Op Prinsjesdag, 16 september 2014, heeft het kabinet het Belastingplan 2015 aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit jaar staan de voorgestelde fiscale maatregelen in het teken van verlaging van de belasting op arbeid en vereenvoudiging. Veel van deze voorgestelde maatregelen treden in werking op 1 januari 2015. Hieronder hebben wij de hoofdlijnen van het Belastingplan 2015 voor u uiteengezet.

Vennootschapsbelasting

Voor verzekeraars aanvullend Tier 1-kapitaal aangemerkt als vreemd vermogen

Met ingang van 2014 wordt aanvullend Tier 1-kapitaal dat is uitgegeven door banken expliciet als vreemd vermogen aangemerkt, waardoor de vergoeding daarover aftrekbaar blijft; lees ook ons eerdere bericht. Omdat verzekeraars qua opgelegde kapitaaleisen vergelijkbaar zijn met banken, wordt nu ook door verzekeraars uitgegeven Tier 1-kapitaal aangemerkt als vreemd vermogen.

Loonheffing

Afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk

De afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk voor kennisinstellingen komt te vervallen, omdat de kennisinstellingen het ontvangen voordeel van de afdrachtvermindering onvoldoende doorgeven aan de opdrachtgever (zie ook hierna onder ‘Innovatieregelingen’).

Gebruikelijkloonregeling

De toegestane marge voor het vaststellen van het gebruikelijk loon voor de directeur-grootaandeelhouder (dga) wordt verlaagd. Nu mag het loon van een dga nog hoogstens 30% lager zijn dan wat marktconform is, in 2016 wordt dit percentage verlaagd naar 25%. Vanaf 2015 wordt het gebruikelijk loon ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in plaats van een soortgelijke dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de overige werknemers bij lichamen (zoals de werkmaatschappijen) waaruit de vennootschap met toepassing van de deelnemingsvrijstelling voordelen kan genieten;
  • € 44.000.

Voor dga’s die met de Belastingdienst een afspraak hadden over de hoogte van het toe te passen loon geldt er in 2015 overgangsrecht. Dit houdt in dat het gebruikelijk loon in 2015 gesteld wordt op 75/70e van het loon in 2013 als dit loon in 2013 hoger was dan het standaardbedrag van € 43.000 in 2013. Dit behoudens de situatie dat aannemelijk is dat het loon in 2015 op grond van de gebruikelijkloonregeling op een hoger of lager bedrag moet worden gesteld. Verder is er een tegenbewijsregeling opgenomen. Voor starters komt er geen afzonderlijke regeling voor de vaststelling van het gebruikelijk loon, omdat het bestaande instrumentarium voldoende wordt geacht.

Aanpassingen in werkkostenregeling en einde keuzeregime

De werkkostenregeling (WKR) wordt aangepast om de uitvoerbaarheid te verbeteren. Het betreft de volgende maatregelen:

  • beperkte introductie van het noodzakelijkheidscriterium;
  • jaarlijkse afrekensystematiek;
  • concernregeling;
  • vrijstelling voor branche-eigen producten;
  • wegnemen van onderscheid tussen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen.

Om dit budgetneutraal te kunnen doorvoeren, wordt voorgesteld de vrije ruimte te verlagen van 1,5% naar 1,2%. Het overgangsrecht op grond waarvan werkgevers kunnen kiezen tussen de WKR of de oude regeling eindigt met ingang van 2015. Hierdoor is iedere werkgever vanaf 2015 verplicht de WKR toe te passen. Lees ook ons eerdere bericht naar aanleiding van de aankondiging van de aanpassingen.

Tijdsevenredige toekenning heffingskorting

In verband met de vervanging van de keuzeregeling door de regeling voor kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen per 1 januari 2015 (zie hierna onder ‘Andere fiscale ontwikkelingen’) wordt in het wetsvoorstel voorzien in een tijdsevenredige toepassing van de heffingskorting in de inkomstenbelasting.

Personeelsleningen

De regeling inzake onbelaste rentekorting op personeelsleningen zal worden aangepast. In het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2015 zal op dit punt een voorstel worden gedaan.

Levensloop

Per 1 januari 2012 is de levensloopregeling afgeschaft. Wie op 31 december 2011 een levenslooptegoed had van € 3.000 of meer, had de keuze: blijven deelnemen aan de regeling tot en met 2021, of volledig afkopen in 2013. Bij afkoop werd het saldo per 31 december 2011 slechts voor 80% in de heffing betrokken. Wie in 2013 geen gebruik heeft gemaakt van de 80%-regeling, krijgt in 2015 opnieuw de kans. De 80%-regeling geldt in 2015 tot maximaal het bedrag van het tegoed op 31 december 2013. Het meerdere wordt volledig in de belastingheffing betrokken. De regeling vervalt per 1 januari 2016 en geldt dus slechts voor één jaar.

Btw

Verlenging verlaagd tarief arbeidskosten renovatie woningen

Het verlaagde btw-tarief van 6% voor de arbeidskosten ter zake van renovatie en herstel van woningen ouder dan twee jaar blijft een half jaar langer gelden, namelijk tot 1 juli 2015.

Btw-vrijstelling ziekenhuizen en dergelijke instellingen. Vervallen vereiste van ‘geen winst beogen’

De btw-vrijstelling voor het verzorgen en verplegen van in een inrichting opgenomen patiënten door onder andere ziekenhuizen en verpleeginrichtingen is thans afhankelijk van de voorwaarde dat met die prestaties geen winst wordt beoogd. Het behalen van exploitatieoverschotten is toegestaan zolang deze niet worden uitgekeerd maar aangewend voor de van btw vrijgestelde prestaties van de instelling. Het Belastingplan 2015 voorziet in het vervallen van deze eis van geen winst (mogen) beogen. De invoering is echter afhankelijk van het vervallen van het winstuitkeringsverbod voor onder andere ziekenhuizen. Dit is op zijn beurt voorzien in de Wet vergroten investeringsmogelijkheden in medisch-specialistische zorg. De invoering hiervan wordt voorzien per 1 januari 2015.

Inkomstenbelasting

Tarief eerste schijf per saldo iets hoger

Het tarief in de eerste schijf wordt 36,5%. Dat is een verhoging van 0,25% ten opzichte van 2014, maar een verlaging ten opzichte van het tarief van 36,76% dat eerder was voorzien voor 2015.

Hogere arbeidskorting

In het Belastingplan 2014 was al een verhoging van de arbeidskorting voorzien voor 2015. In het Belastingplan 2015 wordt een verdere verhoging bewerkstelligd door de afbouwgrens te verhogen, dat is het inkomen waarbij de arbeidskorting afgebouwd gaat worden. De maximale arbeidskorting in 2015 van € 2.200 zal worden afgebouwd vanaf een inkomen van € 49.900 (was € 41.300) en € 184 bedragen vanaf een inkomen van € 100.800 (was € 92.200).

Aanpassing afbouw algemene heffingskorting

Het afbouwpercentage van de algemene heffingskorting wordt verhoogd met 0,32% en komt daarmee voor 2015 uit op 2,32%. In 2015 bedraagt de algemene heffingskorting € 2.203 tot een inkomen van circa € 20.000 en wordt deze afgebouwd tot € 1.342 vanaf een inkomen van circa € 80.000.

Rente restschuld woning langer aftrekbaar

De rente over een eventuele restschuld die overblijft na vervreemding van een eigen woning wordt langer aftrekbaar: vijftien in plaats van tien jaar.

Twee tijdelijke maatregelen ter ondersteuning woningmarkt permanent

Twee tijdelijke maatregelen ter bevordering van de doorstroming op de woningmarkt worden permanent. Dit betreft de verlenging van twee naar drie jaar van de termijn van de renteaftrek voor de schuld voor een leegstaande te koop staande voormalige eigen woning of een leegstaande toekomstige eigen woning. Verder blijft het mogelijk om opnieuw renteaftrek te krijgen voor de schuld voor een woning die te koop staat en tijdelijk verhuurd is geweest.

Verlaging ouderenkorting en afschaffen ouderentoeslag box 3 (2016)

Met ingang van 2016 wordt de ouderenkorting verlaagd met € 83. Verder wordt de ouderentoeslag, die het heffingvrije vermogen voor ouderen in box 3 verhoogt met maximaal € 27.984, met ingang van 2016 afgeschaft.

Fiscale innovatieregelingen

S&O-afdrachtvermindering

De afdrachtvermindering in de loonbelasting voor speur- en ontwikkelingswerk (‘S&O-afdrachtvermindering’, ook wel bekend als WBSO) is een fiscaal instrument ter stimulering van innovatie door private partijen dat de loonkosten van speur- en ontwikkelingswerk faciliteert. Onder andere als gevolg van een overschrijding van het budget in 2013 en een verschuiving van € 214 miljoen van het budget van de research- & developmentaftrek (RDA) naar de S&O-afdrachtvermindering komt het beschikbare budget voor 2015 uit op € 794 miljoen. Momenteel komen kennisinstellingen die geen onderneming drijven in aanmerking voor S&O-afdrachtvermindering als zij S&O verrichten in opdracht en voor rekening van een (samenwerkingsverband van) onderneming(en). In dat geval is sprake van contractonderzoek. Het is de bedoeling dat een kennisinstelling die S&O-afdrachtvermindering ontvangt dit voordeel weer doorgeeft aan de opdrachtgever uit het bedrijfsleven. Gebleken is dat kennisinstellingen dit voordeel onvoldoende doorgeven. Daarom is besloten het contractonderzoek door publieke kennisinstellingen uit de S&O-afdrachtvermindering te halen.

RDA

De RDA is een in 2012 ingevoerde regeling die belastingplichtigen die beschikken over een S&O-verklaring een extra aftrek op de winst biedt op basis van kwalificerende innovatieve kosten (niet zijnde loonkosten) en uitgaven. Voor 2015 bedraagt het RDA-budget € 238 miljoen.

Formeelrechtelijke wijzigingen

Buitenlandse geldboetes niet meer aftrekbaar

Geldboetes opgelegd door de strafrechter of andere binnenlandse of EU-instanties zijn niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. In het Belastingplan 2015 wordt dat uitgebreid naar buitenlandse geldboetes. Het kabinet acht het onderscheid in behandeling tussen binnenlandse en buitenlandse boetes niet langer wenselijk. Deze aftrekbeperking is ruim en geldt voor alle buitenlandse boetes, waaronder verkeersboetes, mededingingsboetes en milieuboetes. Wel wordt opgemerkt dat wanneer in het buitenland een boete is opgelegd voor een vergrijp dat het Nederlandse rechtsstelsel niet kent en waarvan de strafbaarheid duidelijk strijdig is met de Nederlandse rechtsorde of dat geen sprake is geweest van een behoorlijke rechtspleging, zal worden bezien of op grond van de hardheidsclausule de opgelegde boete toch in aftrek kan worden gebracht. In de loonbelasting wordt geregeld dat buitenlandse boetes niet als eindheffingsbestanddeel kunnen worden aangewezen.

Dividendbelasting valt per 1 januari 2015 onder de belastingrente

De regeling van de belastingrente gold niet voor dividendbelasting. Per 1 januari 2015 wordt dit gewijzigd en wordt de dividendbelasting ook onder het bereik van de belastingrente gebracht. Dit betekent dat op naheffingsaanslagen dividendbelasting belastingrente zal worden berekend en dat op teruggaafbeschikkingen dividendbelasting rente zal worden vergoed.

Aanpassing renteregeling aan EU-recht

De regeling voor de invorderingsrente wordt aangepast aan rechtspraak van het HvJ. In gevallen waarin in strijd met het recht van de Europese Unie belasting is geheven en daarom recht op teruggaaf bestaat, vergoedt de Belastingdienst voortaan op verzoek invorderingsrente vanaf de datum van betaling van de ten onrechte geheven belasting tot aan de datum van terugbetaling. Rente wordt alleen vergoed voor zover nog geen recht op vergoeding van rente bestaat. Deze regeling gaat per 1 januari 2015 in en geldt ook voor situaties waarin de teruggaaf van de ten onrechte geheven belasting al voor 1 januari 2015 heeft plaatsgevonden.

Verdere maatregelen in de invorderingswet

  • De regeling dat de Ontvanger slechts op één bankrekening op naam van de belastingschuldige uitbetaalt, zal per 1 januari 2015 niet meer voor de omzetbelasting gelden. Deze maatregel is met name ingegeven door de praktische problemen die de maatregel in de omzetbelasting bracht.
  • Bankinstellingen worden verplicht de Ontvanger informatie te verstrekken die van belang kunnen zijn bij het uitvoeren van de één-bankrekeningnummer-maatregel. Dit betreft de volgende gegevens: bankrekeningnummer, naam, adres, woonplaats en geboortedatum van de bankrekeninghouder.
  • In het Belastingplan 2015 wordt een hoofdelijke aansprakelijkheid voor de loonbelasting ingevoerd voor het geval gebruik wordt gemaakt van de concernregeling voor de werkkostenregeling.

Oudedagsvoorzieningen

Zzp’ers

Voor zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) wordt het mogelijk om onder voorwaarden hun ‘derdepijlerpensioen’ op te nemen bij arbeidsongeschiktheid zonder dat 20% revisierente verschuldigd wordt.

Netto-lijfrente

Bij oneigenlijke handelingen (zoals afkoop) met een netto-lijfrente wordt een sanctie ingevoerd. Daarbij geldt een forfaitaire benadering (met een tegenbewijsregeling): op het moment van afkoop wordt gekeken naar de helft van de inleg per 1 januari van het jaar daarvoor. Dit bedrag wordt vermenigvuldigd met het aantal jaren waarin vrijstelling in box 3 is genoten vanaf 2015. Hierbij geldt een maximum van tien jaar. Het aldus gevonden bedrag wordt belast in box 3.

Nettopensioen

Voor nettopensioen wordt een afzonderlijke vrijstelling in box 3 opgenomen. Hoewel ervan wordt uitgegaan dat nettopensioen niet kan worden afgekocht omdat de Pensioenwet dit verbiedt, wordt de sanctie bij afkoop van de netto-lijfrente ook van toepassing op het nettopensioen.

Een nettopartnerpensioen is vrijgesteld van erfbelasting. Zo’n vrijstelling voor pensioen kan de algemene vrijstelling voor de erfbelasting echter wel verminderen.

Varia Belastingplan 2015

Heffingsplafond belasting op leidingwater blijft in stand

In het Belastingplan 2014 was geregeld dat het heffingsplafond van 300 m3 in de belasting op leidingwater per 1 juli 2014 zou worden afgeschaft met invoering van een gestaffeld tarief. Het kabinet heeft echter besloten deze wijziging in te trekken. Deze beslissing is nu wettelijk verankerd in het Belastingplan 2015. Vooruitlopend daarop was al in een beleidsbesluit een goedkeurende regeling getroffen voor de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 december 2014.

Verdere invulling afvalstoffenbelasting

Met ingang van 1 april 2014 is de afvalstoffenbelasting weer ingevoerd in de vorm van een belasting op alleen stortafval van € 17 per ton. Per 1 januari 2015 vindt een verdere invulling van de afvalstoffenbelasting plaats. Er wordt voorgesteld om het afval te belasten dat door Nederlandse bedrijven of gemeenten wordt aangeboden om te storten of te verbranden. Bij zowel de verbrandingsinrichtingen als de stortinrichtingen wordt de belasting geheven over de hoeveelheid die aan de inrichting wordt aangeboden. Voor afvalstoffen die de inrichtingen weer verlaten wordt een belastingvermindering toegepast. Het tarief per 1 januari 2015 bedraagt € 13 per ton. Er zal geen belasting worden geheven op het afval dat door buitenlandse bedrijven wordt aangeboden. Ook de export van afval valt buiten de heffing.

Uitbreiding verlaagd tarief voor lokaal duurzaam opgewekte energie naar ondernemers

Voor lokaal opgewekte duurzame energie is in het Belastingplan 2014 geregeld dat er een korting geldt op de energiebelasting voor verenigingen van eigenaren en coöperaties. De toepassing van de korting voor coöperaties en verenigingen van eigenaren die lokaal energie opwekken wordt uitgebreid naar ondernemers door het laten vervallen van de eis dat alle leden van de coöperatie particulieren moeten zijn. Het verlaagde tarief is echter niet van toepassing als een ondernemer voor meer dan 20% in een coöperatie of vereniging van eigenaren deelneemt.

Vrijstelling energiebelasting voor door verhuurder opgewekte duurzame elektriciteit

De vrijstelling van energiebelasting voor duurzaam opgewekte elektriciteit, zoals via zonnepanelen, wordt toegepast indien de elektriciteit is opgewekt door de verbruiker ervan. Deze voorwaarde houdt in dat de elektriciteitsopwekking plaatsvindt voor rekening en risico van de verbruiker. Voor de huursector wordt een uitzondering op deze regel geïntroduceerd. Als gevolg van de aangekondigde uitzondering kunnen verhuurder en huurder de aanwezigheid van een duurzame elektriciteitsinstallatie op of aan de woning naar eigen inzicht in de huur verwerken.

Gebruik taxatierapporten BPM

Op dit moment heeft een belastingplichtige die een gebruikte bestel- of personenauto of motorrijwiel importeert voor de vaststelling van de waarde voor de BPM de keuze tussen het gebruik van een forfaitaire tabel, een algemeen toegepaste koerslijst of een taxatierapport. In de situaties waarin gebruik wordt gemaakt van taxatierapporten zijn er sterke indicaties dat de taxatiewaarden in veel gevallen veel te laag wordt vastgesteld. Om misbruik te voorkomen geldt dat met ingang van 2015 de mogelijkheid van taxatierapporten wordt beperkt tot schadevoertuigen. De eigenaar van een dergelijke auto/motorrijwiel kan, zoals nu het geval is, kiezen tussen een forfaitaire tabel, een koerslijst of een taxatierapport. Bij andere voertuigen vervalt de keuze voor een taxatierapport.

Auto’s met een dubbele cabine voor BPM en MRB (2016)

Voor de BPM en de MRB bestaat op dit moment onduidelijkheid over de definitie van bepaalde voertuigen. Het betreft bepaalde motorrijtuigen met de functie van personenvervoer en met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg en een zogenoemde dubbele cabine. Hiervan is sprake als achter de bestuurder ruimte is voor één rij naast elkaar in de rijrichting zittende personen. Om te voorkomen dat door de onduidelijke definitie voertuigen worden aangemerkt als vrachtauto en dus niet onder BPM vallen, worden auto’s met een dubbele cabine als personenauto aangemerkt. Het betreft voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg waarvan de lengte van de voor personenvervoer ingerichte ruimte groter is dan de niet voor personenvervoer ingerichte ruimte. Deze maatregel gaat in per 1 januari 2016.

Andere fiscale ontwikkelingen

Behalve de hiervoor genoemde fiscale maatregelen uit het Belastingplan 2015 staat nog een aantal andere belangrijke (fiscale) ontwikkelingen op stapel. Hierna worden enkele ontwikkelingen kort behandeld.

Pensioenaanpassing 2015

De wettelijke basis voor de aanpassing van de pensioenen in 2015 (Witteveen 2015) is op 27 mei 2014 gelegd. Toen stemde de Eerste Kamer in met de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen en de nadien nog via een wijzigingsvoorstel (novelle) daarin aangebrachte wijzigingen als gevolg van het pensioenakkoord uit december 2013. Het opbouwpercentage voor middelloon voor een ouderdomspensioen ingaand op de leeftijd van 67 jaar is vastgesteld op 1,875% en bij eindloonregelingen wordt het maximale opbouwpercentage 1,657% per dienstjaar. Verder wordt het maximale pensioengevend inkomen afgetopt op € 100.000, te verminderen met de AOW-franchise en wordt het voor belastingplichtigen met een pensioengevend inkomen van meer dan € 100.000 mogelijk om via een netto-lijfrente fiscaalvriendelijk bij te sparen voor de oudedagsvoorziening. Lees ook ons eerdere bericht.

Wetsvoorstel compartimenteringsreserve

Het op 30 augustus 2013 bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel Compartimenteringsreserve bevat een nieuwe wettelijke regeling van de compartimenteringsleer voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting. Aanleiding vormde het arrest van de Hoge Raad van 14 juni 2013, waarin deze aangaf dat wanneer de wetgever voor toepassing van de deelnemingsvrijstelling wil compartimenteren bij een sfeerovergang ten gevolge van een wetswijziging, dat bij wet moet zijn vastgelegd. Het wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Tweede Kamer.

Wetsvoorstel vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst

Op 30 augustus 2013 heeft het Ministerie van Financiën een wetsvoorstel bekendgemaakt voor een nieuw systeem van heffing voor de inkomstenbelasting en de erf- en schenkbelasting: de Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst. De bedoeling van het ministerie is dat in de toekomst de juiste belastingschuld eenvoudiger en sneller kan worden vastgesteld. Aanslagtermijnen zullen voor goedwillende belastingplichtigen worden verkort en de procedure wordt minder formeel. Lees ook ons eerdere bericht. Het wetsvoorstel is nog in behandeling bij de Tweede Kamer.

Beperking renteaftrek eigenwoningschuld in hoogste schijf tot 51%

Vanaf 2014 wordt het maximale percentage waartegen de rente over de eigenwoningschuld in de hoogste schijf kan worden afgetrokken met een half procent per jaar verlaagd. De renteaftrek voor de eigenwoningschuld bedraagt in 2015 dus maximaal 51%.

Verhoging eigenwoningforfait dure woningen

In 2015 wordt het eigenwoningforfait voor woningen boven een bepaalde WOZ-waarde (in 2014 is dat € 1.040.000) verhoogd van 1,80% naar 2,05% voor het deel dat die WOZ-waarde overstijgt. Uiteindelijk zal dit 2,35% zijn in 2016.

Vervallen kindgerelateerde regelingen inkomstenbelasting

Als onderdeel van de Wet hervorming kindregelingen worden met ingang van 2015 drie kindgerelateerde regelingen in de inkomstenbelasting afgeschaft: de aftrek levensonderhoud kinderen, de ouderschapsverlofkorting en de alleenstaande-ouderkorting.

Afbouw werkbonus zestigplussers

De werkbonus voor werkenden van 61 tot 64 jaar wordt vanaf 2015 afgeschaft voor nieuwe gevallen en niet langer geïndexeerd, om vanaf 2018 geheel te zijn vervallen.

Terugdraaien tijdelijke verlaging tarief box 2

In 2014 is het tarief voor de eerste € 250.000 aan inkomen uit aanmerkelijk belang tijdelijk verlaagd van 25% naar 22%. Met ingang van 2015 gaat voor al het inkomen uit aanmerkelijk belang weer het reguliere 25%-tarief gelden.

Vervallen tijdelijke verruiming schenkingsvrijstelling eigen woning

De verruimde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning wordt niet verlengd. Het is dus nog slechts tot 1 januari 2015 mogelijk om van zowel familieleden als derden belastingvrij een schenking te ontvangen van maximaal € 100.000 mits deze wordt aangewend voor de eigen woning.

Vervallen tijdelijke verlenging doorverkooptermijn overdrachtsbelasting

In het Belastingplan 2013 werd als stimuleringsmaatregel de doorverkooptermijn in de overdrachtsbelasting van zes maanden voor zowel woningen als niet-woningen tijdelijk verlengd tot 36 maanden. Als een onroerende zaak in de periode van 1 september 2012 tot 1 januari 2015 wordt verkregen, is bij een opvolgende verkrijging van deze onroerende zaak door een ander binnen 36 maanden slechts over de meerwaarde overdrachtsbelasting verschuldigd. De verlengde doorverkooptermijn is dus niet meer van toepassing op verkrijgingen na 2014, dan geldt weer de gebruikelijke zesmaandstermijn.

Herziening keuzeregeling buitenlandse belastingplichtigen

De keuzeregeling voor buitenlandse belastingplichtigen wordt herzien. Onder de huidige regeling kunnen bepaalde buitenlandse belastingplichtigen kiezen voor toepassing van de regels van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor binnenlandse belastingplichtigen. Deze regeling komt te vervallen per 1 januari 2015. Onder de nieuwe regeling kunnen buitenlandse belastingplichtigen onder bepaalde voorwaarden wat betreft hun persoonlijke en gezinssituatie hetzelfde worden behandeld als binnenlandse belastingplichtigen. Hiermee wordt de reikwijdte van de huidige regeling meer in lijn gebracht met wat wordt vereist op grond van het EU-recht. De nieuwe regeling zal in principe beperkt zijn tot buitenlandse belastingplichtigen die inwoner zijn van een EU- of EER-lidstaat, Zwitserland of de BES-eilanden die hun inkomen voor 90% of meer in Nederland verdienen. De huidige regeling gaat uit van het wereldinkomen van de belastingplichtige, waarna voorkoming van dubbele belasting wordt verleend. Onder de nieuwe regeling worden kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen echter ‘gewoon’ voor hun Nederlandse inkomen in de heffing betrokken, maar hebben zij in beginsel recht op dezelfde aftrekposten en heffingskortingen als binnenlandse belastingplichtigen.

Aanscherping CO2-emissienormen bijtelling auto van de zaak

De CO2-emissienormen (aangegeven in gram per kilometer) voor de bijtelling voor de auto van de zaak worden in 2015 aangescherpt:

Benzine                       2014                 2015

4% bijtelling                  0                      0

7% bijtelling                  1-50                  1-50

14% bijtelling                51-88                51-82

20% bijtelling                89-117             83-110

25% bijtelling                >117                >110

 

Diesel                           2014                 2015

4% bijtelling                  0                     0

7% bijtelling                  1-50                  1-50

14% bijtelling                51-85                51-82

20% bijtelling                86-111             83-110

25% bijtelling                >111                 >110

De 4%-bijtelling voor nulemissieauto’s en de 7%-bijtelling voor auto’s met een CO2-uitstoot hoger dan 0 gram per kilometer maar niet hoger dan 50 gram per kilometer geldt slechts voor auto’s die voor het einde van 2015 worden aangeschaft.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat

Het Belastingplan 2015 op twee pagina’s