Op 20 maart 2014 heeft Luxemburg ingestemd met een voorgestelde herziening van de Spaarrenterichtlijn. Hierdoor kan de Raad van Ministers de voorgestelde wijzigingen van de Spaarrenterichtlijn aannemen om de belastingheffing over rentebetalingen door financiële instellingen aan inwoners van andere lidstaten te verzekeren. Dat betekent een groter bereik voor de automatische informatie-uitwisseling als het gaat om welke rekeninghouders welke rentebetalingen ontvangen.

Positie van Luxemburg en Oostenrijk

Bijna alle EU-lidstaten doen onder de huidige regels al mee aan een dergelijke informatie-uitwisseling, maar Luxemburg en Oostenrijk wensten de namen van rekeninghouders uit andere landen onder hun bankgeheim niet prijs te geven. In plaats daarvan passen zij een bronheffing van 35% toe. De belangrijkste reden om het bankgeheim niet prijs te geven was de vrees voor een uitstroom van spaarkapitaal naar buurlanden buiten de EU, zoals Zwitserland en Liechtenstein. De Europese Commissie is momenteel in onderhandeling met deze landen om een gelijk speelveld te creëren. Volgens een rapport dat de lidstaten onlangs van de Europese Commissie kregen, is hierin inmiddels betekenisvolle vooruitgang geboekt. En Liechtenstein heeft recentelijk laten weten dat het het bankgeheim ultimo 2014 zal opheffen.

Verbreding van de werking van de richtlijn

Door het akkoord wordt niet slechts het territoriale, maar ook het inhoudelijke bereik van de informatie-uitwisseling onder de Spaarrenterichtlijn verbreed. De belangrijkste wijzigingen zijn de volgende:

  • Bepaalde niet-ICBE-beleggingsfondsen en bepaalde financiële instrumenten (structured products) die nu buiten de richtlijn vallen, zullen daar in de toekomst wel onder vallen.
  • Bepaalde verzekeringsovereenkomsten (unit-linked verzekeringscontracten) waarvan de voordelen, geheel of gedeeltelijk, zijn afgeleid van schuldvorderingen zullen onder de richtlijn gaan vallen.
  • Invoering van een doorkijkbenadering ten aanzien van bepaalde EU- en niet-EU- entiteiten dan wel juridische constructies (incl. trusts, stichtingen en transparante entiteiten) om zeker te stellen dat uiteindelijk gerechtigden niet meer in staat zijn om te ontsnappen aan de werking van de richtlijn door dergelijke entiteiten tussen te schuiven.

Omdat de EU Raad van Ministers formeel de voorgestelde richtlijn nog moet aannemen, is het niet zeker wanneer de wijzigingen in werking zullen treden. We verwachten dat de lidstaten de nieuwe regels per 1 januari 2016 in hun wetgevingen moeten hebben geïmplementeerd.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat