De Europese Raad van Ministers van Economische Zaken en Financiën heeft op 20 juni 2014 politieke overeenstemming bereikt over een wijziging van de Moeder-dochterrichtlijn. De wijziging betekent dat vanaf 1 januari 2016 ontvangen betalingen op grensoverschrijdende hybride leningen niet langer zullen zijn vrijgesteld.

Achtergrond

De Europese Commissie heeft in november 2013 een voorstel gedaan met twee wijzigingen om eerder gesignaleerde leemten in de Moeder-dochterrichtlijn te dichten. De eerste wijziging zag op de invoering van een algemene antimisbruikregeling bedoeld om kunstmatige constructies te bestrijden. Met de tweede wijziging stelde de Commissie voor om betalingen die verband houden met grensoverschrijdende hybride leningen uit te zonderen van vrijstelling in de lidstaat van de moedermaatschappij. Het akkoord van 20 juni 2014 ziet op deze tweede wijziging.

Strekking van de aangenomen wijziging

Het voornaamste doel van de Moeder-dochterrichtlijn is het voorkomen van dubbele heffing over hetzelfde inkomen tussen gelieerde vennootschappen die zijn gevestigd in verschillende lidstaten. Dit wordt bereikt door een vrijstelling van bronheffing op uitgekeerde winsten en een vrijstelling of verrekening van vennootschapsbelasting voor de ontvanger van het dividend.

De nu aangenomen wijziging is er specifiek op gericht om dubbele niet-heffing onder de richtlijn als gevolg van gebruikmaking van hybride leningen te voorkomen. Dat zou bijvoorbeeld het geval zijn wanneer een lening in de lidstaat van de schuldenaar/dochtervennootschap wordt aangemerkt als een schuld en in de lidstaat van de verstrekker/moedervennootschap als kapitaal. Daardoor zouden betalingen met betrekking tot deze lening aftrekbaar zijn in eerstgenoemde lidstaat en niet belast zijn in laatstgenoemde lidstaat. De wijziging is bedoeld om te verzekeren dat de betalingen in laatstgenoemde lidstaat niet langer zijn vrijgesteld, doordat deze lidstaat verplicht is om het deel van de betalingen dat aftrekbaar is in de lidstaat van de betalende dochtervennootschap te belasten.

Vervolgstappen

De wijziging moet nog wel formeel worden aangenomen door de Raad van Ministers. Vervolgens zijn de lidstaten verplicht om de richtlijn uiterlijk op 31 december 2015 te implementeren in hun nationale wetgevingen. Discussies over de voorgestelde algemene antimisbruikregeling zullen naar verwachting verder worden voortgezet.

Commentaar KPMG Meijburg & Co

De huidige voorstellen kunnen worden gezien als een onderdeel van vergrote inspanningen op internationaal niveau om agressieve tax planning te bestrijden. Als zodanig kan de aangenomen wijziging gericht tegen hybride leningen van invloed zijn op groepsfinancieringen waarvan de aftrek van rente onder huidig nationaal recht (nog) niet is ingeperkt.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat