving in verantwoordelijkheid met zich meebrengt; controle door autoriteiten zal voornamelijk naderhand geschieden. Voor importeurs te goeder trouw is er in geval van onregelmatigheden weinig tot geen mogelijkheid meer zich op een vergissing van de bevoegde autoriteiten onder de DWU te beroepen. Marktpartijen doen er verstandig aan de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen – denk aan processuele en contractuele maatregelen – gelet op het risico van navordering van douanerechten.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat