De Europese Commissie heeft op 25 november 2013 een aantal wijzigingen van de Moeder-dochterrichtlijn voorgesteld met het doel om gesignaleerde mogelijkheden voor het ontgaan van vennootschapsbelasting te bestrijden. Het voorstel bestaat uit een gewijzigde antimisbruikregeling en wijzigingen om ontvangen betalingen op grensoverschrijdende hybride leningen niet langer vrij te stellen.

Achtergrond

Het ontgaan van vennootschapsbelasting staat heel hoog op de politieke agenda van veel landen binnen en buiten de Europese Unie. Daarnaast is de noodzaak voor maatregelen om het ontgaan van vennootschapsbelasting te bestrijden benadrukt op recent gehouden bijeenkomsten van de G20 en de G8. De Europese Unie ondersteunt deze initiatieven en de Europese Commissie heeft in december 2012 een actieplan gelanceerd waarin ook voorstellen werden aangekondigd om de gesignaleerde leemten in de Moeder-dochterrichtlijn te dichten (zie ons cliëntmemorandum van december 2012).

Op 2 mei 2013 werd in de Europese Unie politieke overeenstemming bereikt over de noodzaak voor een gecoördineerde aanpak om grondslagerosie, winstverschuiving en agressieve 'tax planning' te bestrijden. Dit behelsde ook een herziening van de richtlijn die eind 2013 door de Commissie zou worden gepresenteerd.

Het voornaamste doel van de richtlijn is het voorkomen van dubbele heffing over hetzelfde inkomen tussen gelieerde vennootschappen die gevestigd zijn in verschillende lidstaten. Dit wordt bereikt door een vrijstelling van bronheffing op uitgekeerde winsten en een vrijstelling of verrekening van vennootschapsbelasting voor de ontvanger van het dividend. De huidige voorstellen zijn erop gericht om de gesignaleerde misbruiken van de regelingen weg te nemen.

Strekking van de voorgestelde wijzigingen

Zoals beoogd in het actieplan van de Europese Commissie van 6 december 2012 zijn de voorgestelde wijzigingen gericht op het bestrijden van bepaalde strategieën om belasting te ontgaan en om mismatches als gevolg van hybride leningen aan te pakken.

De eerste wijziging ziet op de bestaande antimisbruikmaatregel in de richtlijn . Deze wijziging zou moeten verzekeren dat lidstaten een gemeenschappelijke standaard invoeren om misbruik van de richtlijn te voorkomen, zodat de voordelen van de richtlijn slechts worden verleend op basis van economische realiteit. Meer in het bijzonder zullen de voordelen van de richtlijn niet van toepassing zijn bij kunstmatige constructies die zijn opgezet met als doorslaggevende doelstelling om een ongepast belastingvoordeel te genieten. In dit verband worden constructies als kunstmatig aangemerkt wanneer zij niet overeenkomen met de economische realiteit. Het voorstel somt ook een aantal situaties op dat van belang is voor het bestaan van kunstmatige constructies. In een begeleidend schrijven geeft de Commissie als voorbeeld van een constructie die zou kunnen worden getroffen door deze maatregel een tussenhoudstervennootschap die wordt beschreven als brievenbusmaatschappij zonder substance die is tussengevoegd in een structuur om bronheffingen in een lidstaat te ontgaan.

De tweede wijziging die de Commissie voorstelt zou ertoe leiden dat de voordelen van de richtlijn niet zouden worden toegekend in geval van bijzondere taxplanningstructuren, zoals hybrideleningstructuren. De Commissie geeft als voorbeeld het geval waarin een lening wordt aangemerkt als een schuld in de lidstaat van de schuldenaar/dochtervennootschap en als kapitaal in de lidstaat van de verstrekker/moedervennootschap, zodat betalingen met betrekking tot deze lening aftrekbaar zijn in eerstgenoemde lidstaat en niet belast in laatstgenoemde lidstaat. Onder het voorstel zouden de betalingen in laatstgenoemde lidstaat niet langer vrijgesteld zijn.

Vervolgstappen

Het voorstel moet nu eerst worden goedgekeurd in het Europees Parlement en in de Raad van Ministers van Financiën van de Europese Unie. Vervolgens zijn de lidstaten verplicht om de richtlijn uiterlijk op 31 december 2014 te implementeren.

Commentaar KPMG Meijburg & Co

De huidige voorstellen kunnen worden gezien als een onderdeel van vergrote inspanningen op internationaal niveau om agressieve taxplanning te bestrijden. Als zodanig zou het voorstel gericht tegen hybride leningen impact kunnen hebben op groepsfinancieringen waarvan de aftrek van rente onder huidig nationaal recht (nog) niet is ingeperkt. De richtlijn voorziet reeds in een regeling die lidstaten toestaat om nationale antimisbruikregels toe te passen en de praktische gevolgen van de voorgestelde wijziging zullen daarmee afhankelijk zijn van de huidige toepassing van deze regels in de diverse lidstaten.

Klik hier om het memorandum te openen in pdf-formaat