Behalve de hiervoor genoemde fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2016 staat nog een aantal andere (fiscale) ontwikkelingen op stapel. Hierna worden enkele ontwikkelingen kort behandeld.

Wet aanpassing fiscale eenheid

Onlangs heeft de Raad van State een niet-publiek advies uitgebracht over een wetsvoorstel dat dient om het fiscale-eenheidsregime in de vennootschapsbelasting aan te passen, zodat het wettelijk mogelijk wordt om onder bepaalde voorwaarden een fiscale eenheid aan te gaan tussen:

  • binnenlandse zustermaatschappijen die worden gehouden door een topmaatschappij uit een andere lidstaat van de EU (fiscale eenheid van zustermaatschappijen);
  • een binnenlandse moedermaatschappij en een binnenlandse kleindochtermaatschappij die wordt gehouden door een tussenmaatschappij uit een andere lidstaat van de EU (fiscale eenheid moeder-kleindochter).

Het wetsvoorstel is het gevolg van in het voordeel van belastingplichtigen gewezen jurisprudentie van het HvJ uit 2014 en daaropvolgende einduitspraken van Hof Amsterdam.

Eerder leek het erop dat het wetsvoorstel rond Prinsjesdag zou worden ingediend, maar het maakt geen deel uit van het Belastingplan 2016. Mogelijk is de indiening van het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer vertraagd vanwege een zeer recente uitspraak van het HvJ. Dit betreft de uitspraak van 2 september 2015 in de zaak Groupe Steria, die mogelijkheden biedt om in grensoverschrijdende situaties een beroep te doen op individuele voordelen van het fiscale-eenheidsregime (de zogenoemde per-elementbenadering). Tot het wetsvoorstel over de fiscale eenheid tussen zustermaatschappijen en de fiscale eenheid tussen moeder en kleindochter is ingediend en in werking is getreden, kan overigens een beroep worden gedaan op de goedkeuringen van een besluit van eind 2014.

Reparatie houdsterverliesregeling

De houdsterverliesregeling in de vennootschapsbelasting wordt met ingang van 2016 aangepast om de gevolgen van een viertal arresten van de Hoge Raad uit september 2014 te repareren. De houdsterverliesregeling is een beperking van de reguliere verliesverrekeningsregels en bepaalt dat verliezen van houdster- en/of groepsfinancieringsmaatschappijen alleen mogen worden verrekend met winsten uit jaren waarin de vennootschap ook als zodanig kan worden aangemerkt. Door de uitleg die de Hoge Raad aan de regeling geeft, worden verliezen geleden in het jaar van aanvang en beëindiging van houdsteractiviteiten in veel gevallen niet als houdsterverlies aangemerkt, waardoor de beperking in die gevallen niet geldt. Dit wordt gerepareerd door middel van de Fiscale verzamelwet 2015, waarover binnenkort wordt gestemd in de Tweede Kamer.

Reparatie mogelijk belastinglek innovatiebox

Ook een in de literatuur geconstateerd belastinglek in de innovatiebox wordt met ingang van 2016 via de Fiscale verzamelwet 2015 gerepareerd. In essentie ontstaat het belastinglek als een immaterieel activum in een buitenlandse vaste inrichting wordt ontwikkeld en vervolgens naar Nederland wordt overgebracht en de innovatiebox ingaat. Voor het verschil tussen de waarde van het immaterieel activum op het moment van overdracht en de ontwikkelingskosten is voorkoming gegeven tegen het reguliere Vpb-tarief (25%, afgezien van het opstaptarief van 20%), terwijl een latere boekwinst vervolgens in Nederland in de innovatiebox effectief tegen 5% wordt belast. Dit wordt gerepareerd door in voorkomende gevallen voortaan de waarde van het immaterieel activum op het moment van overdracht als voortbrengingskosten aan te merken.

Teruggaaf dividendbelasting bij objectvrijstelling

Voorgesteld wordt om de teruggaafregeling in de dividendbelasting uit te breiden met een bepaling waardoor teruggaaf van dividendbelasting mogelijk wordt voor opbrengsten waarop een objectvrijstelling in de vennootschapsbelasting van toepassing is als gevolg van de Wet modernisering vennootschapsbelastingplicht overheidsondernemingen.

Afschaffen nihilwaardering rentekorting personeelslening voor woning

De nihilwaardering van de door de werkgever verleende korting op de rente voor een personeelslening voor de aankoop of verbouwing van de eigen woning wordt met ingang van 2016 afgeschaft: voortaan vormt de rentekorting belast loon. De reden voor de nihilwaardering was dat het belasten van dit voordeel per saldo geen invloed zou hebben op de te betalen belastingen. Als de verleende rentekorting namelijk zou worden belast als loon, stond daar een even grote aftrek voor de heffing van inkomstenbelasting tegenover. Met ingang van 2014 wordt echter het tarief waartegen de aftrek van hypotheekrente in de hoogste schijf van de inkomstenbelasting wordt geëffectueerd jaarlijks met 0,5% verlaagd. Hierdoor vindt de renteaftrek in de hoogste schijf niet meer plaats tegen hetzelfde tarief als waartegen het voordeel in de loonbelasting zou zijn belast. De nihilwaardering van de rentekorting is daarom niet langer wenselijk. Tevens kan het rentevoordeel niet als eindheffingsbestanddeel door de werkgever worden aangewezen en dus niet ten laste van de vrije ruimte worden gebracht.

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

Het wetsvoorstel Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties ligt bij de Eerste Kamer. Op grond daarvan kunnen (belangenorganisaties van) opdrachtgevers en/of opdrachtnemers overeenkomsten voorleggen aan de Belastingdienst om zo zekerheid te verkrijgen over de inhouding en afdrachtplicht voor de loonheffingen. Dit wetsvoorstel ging eerder door het leven als Wet invoering Beschikking geen loonheffingen (BGL). De BGL had als doel de schijnzekerheid over de fiscale kwalificatie van inkomsten die de Verklaring arbeidsrelatie (VAR) biedt weg te nemen door opdrachtgever en opdrachtnemer medeverantwoordelijk te maken voor de controle op de juistheid van de (fiscale) kwalificatie van de arbeidsrelatie. Als gevolg van kritiek op de BGL is vervolgens een alternatief geformuleerd dat via een nota van wijziging aan de Tweede Kamer is voorgelegd. De VAR verdwijnt vanaf 1 januari 2016.

Vervallen 80%-afkoopregeling levensloop

Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling afgeschaft. Wie op 31 december 2011 een levenslooptegoed had van € 3.000 of meer, had de keuze: (i) blijven deelnemen aan de regeling tot en met 2021, of (ii) volledig afkopen in 2013. Bij afkoop in 2013 werd het saldo per 31 december 2011 slechts voor 80% in de heffing betrokken. Wie geen gebruik heeft gemaakt van de 80%-afkoopregeling in 2013, heeft de mogelijkheid om dat in 2015 alsnog te doen. De 80%-regeling geldt in 2015 tot maximaal het bedrag van het tegoed op 31 december 2013. Het meerdere wordt volledig in de belastingheffing betrokken. Per 1 januari 2016 vervalt de 80%-afkoopregeling definitief.

Afschaffen ouderentoeslag box 3

De ouderentoeslag, die het heffingvrije vermogen voor ouderen in box 3 verhoogt met maximaal € 28.236, wordt met ingang van 2016 afgeschaft.

Beperking renteaftrek eigenwoningschuld in hoogste schijf tot 50,5%

Vanaf 2014 wordt het maximale percentage waartegen de rente over de eigenwoningschuld in de hoogste schijf kan worden afgetrokken jaarlijks met een half procent verlaagd. De renteaftrek voor de eigenwoningschuld bedraagt in 2016 dus maximaal 50,5%.

Verhoging eigenwoningforfait dure woningen

In 2016 wordt het eigenwoningforfait voor woningen boven een bepaalde WOZ-waarde (in 2015 is dat € 1.050.000) verhoogd van 2,05% naar 2,35% voor het deel dat die WOZ-waarde overstijgt.

Afbouw werkbonus zestigplussers

De werkbonus voor werkenden van 61 tot 64 jaar is vanaf 2015 niet meer van toepassing op nieuwe gevallen en wordt niet langer geïndexeerd, om vanaf 2018 geheel te vervallen.

Afschaffen vrijstelling box 3 banksparen voor uitvaartkosten

Omdat is gebleken dat geen enkele bank het product banksparen voor uitvaartkosten aanbiedt, wordt de per 1 januari 2010 daarvoor ingevoerde vrijstelling in box 3 met ingang van 2016 weer afgeschaft.

Aanscherping CO2-emissienormen bijtelling auto van de zaak

De CO2-emissienormen voor de bijtelling voor de auto van de zaak worden in 2016 aangescherpt. Ook komt de 7%-bijtellingscategorie te vervallen en worden de 14%- en 20%-bijtellingscategorie met 1% verhoogd:

 

2015 CO2-emissie (gr/km)
4% bijtelling 0
7% bijtelling 0-50
14% bijtelling 51-82
20% bijtelling 83-110
25% bijtelling >110

 

2016 CO2-emissie (gr/km)
4% bijtelling 0
15% bijtelling 0-50
21% bijtelling 51-106
25% bijtelling >106

 

Op auto’s die in 2015 voor het eerst te naam worden gesteld in het kentekenregister, blijven de bijtellingscategorieën uit 2015 van toepassing gedurende zestig maanden na eerste tenaamstelling.

Wet uitwerking Autobrief II (2017-2020)

In het in dit najaar te verwachten wetsvoorstel Wet uitwerking Autobrief II worden de fiscale automaatregelen voor 2017 tot en met 2020 verder uitgewerkt. Het startschot vormde de door staatssecretaris Wiebes van Financiën op 19 juni 2015 aan de Tweede Kamer aangeboden Autobrief II, die tot stand was gekomen na gesprekken met de autobranche, milieuorganisaties en andere belanghebbenden. De belangrijkste doelen zijn stabielere belastinginkomsten en een efficiënter milieubeleid. Ook is gekeken naar minder marktverstoring, complexiteit en uitvoeringslasten. Zo blijven er uiteindelijk nog maar twee bijtellingscategorieën over voor auto’s van de zaak: 4% voor volledig elektrische auto’s (nulemissieauto’s) en 22% voor alle andere auto’s.

Teruggaafregeling BPM bij export van motorrijtuigen

De teruggaafregeling bij export van motorrijtuigen van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) wordt aangepast. De BPM-teruggaaf wordt alleen verleend als het geëxporteerde motorrijtuig duurzaam is ingeschreven in een andere EU-lidstaat of in een andere staat die partij is bij de Europese Economische Ruimte (EER). Dit werpt een drempel op tegen het ten onrechte verkrijgen van een teruggaaf bij export naar een land buiten de EU/EER via een bijvoorbeeld tijdelijke registratie in een land binnen de EU/EER.

Auto’s met een dubbele cabine voor BPM en MRB

Voor de BPM en de MRB bestaat op dit moment onduidelijkheid over de definitie van bepaalde voertuigen. Het betreft bepaalde motorrijtuigen met de functie van personenvervoer en met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg en een zogenoemde dubbele cabine. Hiervan is sprake als achter de bestuurder ruimte is voor één rij naast elkaar in de rijrichting zittende personen. Om te voorkomen dat door de onduidelijke definitie voertuigen die bedoeld zijn voor personenvervoer worden aangemerkt als vrachtauto en dus niet onder BPM vallen, worden voertuigen met een dubbele cabine die een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg hebben als personenauto aangemerkt indien de lengte van de voor personenvervoer ingerichte ruimte groter is dan de niet voor personenvervoer ingerichte ruimte.

Common Reporting Standard

Het wetsvoorstel Wet uitvoering Common Reporting Standard (CRS) regelt de implementatie in nationale wetgeving van een EU-richtlijn daarover en van de door de OESO ontwikkelde CRS. Financiële instellingen zullen worden verplicht bepaalde financiële gegevens, zoals saldi van door in het buitenland wonende personen aangehouden bankrekeningen, te verstrekken aan de Belastingdienst. Die wisselt deze gegevens vervolgens uit met de lidstaat waar de houder van de rekening woont. Bij het vaststellen of sprake is van een rekening waarover moet worden gerapporteerd, worden financiële instellingen verplicht om de in de CRS en de EU-richtlijn voorgeschreven identificatievoorschriften toe te passen. Het is de bedoeling dat dit wetsvoorstel met ingang van 1 januari 2016 in werking zal treden. De eerste gegevensuitwisseling zal plaatsvinden in 2017 met betrekking tot gegevens over het kalenderjaar 2016.

In de Overige Fiscale Maatregelen 2016 is opgenomen dat het opzettelijk of grofschuldig niet voldoen aan deze verplichtingen een beboetbaar feit is dat met een maximale boete van € 20.250 kan worden beboet. Een strafvervolging wegens het niet voldoen aan deze verplichting is eveneens mogelijk.